Blair, Kennedy en Obama: de paradox van de beginneling

Tony Blair wees onlangs op een interessante paradox, waarmee veel staatshoofden en regeringsleiders te maken krijgen. „Je begint als je het minst capabel en het meest populair bent, en je eindigt als je het minst populair bent en het meest capabel.”

De voormalige Britse premier wist goed waar hij het over had. Hij was razend populair toen hij in 1997 premier werd, maar toen hij tien jaar later moest aftreden had hij bijna al zijn politieke krediet verspeeld. En juist toen, vindt hij blijkbaar zelf, was hij op de top van zijn kunnen.

Er zit enige bitterheid in die constatering, alsof hij vijf jaar later nog altijd niet helemaal heeft kunnen verkroppen dat hij is uitgespeeld. Maar er klinkt ook een milde ironie in door. Blair relativeert de waarde van de populariteit van politici, ook die van zijn jongere zelf. Hij erkent dat hij aan het begin van zijn premierschap eigenlijk niet erg bekwaam was. Dat soort kritische zelfreflectie kom je bij (oud-)politici niet vaak tegen.

John F. Kennedy was een uitzondering. Hij kon over zijn eigen beginnersfouten genadeloos eerlijk zijn. In juni 1961, amper vier maanden aan de macht, verpestte hij zijn eerste ontmoeting met zijn grote tegenspeler in de Koude Oorlog, Sovjet-leider Nikita Chroesjtsjov. Hij had zich als beginneling zo volkomen door de bullebak Chroesjtsjov laten overrompelen, dat een Amerikaanse diplomaat de top later spottend zou karakteriseren als Little Boy Blue Meets Al Capone, met Kennedy als Little Boy Blue – een suf, snel huilend jongetje uit een Engels kinderrijmpje.

Toen een journalist van The New York Times hem na afloop in een achtergrondgesprek vroeg hoe het was gegaan, antwoordde de president: „Worst thing in my life – hij maakte gehakt van me.”

Die anecdote komt uit het adembenemende, vorig jaar verschenen boek Berlin 1961; Kennedy, Khrushchev, and the most dangerous place on earth, van Frederick Kempe. Doordat de onervaren Kennedy Chroesjtsjov onvoldoende weerwerk bood, stelt Kempe, accepteerde hij bij voorbaat de deling van Berlijn die zich later dat jaar met de bouw van de Muur zou voltrekken. Hij zei dat Amerika pal zou staan voor West-Berlijn, waarmee hij tot verbijstering van zijn eigen diplomaten Oost-Berlijn eigenlijk al opgaf.

Bij een andere grote beginnersfout van Kennedy dringt zich de vergelijking op met een mislukt project van de beginnende Obama. Kennedy trad als president aan met het vaste voornemen de relatie met Moskou te verbeteren, zoals Obama bijna een halve eeuw later via diplomatieke toenadering tot Teheran hoopte de impasse over het Iraanse nucleaire programma te doorbreken. Beide initiatieven verzandden al snel.

Meteen na de inauguratie van Kennedy liet Chroesjtsjov blijken dat ook hij uit was op betere betrekkingen. Hij maakte geen geheim van zijn opluchting dat Kennedy de verkiezingen had gewonnen. Hij liet twee Amerikaanse bemanningsleden vrij van een Amerikaanse verkenningsvliegtuig dat boven de Sovjet-Unie was neergeschoten. En hij maakte nog meer positieve gebaren.

Maar Chroesjtsjov was niet opeens volledig veranderd. In dezelfde tijd werd bekend dat hij een toespraak had gehouden voor de communistische partijen van 81 landen, waarin hij de Derde Wereld opriep zich af te zetten tegen de Amerikanen. Kennedy legde dat uit als een persoonlijke aanval, een teken dat de positieve gebaren niet oprecht waren, en hij blies de toenadering af.

Zijn voorganger, de ervaren Eisenhower, had al zo vaak zulke harde taal van de Sovjet-leider gehoord dat hij zich er niet druk om had gemaakt, stelt Kempe. Maar de onervaren Kennedy begreep niet dat het routinematige retoriek was en vergrootte het belang van de toespraak enorm uit. Zo kwam door een misverstand een eind aan de toenadering, voor ze goed en wel begonnen was.

Je kan je afvragen of de onervaren Obama in zijn eerste jaar de toenadering tot Iran niet te snel heeft opgegeven, toen er bezwaren kwamen uit het Congres, van Israël en Saoedi-Arabië, en toen Iran de uitgestoken hand niet meteen aannam.

Politici kunnen leren van zulke situaties. Maar ze krijgen lang niet altijd de kans, of de tijd, om de opgedane ervaring te benutten.