Vijftig tinten geel

Larry Shaffer wil van zijn vee af, omdat er niets meer te grazen is. Danny Martin zag de maïs voor zijn ogen verzengen. De uitzonderlijke droogte bedreigt boeren van landbouwstaat Kansas in de VS. „Kalveren zien zoeken naar wat groen gras, is ’t treurigste beeld dat er bestaat.”

Betty Shaffer is de optimist in huis. Haar man Larry, tegensputterend vanaf de keukentafel, de pessimist. „Het is Gods plan”, zegt Betty, terwijl ze het raam uitkijkt. „Hij zal er een bedoeling mee hebben.”

Haar man bromt wat op vermoeide toon, en zegt: „Het is een woestijn hier.”

„Niet overdrijven, Larry. Ik zie nog best wat groen.”

Larry: „Nog even en we kunnen de kalveren verkopen.”

Betty: „Je bent altijd zo somber.”

De boerderij van het echtpaar Shaffer ligt half verscholen tussen de glooiende heuvels in Kansas, het geografische hart van de Verenigde Staten. Larry Shaffer heeft de leeftijd om met pensioen te gaan, maar hij heeft nog drie banen. ’s Ochtends verzorgt hij zijn koeien, daarna rijdt hij in een vrachtwagen. Als hij rond zes uur thuiskomt, is hij campinghouder. Zijn land heeft hij omgebouwd tot kampeerterrein, zodat hij geen akkers hoeft te besproeien.

Nog dertig kalveren heeft Shaffer. Hij overweegt ze allemaal te verkopen. De lol is eraf, hij kan niet meer leven van zijn veestapel. Door de intense droogte die Kansas teistert, heeft hij problemen om voedsel voor de dieren te kopen. Kalveren zien zoeken naar wat groen gras, dat is het treurigste beeld dat er bestaat”, zegt hij.

Vijftig tinten geel, zo ziet landbouwstaat Kansas er nu uit. De eindeloze maïsvelden, waar rond deze tijd van het jaar kolven te zien moeten zijn, zijn troosteloze rijen dorre stengels. Geen staat in de VS produceert zo veel rundvlees, graan en maïs. Maar voor het tweede jaar op rij valt er vrijwel geen regen, en is de zomer ongenadig heet, bijna elke dag is het 40 graden. Boeren hebben zich bovendien niet kunnen herstellen van de slechte zomer van vorig jaar, zegt hoogleraar landbouweconomie Allen Featherstone in zijn kantoor op Kansas State University. „Kansas is grotendeels afhankelijk van akkerbouw en veeteelt, en dat zijn traditioneel kwetsbare sectoren. Twee slechte jaren achter elkaar kunnen boeren dwingen ermee te stoppen.”

Kansas is gewend aan lange periodes van droogte. In de jaren vijftig vernietigde een vijfjarige droogte een groot deel van de boerenbedrijven. Tien jaar geleden, in de zomer van 2002, mislukte de maïsoogst volledig door droogte.

Mondiale maïsvoorraad

De droogte van nu kan even desastreus zijn, verwacht Allen Featherstone. Niet alleen is dit het tweede droge jaar op rij, het is al ruim tachtig jaar geleden dat zo’n groot deel van het land getroffen werd. „Het is nu veel erger. Normaal gaat het om geïsoleerde gebieden, dit jaar gaat het om het hele midden en westen van het land.” Daar produceren agrarische staten als Iowa, Kansas, Nebraska en Missouri het grootste deel van de mondiale maïs- en graanvoorraad. Ongeveer 15 procent van de inwoners van Kansas is boer.

Water is duur en moet zuinig gebruikt worden, dus irrigeren is geen optie. Sommige boeren mogen ondergrondse waterbronnen aanboren en pompen het water met ja-knikkers naar boven. Ze halen het uit een gigantische ondergrondse waterbron, waar miljoenen jaren oud water in een paar decennia op dreigt te raken. „Water is hier net zo schaars als olie”, zegt een boer die groente verbouwt. „Er komt een dag dat olie goedkoper is dan water.”

