Wij spreken van levensondersteuning

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over de laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

In juli en augustus in deze rubriek: ervaringen van hulpverleners aan mensen in hun laatste levensfase.

Het Joods Hospice Immanuel in Amsterdam staat, zoals dat heet, open voor alle gezindten. Jaarlijks verblijven er circa tachtig mensen. Vier van de tien zijn joods. Directeur Sasja Martel (57) schreef het boek Sterk als de dood, sterven en rouw in joods perspectief. Ze zegt: „Wij maken in het hospice geen onderscheid tussen leven en dood. De dood hoort bij het leven. Dat is de joodse visie. Een woord als stervensbegeleiding zal ik nooit gebruiken. Wij spreken hier van levensondersteuning.”

De dood verzwijgen kan angst kweken.

„Het is geen kwestie van verzwijgen. Het leven heeft al genoeg zorgen. Wat erna komt, laten we over aan de Allerhoogste. We kunnen ons er toch geen voorstelling van maken.

„De Joodse traditie kent een oersterke wil tot leven. Dat geldt nog eens extra voor bewoners die de oorlog hebben overleefd. Ze zijn nu boven de tachtig. In de oorlog hebben ze vaak ondergedoken gezeten, zijn vervolgd, hebben de kampen overleefd, familie verloren.

„Deze mensen zijn survivors. Hun wilskracht heeft hen in leven gehouden: in beweging blijven, niet op bed gaan liggen als je ziek bent, altijd meer dan voldoende eten in huis proberen te hebben – die reflexen zitten diep bij hen. Toegeven aan zwakte en ziekte kan fataal zijn.”

Eens is het leven voorbij, dan kan ‘de kunst van ’t loslaten’ helpen.

„Ieder mens doet dat op z’n eigen manier en 95 procent doet dat op eigen kracht, zonder bijzondere hulp of kunstgrepen. Ik trek altijd een parallel tussen sterven en geboorte. Bij nieuw leven kun je talloze vragen stellen: wordt het een jongen of een meisje, zal het gezond zijn, wat wordt de kleur van de ogen, wanneer komt het precies? Ik zeg: alles op z’n tijd, wacht rustig af, bereid je erop voor, maar probeer niet alles van tevoren te weten en te beheersen. Geboorte is een wonder, sterven is dat ook. Geef je eraan over.”

Klinkt mooi, maar makkelijk is het niet. Bovendien maken oorlogstrauma’s het extra moeilijk. Hoe lost u dit op?

„Kant-en-klare oplossingen hebben we niet. Mensen verschillen van elkaar – en dat geldt zeker voor de laatste levensfase. Het belangrijkste is dat wij hun een ‘thuis’ kunnen bieden: een plek die veilig is, waar je goed verzorgd, gesteund en begrepen wordt. We zijn geen verpleeghuis, geen instelling met hulpverleners. Het ‘thuisgevoel’ staat bij ons centraal. Op vrijdagavond, het begin van sjabbat, wordt hier de tafel gedekt, met wit damast en kaarsen, we maken kippensoep, bakken boterkoek. Dat kent men van huis uit en roept vaak warme gevoelens op. We doen er alles aan een ‘warm en veilig nest’ te bieden.”

Een warm en veilig nest dat vaak wreed verstoord is...

„Dat is wrang, ja. Door de verschrikkelijke ervaringen uit de oorlog hebben velen nooit stabiele relaties kunnen opbouwen. Echtscheidingen komen in de Joodse gemeenschap vaker voor dan gemiddeld in Nederland. Eenzaamheid is een groot probleem onder Joodse ouderen. Regelmatig komt het voor dat bewoners bij ons weer opkrabbelen, mede door de kwaliteit van leven hier. Soms moeten we tegen bewoners zeggen: u kunt hier niet langer blijven, de kans is groot dat u extra tijd van leven hebt gekregen.”

Wat de associatie voedt: u moet weer weg uit dit onderduikadres?

„Zo’n gevoel kan zeker een rol spelen. Dat maakt het extra moeilijk. Mensen kunnen dan dat onveilige gevoel weer krijgen. In z’n algemeenheid is de boodschap ‘u gaat weer terug naar het leven’ vaak moeilijker te verwerken dan wat we vertellen bij een intakegesprek. Mensen zijn toegegroeid naar de fase van afscheid nemen en moeten de draad van het leven weer zien op te pakken.”

Hoe brengt u die boodschap?

„Dat verschilt van persoon tot persoon. Het voornaamste is dat tijdsdruk geen rol speelt. Iemand verlaat dit huis pas wanneer we een passende oplossing hebben gevonden.”

Verwacht u van niet-joodse bewoners dat zij de joodse spijswetten en andere leefregels volgen?

„Nee, alles kan hier, niets is verplicht. In de openbare ruimtes van het hospice moet iedereen zich wel houden aan de joodse regels, maar in hun eigen kamer gelden die niet. Opvallend is wel dat niet-joodse bewoners graag aansluiten bij onze gebruiken, zoals op sjabbat. Dat heeft te maken met een familiegevoel waartoe mensen zich aangetrokken voelen en uiteraard de diepe betekenis van rituelen, die houvast bieden in het leven.”

Eén regel geldt strikt: voor euthanasie is geen plek in uw hospice.

„Dat gaat niet samen met onze joodse achtergrond. Euthanasie is in de praktijk ook niet nodig wanneer je mensen de juiste steun en verzorging biedt. Medisch gezien is hier veel mogelijk, ook op het gebied van pijnbestrijding en palliatieve sedatie (iemand in slaap houden in de allerlaatste uren of dagen, red.). Ook dan overlijden mensen op hun eigen tijd, op een natuurlijke manier. Maar euthanasie, nee, dat niet.”

Tekst & foto

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord