Theodor Kockelkoren, inspecteur-generaal der mijnen: "Ik vind het ongemakkelijk dat ik Groningers geen precieze antwoorden kan geven op heel normale vragen die zij stellen."

Merlijn Doomernik

Theodor Kockelkoren (SodM): ‘Geen precieze antwoorden hebben, is ongemakkelijk’

Staatstoezicht op de Mijnen

Kort nadat Theodor Kockelkoren als nieuwe inspecteur-generaal der mijnen aantrad, vond de zware beving bij het Groningse Zeerijp plaats. Wanneer de bevingen stoppen, is volgens hem „totaal niet te bepalen”.

Hij was nog bezig aan zijn kennismakingsrondje toen zijn woordvoerder iets na drie uur zijn kamer binnenrende. Theodor Kockelkoren kon op 8 januari, een week na zijn aantreden, meteen aan de slag toen de grond bij het Groningse Zeerijp beefde. Als kersverse baas van het Staatstoezicht op de Mijnen kondigde hij een dag later voor het eerst in de geschiedenis code rood aan in Groningen. „Mijn kennismakingsrondje heeft wat aan snelheid ingeboet”, zegt hij onderkoeld. „Hier was iets bijzonders gebeurd, dat was voor iedereen duidelijk. We gaven ook aan met een advies aan de minister te komen.”

Een paar weken later deed Kockelkoren (1969), inspecteur-generaal der mijnen, zijn woorden gestand. De aardgasproductie moest zo snel mogelijk terug, van bijna 22 miljard kubieke meter naar jaarlijks 12 miljard. De veiligheid van Groningen moest centraal staan, niet meer de leveringszekerheid aan de huishoudens en de industrie. Minister Wiebes nam niet alleen het advies van de SodM over, maar besloot in maart zelfs dat de Groningse gasproductie in twaalf jaar naar nul terug moest. Daardoor werd Zeerijp, met 3,4 op de schaal van Richter de een na sterkste beving, een keerpunt.

Vóór het advies aan de minister had u direct een conflict met de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). De gaswinner, joint venture van Shell en ExxonMobil, vond dat u met ‘code rood’ te simplistisch communiceerde.

„We maken sinds dit jaar gebruik van een zogeheten Meet- en Regelprotocol, dat bepaalt wat iedereen moet doen na een aardbeving. Bijvoorbeeld de productie terugschroeven. Ik vind het belangrijk dat je zo’n technisch verhaal ook aan de burger uitlegt. Die eenvoudige uitleg moet recht doen aan de ernst van de situatie, zoals het KNMI dat bijvoorbeeld doet met een weeralarm.

„Zo hebben wij er ook over gecommuniceerd, code rood in dit geval, en dat was denk ik onverwacht voor de NAM. Als eerste reflex stelden zij de vraag of de technische nuance niet veel te veel verloren gaat. Daar voelde de NAM zich niet zo comfortabel bij.”

En ze schreven de toezichthouder een boze brief.

„Ik denk dat dit inmiddels wel een plekje heeft gekregen bij ze. Dat protocol was, voor mijn tijd, goed voorbereid, en van eerdere versies hadden we tegen de NAM gezegd: dit vinden we niet goed. Er was veel discussie geweest en dat zal ook een rol hebben gespeeld bij de reactie na Zeerijp.

„Je kan niet alles voorbereiden, bij zo’n crisis. In het protocol was eigenlijk minder aandacht besteed aan de vraag hoe we communiceren als we echt in een spannende situatie belanden. Ik denk dat de NAM daar nog aan moest wennen. Ik geloof niet dat het bedrijf toen bang was voor de gevolgen in de politieke besluitvorming. De NAM is heel bewust bezig met wat zij doen en wat voor gevolgen dat heeft voor de veiligheid. Dat proberen zij naar eer en geweten te doen als ingenieurs.”

Diezelfde NAM kwam eind vorig jaar met een rapport waarin zij concludeerde dat de kans op een zware aardbeving in Groningen jaarlijks 16 procent bedraagt. Hoe ga je daarmee om als toezichthouder?

„Dat is heel lastig. De wet zegt dat mijnbouw veilig moet zijn. Veilig voor de medewerkers, maar ook voor de omwonenden en het milieu. De wet zegt ook dat je de nadelige gevolgen zoveel mogelijk moet beperken. Daar kan je nooit tegen zijn, maar hoe bepaal je nu of iets acceptabel is?”

Inspecteur-generaal Kockelkoren onderscheidt twee problemen waar een duidelijke norm ontbreekt: schade aan gebouwen en de veiligheidsbeleving. Voor de veiligheid zelf is er wél een wettelijke norm. „Een door de minister ingestelde commissie heeft het mooi uitgelegd: in Groningen mag je geen grotere kans hebben om te overlijden dan in de rest van Nederland. Dat begint houvast te geven.”

