Carbonbogen op heilige gras van Lord's

The Home of Cricket is bijna scheefgezakt onder de last van traditie. Bij de Spelen geen fastbowlers op Lord’s, maar schutters die hun pijlen over het gras schieten.

Een knauwende Amerikaanse commentaarstem schalt over Lord’s. Vanaf The Pavilion, het statige Victoriaanse hoofdgebouw van het stadion, gilt een oververhitte, schaarsgeklede Mexicaanse fan in rap Spaans naar haar helden. Uit de luidsprekers, normaal gebruikt om de volgende batsman aan te kondigen, klinkt Baggy Trousers van Madness.

Het lijkt inderdaad een gekkenhuis op Lord’s, in de lommerrijke Londense wijk St. John’s Wood. The Home of Cricket, 198 jaar oud en bijna scheefgezakt onder de last van de tradities, is voor de Spelen overgenomen door de handboogschutters. Tot twaalf jaar geleden mochten vrouwen het paviljoen niet eens betreden. Waar cricketlegendes als W.G. Grace, Don Bradman, Garfield Sobers, Richard Hadlee en Ian Botham ooit met hun houten cricketbat de trappen afdaalden naar de oudste grasmat van Engeland lopen nu Maleisiërs en Koreanen met carbonbogen. Geen fastbowlers, maar schutters die hun ranke pijlen met tweehonderd kilometer per uur over het gemillimeterde gras laten scheren.

„Ik hoop vooral dat de leden van de olympische familie een beetje voorzichtig zijn in The Pavilion”, zegt Tim O’Connor, al 27 jaar lid van de Marylebone Cricket Club (MCC), eigenaar van Lord’s en bewaker van de cricketreglementen. O’Connor, gekleed in de traditionele MCC-blazer en de bijbehorende rood-geel gestreepte das, is er niet gerust op. „Maar gelukkig werkt er tijdens de Olympische Spelen ook MCC-personeel in The Pavilion. Dat hebben we van tevoren wel aangekaart.’’

Lord’s Cricket Ground, vernoemd naar grondlegger Thomas Lord, is tijdens de Spelen vooral bezorgd om het lot van The Long Room, het sanctum sanctorum van het monumentale paviljoen. Tijdens testmatches zitten hier stokoude members, nu is de langwerpige zaal gevuld met de onontkoombare leden van de Olympic Family achter een bord met gecaterde vishapjes. De muren zijn behangen met wazige zwart-witfoto’s en olieverfschilderijen van eerbare regenten uit lang vervlogen tijden, toen er nog cricketduels werden uitgevochten tussen de Gentlemen en de Players. Tot tevredenheid van O’Connor staan de olympiërs op het veld met hun rug naar het paviljoen, zodat de kans op schade door afzwaaiende pijlen aanzienlijk is gereduceerd.

In het deftige kantoor van de voorzitter van MCC worden nu dopingcontroles gehouden. Het Lord’s-winkeltje achter de Mound Stand, waar anders jochies aan de hand van hun vader snuffelen tussen de memorabilia van profclub Middlesex en het Engelse testteam, is leeggeruimd en ingenomen door kopiërende vrijwilligers van ‘London 2012’.

Hoewel de MCC-leden hun reserves hebben over de olympische invasie, zien ze ook de zonzijde. „Het is natuurlijk jammer dat we nu dakloos zijn”, zegt O’Connor. „Maar dit geeft andere mensen wel de kans iets op te snuiven van dit beroemde stadion. Ik hoor van veel mensen dat ze het geweldig vinden.”

Behalve The Pavilion worden de andere tribunes van Lord’s niet gebruikt. Om in de ontzagwekkende cricketarena iets te kunnen zien van de pijlen zijn midden op het veld, vlak tegenover elkaar, twee hoge tribunes geplaatst. De schutters schieten ertussendoor. „Ik vind het een enorme eer hier te mogen spelen”, zegt de Maleisiër Chu Sian Cheng. Hij deed al mee in Peking – maar dit spectaculaire decor slaat alles. Dat geldt des te meer voor Tarundeep Rai uit het cricketgekke India. „Sporten op deze historische plek, dat is echt een droom die uitkomt.”

Het boogschieten werd vaker op historische plekken gehouden. In 2004 werd in Athene het oude olympisch stadion van 1896 ervoor opgelapt. Voor Lord’s is het, opmerkelijk genoeg, niet eens voor het eerst dat er pijlen over het veld vliegen. Ter ere van een groep indianen uit de Amerikaanse staat Iowa werd 168 jaar geleden al eens een schuttersfestival georganiseerd. O’Connor vraagt zich nog steeds af hoe zijn club er ooit toestemming voor heeft gegeven.

Maar toen werden op Lord’s nog geen testmatches gespeeld, de klassieke vijfdaagse duels tussen Engeland en zijn oude koloniën. Op 16 augustus, dertien dagen nadat de laatste schutter zijn pijl uit het blazoen heeft getrokken, nemen de Engelse cricketers het veld weer in handen, voor hun derde test tegen Zuid-Afrika. „Ik moet nog zien of het gras dan helemaal is hersteld”, zegt O’Connor bezorgd. „Onder die tribunes op het veld komt een paar weken geen zonlicht of water.”

Volgens de organisatie zijn de gevolgen beperkt. „Ik hoor ook dat cricketers bang zijn dat het midden van het veld, waar ze batten en bowlen, wordt aangetast door dit evenement”, zegt vrijwilliger Brian Jones, die als cricketfan al zijn hele leven op Lord’s komt. „Maar de tribunes zijn zo neergezet dat het meest gevoelige gras niet wordt belast.”

Toch waarschuwde MCC-baas John Stephenson vooraf al dat zijn veld na de Spelen minder groen zal zijn dan de fijnproevers gewend zijn. „Je zult er perfect op kunnen cricketen, maar je zult aan de rand kunnen zien dat er zes weken lang tribunes hebben gestaan.” Na het seizoen wordt het gras opnieuw gelegd – op kosten van ‘London 2012’. Stephenson: „Dan zal alles in zijn oude glorie zijn hersteld.”