De Geheime Orde des Puck

Vanochtend om 8 uur trok ik de deur achter me dicht. Het was het moment waar ik het meest naar had uitgekeken: wat een gevoel van vrijheid zou dat zijn! Maar mijn tante stond naast me, met fotocamera. Dus was ik er in werkelijkheid vooral mee bezig hoe dit dit ultieme moment van vrijheid kon worden overgebracht in beeld. Het moest een paar keer over voor het goed was.

Huis 'Henny' in Rotterdam. Foto Raoul de Jong Huis 'Henny' in Rotterdam. Foto Raoul de Jong

Dag 1, van Rotterdam naar Dordrecht

Vanochtend om 8 uur trok ik de deur achter me dicht. Het was het moment waar ik het meest naar had uitgekeken: wat een gevoel van vrijheid zou dat zijn! Maar mijn tante stond naast me, met fotocamera. Dus was ik er in werkelijkheid vooral mee bezig hoe dit dit ultieme moment van vrijheid kon worden overgebracht in beeld. Het moest een paar keer over voor het goed was.

Mijn tante gaf me een lunchpakket en zwaaide me uit. Even dacht ik dat ik moest huilen, tot ik dacht: waarom? Ik hoef alleen maar te lopen. En dus liep ik. Zo tegen Eva aan, een kennis die ik al jaren niet meer had gezien. Ze was op weg naar haar werk. “En jij?” vroeg ze. “Marseille,” zei ik.

Op het Weena begreep ik wat dit zo ongeveer betekende. Ik zat in een ander tempo, in een andere tijd dan alles om mij heen. Misschien kwam het ook doordat de zon scheen, want die schijnt daar meestal niet. Of doordat het zo vroeg was, want meestal lig ik om acht uur nog in mijn bed. Maar de mensen die met koffertjes op weg waren naar hun werk, de koude stalen gebouwen waar het zonlicht op reflecteerde: het was allemaal even groots en spannend en vol belofte. Want vandaag was ik een padvinder. En Puck was mijn mascotte. Ons Mekka is Marseille en we zullen het bereiken per voet. We vertrouwen erop dat de juiste route vanzelf duidelijk wordt en zullen alles wat we onderweg tegenkomen bejegenen met vriendelijkheid, openheid en liefde.

Tot de Erasmusbrug wist ik hoe ik moest lopen. Om zeker te weten dat ik mijn kaart goed las vroeg ik daarna de weg aan een vrouw met een dochtertje genaamd Amelie, inderdaad vernoemd naar de film. “Aan die kant van het water komen we nooit” zei de vrouw en haalde haar iPhone te voorschijn.

Ik kwam de conciërge van mijn middelbare school tegen, liep langs het Feyenoordstation, langs het Maasstad Ziekenhuis over een fietspad tussen bomen met ruisende blaadjes, door een woonwijk met aangeharkte voortuintjes en probeerde naar iedereen te lachen. De meeste mensen kopieerden wat ik deed. Als ik probeerde te lachen, maar te verlegen was, bleven ze net als ik steken in een soort halve lach. Als ik naar de grond keek en deed of ze er niet waren, deden zij dat ook. En als ik eerst voorzichtig lachte en dan zeker wist dat het voluit kon, lachten zij even groot en gemeend terug.

Ik zag veel van wat ik verwacht had te zien: asfalt en koude onpersoonlijke gebouwen. Maar toen ik het aandurfde om van die verharde wegen af te stappen en om de hoek te kijken, vond ik een straat met kleine bakstenen huisjes, waarschijnlijk niet zo heel lang geleden nog ingeperkt door weilanden in plaats van snelwegen. Ze deden me denken aan het Nederland waar ik over las in een boekje van Bibeb, de journaliste van Vrij Nederland. Halverwege jaren vijftig maakte ze een tripje naar het platteland, waar de moderne tijd toen langzaam zijn intrede begon te doen. Mensen kleedden zich nog in klederdracht, maar jonge meisjes begonnen lippenstift te dragen.

Die wereld is inmiddels zo goed als verdwenen, vernietigd door de wereld waarin ik ben opgegroeid. De wereld met woonboulevards en fastfoodketens in lelijke grijze blokkendozen langs de A16, om de hoek. Maar zelfs die wereld was mooi vandaag. Wederom: misschien door de zon. Maar toch vooral doordat ik er vandaag niets mee hoefde. Want ik was op weg naar Marseille. On the road to love. Als padvinder in de geheime orde des Puck!

Geïntrigeerd door een McDonalds, knalde ik bijna op tegen een fietser. Hij lachtte en riep: goede reis!

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.