Als de oogst in Kansas mislukt, is dat meer dan alleen een drama voor de staat. Wereldwijd zullen de voedselprijzen omhoog vliegen. Maïs is niet alleen voedsel voor mensen, het wordt ook gebruikt als diervoer, waardoor de prijs van melk en vlees ook stijgt. Dit jaar zijn de prijzen van maïs in de VS met 40 procent gestegen. Soja is 20 procent duurder. Boeren als Larry Shaffer hoopten hun vee voor een goede prijs te kunnen verkopen. Maar omdat veel boeren nu van hun koeien af willen, blijven de prijzen daar nog laag, in ieder geval dit jaar. De prijsstijging van melk en vlees wordt voor volgend jaar verwacht. Shaffer: „Ik kom nu dus ook niet van mijn vee af. Ik zal ze uit eigen zak moeten blijven onderhouden, terwijl de graanboeren tenminste nog profiteren van de hogere prijzen.”

Pioniers

Gouverneur Sam Brownback, een Republikein, heeft ruim honderd districten tot rampgebied verklaard. Boeren in die gebieden kunnen aanspraak maken op goedkope leningen, om het moeilijke jaar door te komen. Ze kunnen zich bovendien verzekeren tegen droogte. „In ieder geval hebben de staten iets geleerd van vorige periodes van droogte”, zegt hoogleraar Featherstone. „Boeren hoeven niet meteen meer failliet te gaan.”

Maar dat zijn geen maatregelen die de boeren, religieus en gesteld op hun onafhankelijkheid, snel nemen. „Ik hoef niet bij de overheid aan te kloppen met mijn problemen”, zegt boer Danny Martin. „Het leven is hard, hier in het prairieland. Ik los het zelf wel op.”

Danny Martin woont met zijn vrouw en kind in Paxico, een klein dorpje in het midden van Kansas. Over de spoorlijn die pioniers in de negentiende eeuw aanlegden, denderen nog altijd goederentreinen. Paxico, met tweehonderd inwoners, lijkt in anderhalve eeuw evenmin veel veranderd. Martin heeft een varkensboerderij en verkoopt graan en maïs, die hij in drie enorme graantorens bewaart.

Martin is op zijn vrijheid gesteld, zoals alle inwoners van het verlaten dorp, en weigert steun van de overheid. Maar zijn handel zit in grote problemen. Maïs kost bij hem acht dollar per bushel (ongeveer 35 liter), een stijging van 40 procent in een maand tijd. Sojabonen kosten nu 17 dollar, 30 procent meer. De maïs die van de akkers komt, ziet er treurig uit: de kolven zijn klein en kleurloos.

Veertiger Martin heeft al meer droogtes meegemaakt, en iedere keer hoort hij boeren zeggen dat ze ermee stoppen. Het gebeurt nooit, zegt hij. „We kunnen niets anders. We willen niet weg, en er is hier geen andere manier om geld te verdienen. Klagen en afhankelijk zijn is in de geest van Kansas geslopen, zoals in de rest van het land. We moeten doorwerken en er het beste van maken. God laat het vanzelf weer regenen.”

Faillissement is voor veel boeren onafwendbaar als ze steun weigeren, zegt hoogleraar Allen Featherstone. „Iedereen zegt dat het moet gaan regenen. Maar het is al te laat. De maïsoogst is al mislukt, en de soja zal er ook niet veel beter meer van worden.” De werkloosheid is in Kansas met iets meer dan 6 procent niet hoog, vergeleken met de rest van het land (gemiddeld 8,1 procent). Maar dat, zegt Featherstone, kan veranderen als het volgend jaar net zo droog blijft.

Buren van de familie Shaffer houden er dit jaar mee op. De maat was vol toen een koe water dronk uit een vrijwel opgedroogd beekje, en stierf door vergiftiging. Larry en Betty Shaffer weten het nog niet. Zelfs Betty heeft de laatste tijd twijfels, zegt ze. Ze laat een foto uit de zomer van 1906 zien: haar oma zit als klein meisje buiten in de schaduw. Oma’s vader stichtte in de buurt een nederzetting. Er groeien bomen en bloemen, het gras staat hoog. Betty kijkt er vaak naar, zegt ze. „Die foto is hier ergens genomen. Maar het gebied is onherkenbaar veranderd. De tijden dat het klimaat nog prettig was, komen misschien nooit meer terug.”