Very British, met traditie, lef en humor

Het Verenigd Koninkrijk presenteerde zich vrijdagavond met zelfvertrouwen en zelfspot. Recensie van openingsceremonie annex pr-stunt.

Wat is het Verenigd Koninkrijk anno 2012? In elk geval een land dat onder leiding van regisseur Danny Boyle een spectaculaire opening van de Olympische Spelen kan organiseren.

En vooral ook een land dat met zelfspot naar zijn eigen verleden durft te kijken, en niet bang is daarvan ook de minder prettige kanten te laten zien. Een land dat trots is op zijn literaire verleden – Shakespeare – en heden – Harry Potter. Op zijn muzikale bijdrage aan de wereld: van Edward Elgar tot The Beatles, Kaiser Chiefs en vele anderen. Op de sporten die het heeft uitgevonden, van cricket tot voetbal. Op het internet, dat door de Brit Tim Berners-Lee werd bedacht.

Een land dat nog altijd verlangt naar het idyllische platteland, het green and pleasant land van William Blake, op die typisch melancholische wijze die vooral de Engelsen eigen is. En dat misschien zelf altijd moppert over de BBC en de gratis National Health Service. Maar die ook niet zou willen missen: was dit Boyles subtiele boodschap aan de regering-Cameron, die op beiden wil bezuinigen?

Zelfs het weer werd gevierd. In de nepwolken die door het stadion zweefden, had Boyle regen zitten. Voor het geval de warmte van de afgelopen week zou doorzetten. Dat was niet nodig, het is immers Engeland en zomer. De natuur deed haar werk. Maar de nepwolken zouden wel een geweldige persiflage zijn geweest op de openingsceremonie van de Chinezen, die in 2008 juist raketten met zilverjodide afvuurden op de wolken om te voorkomen dat het tijdens het evenement zou gaan regenen.

Het Verenigd Koninkrijk is duidelijk ook een land dat trots durft te zijn, zonder dat dit overdreven patriottistisch wordt. Dat had ook niet gepast. Als er een volk nationalistische borstklopperij verafschuwt, dan zijn het de Britten. Zie de verwijzingen naar die andere strofe uit William Blake: ook de dark satanic mills van de industriële revolutie, de vernietiging van de natuur en menselijke verhoudingen en de politieke onrust kwamen naar voren.

Zoals Boyle een aantal weken geleden al zei: de openingsceremonie moest een ,,sympathiek, eerlijk en niet naïef portret” worden.

Was het allemaal te volgen voor kijkers die de Britse geschiedenis niet kennen? Nee, misschien niet. De verwijzingen naar de mars van werkloze arbeiders uit Jarrow in 1936, de suffragettes, of de aankomst van de eerste migranten met de Windrush in 1948 uit Jamaica, waren subtiel. Net als de culturele hints: het Shipping Forecast, het weerbericht voor de scheepvaart waarmee de BBC-radio al decennia de Britten tegen middernacht in slaap wiegt. En Pearly Kings en Queens zijn dan misschien een symbool voor de East End working class, hier vielen ze vooral op door hun paarlen knoopjes die schitterden door het licht va de talloze flitsende camera’s.

Gaf dat? Nee. Boyle wist de emotie door muzikaal spektakel over te brengen. De drummers deden het stadion trillen. De een minuut stilte voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog was ontroerend.

Bovendien was er een vleugje wereldberoemde Britsheid. James Bond (Daniel Craig) behoeft geen introductie, en koningin Elizabeth zeker niet. Noch J.K. Rowling, die een stukje uit Harry Potter voorlas, of de dertig Mary Poppins met hun paraplus uit de lucht kwamen vliegen. Mr Bean (Rowan Atkinson) zorgde voor de broodnodige schaterlach na de wat zwaardere elementen.

Dat was in lijn met Danny Boyle’s eerdere werk. Ook in films als Trainspotting en het Oscar-winnende Slumdog Millionaire schakelt hij van zwaar naar licht, van traan naar lach. Nu wist hij de donkere kanten van het Verenigd Koninkrijk te belichten, maar ook ‘the best of British’. Zonder dat die laatste categorie voelde als een pr-stunt. Al was het dat natuurlijk wel, à 27 miljoen pond (33,5 miljoen euro).

Na Boyles culturele spektakel volgde de aankomst van de sporters, met voor Nederland windsurfer Dorian van Rijsselberghe (23) als vlaggendrager. Het danceduo Underworld, dat eerder meewerkte aan de soundtrack van Boyle’s Trainspotting, had de muziek zo gemixt dat de ceremonie ‘slechts’ een uur duurde.

Voor de oplettende kijker zaten ook daar subtiliteiten ingebouwd: op West End Boy East End Girl van The Pet Shop Boys kwamen de Chinezen bijvoorbeeld binnen, op de Bee Gees de Fiji’s (Fiji-eilanden). Andersom deden ook de deelnemende landen een poging tot Britse humor: de Tsjechen kwamen bijvoorbeeld binnen met paraplus en laarzen. En de muziek swingde zo, dat de parade niet heel lang voelde.

Daarna volgde de ontsteking van de olympische vlam. Tot vrijwel het einde van de avond hadden Boyle en het Londense organiserende comité (Locog) geheim weten te houden welke Britse sportheld de laatste vlamdrager zou zijn. Gespeculeerd – lees: gegokt – werd er volop: van vijfvoudig medaillewinnaar en roeier Steve Redgrave tot Seb Coe, de voorzitter van Locog, het organiserend comité van de Londense Spelen.

De eer ging ook niet naar voetballer David Beckham. De man die instrumentaal was bij het binnenhalen van de Spelen, en de vlam ook uit Athene haalde. En die tot zijn eigen teleurstelling niet werd opgeroepen voor het Britse voetbalteam. Hij mocht de vlam wel tot in het stadion dragen, waar Redgrave hem overnam. In lijn met het thema van deze Spelen ‘Inspire a Generation’ ging de vlam vervolgens van van jongere naar jongere, van olympiër naar olympiër, van hand tot hand. Tot de zeven toekomstbeloften aankwamen bij het midden en van daaruit het olympisch vuur aanstaken.

Boyle liet zich bij zijn openingsceremonie inspireren door de monoloog van de heksenzoon Caliban in The Tempest van Shakespeare: ,”Be not afaerd, the isle is full of noises”, zegt hij. „Wees niet bang, het eiland is vol lawaai, geluiden en zoete geuren, die plezier geven en geen pijn doen.” Als Boyle met deze opening ook nog wilde vertellen hoe de komende zeventien dagen zullen verlopen, dan is hem dat zeker gelukt.