„Van die norm zijn we in ons Zeerijp-advies uitgegaan. Dan heb je een forse maatregel nodig. Daardoor loopt de kans op bevingen, ook de grote, terug van 16 naar 8 procent. Er kan dus nog steeds een zware aardbeving in Nederland komen.

„Die onzekerheid maakt het ons heel lastig. Ik vind het ongemakkelijk dat ik Groningers geen precieze antwoorden kan geven op heel normale vragen die zij stellen. Bijvoorbeeld wat de kansen op aardbevingen worden als de gasproductie naar nul gaat. Wanneer is het moment dat je tegen de mensen kan zeggen: en nu is het voorbij? Dat kunnen we totaal niet bepalen.”

Begrijpt u met al die onzekerheden dat minister Wiebes de versterkingsoperatie onlangs heeft stopgezet? Mensen die dachten dat hun huis zou worden aangepast zijn die zekerheid nu ook kwijt.

„De versterkingsoperatie van zo’n 22.000 woningen was gebaseerd op de productieniveaus van een paar jaar geleden. Het is logisch dat je opnieuw gaat nadenken nu de productie naar nul gaat. Er zal nog steeds versterking nodig zijn, maar die zal er net wat anders uitzien. Ik denk dat iedereen in Groningen dat begrijpt. Hoe die risico’s veranderen zijn we nu aan het onderzoeken.

„Mensen hebben wél moeite met de recente beslissing van de minister om twee operaties van telkens ruim 1.500 huizen ook even stop te zetten. Ik begrijp het dat daar een forse discussie over loopt.

„De minister is beducht dat hij huizen gaat versterken waar dat niet meer nodig is. Is dat theoretisch? Dat durf ik niet te zeggen. Wij zijn nu de gegevens aan het uitzoeken zodat de minister kan zeggen: we gaan na deze pauze verder of juist niet. Dat is echt aan hem om te beoordelen.”

Als je het over beleving van het veiligheidsgevoel hebt, had je dan niet beter het onderzoek van de SodM naar de nieuwe situatie kunnen afwachten, in plaats van voor drie weken de boel stop te zetten?

„Ja, die veiligheidsbeleving moet je meenemen in je afweging. Zeker als je nu naar de situatie kijkt – want de emoties zijn natuurlijk enorm opgelopen – werkt dit door naar de veiligheidsbeleving. Bij een politieke afweging zou ik de minister adviseren om die veiligheidsbeleving een plek te geven.”

Kockelkoren, ex-McKinsey, heeft veel ervaring in de toezichtsector: hij werkte twaalf jaar bij de Autoriteit Financiële Markten. Nu moet hij het SodM door veranderende tijden loodsen. In het woensdag verschenen jaarverslag schrijft de organisatie dat er veel op haar afkomt en dat de werkdruk hoog ligt. Dat kan zelfs leiden tot „verminderde bevlogenheid”.

Kockelkoren: „Acht jaar geleden was de ondergrond in Nederland veel minder een thema. Vooral door de aardbevingen in Groningen kijkt iedereen nu over je schouder mee. Voorheen deed je toezicht meer in de luwte, er was minder druk van buitenaf. Daar moet je je op aanpassen, bijvoorbeeld in de communicatie.

„Daarnaast krijgen we ook meer werk als gevolg van de energietransitie. Er komen daardoor meer onderwerpen op ons bordje. Denk bijvoorbeeld aan windparken op zee of aan geothermie. In het laatste geval worden putten geslagen om aardwarmte te winnen. Kilometers diep. Waar en hoe doe je dat veilig? Ik denk dat Groningen een les is om hierbij heel goed vooraf naar de veiligheid te kijken.

Lees ook: Zorgen over bevingen bij project voor aardwarmte

„Die energietransitie is bedoeld om ons veilig te houden, dat hoef ik niet uit te leggen, maar die transitie zelf heeft ook zijn risico’s. Die kunnen nu spelen, maar ook veel later. De geologische tijd gaat natuurlijk langzamer. Je ziet bij de zoutwinning dat er vijftig jaar geleden dingen zijn gedaan waar we nu de risico’s van ondervinden.

„Of neem de oude gasputten. Die worden nu afgesloten met beton, maar wie sluit uit dat dit beton over vijftig jaar minder sterk wordt en dat die putten gaan lekken? Wie gaat dat meten en draagt over vijftig jaar de kosten? Eigenlijk zou je dit soort vragen al mee moeten nemen op het moment dat je een vergunning verstrekt.”

    • Milo van Bokkum
    • Erik van der Walle