Column

Vergeten baby!

Mijn mobieltje is ermee gekapt. Nee, ligt niet aan T-Mobile. De BlackBerry faalt. Ik had hem in de auto laten liggen en hij is in de snikhitte gestikt. Dom? Ja dom. Maar het is maar een mobieltje en het niet bereikbaar zijn geeft een heerlijk gevoel.

Ook onhandig. Zeker als je anderhalf uur in de file staat omdat de bomen van de brug bij Muiden niet open willen. Kan je niet naar je afspraak bellen dat je later bent. Dat de brug het niet deed kwam ook door de hitte. Het ijzer was uitgezet. Heerlijk land zijn we: twee herfstblaadjes en de wissels lopen vast, anderhalve sneeuwvlok en de seinen schamen zich dagenlang rood en drie stralen zon en alle bruggen hangen massaal uit het lood. Hoor op de radio dat we de ontwikkelingshulp aan Rwanda voorlopig stopzetten. Vraag me af of het geen tijd wordt dat wij aan Rwanda financiële steun vragen. Voor de bruggen, de seinen en de wissels.

Mooie machteloze minuten voor zo’n brug. Ik wachtte op de burgemeester van Muiden die een potje met ons kwam meeleven. Maar die bleef lekker op fietsvakantie. Hij was op reis met Aleid Wolfsen, die ook geen zin had om naar zijn Utrechtse onderdanen te komen kijken.

„Ze kunnen allemaal de kanker krijgen”, schijnt hij gezegd te hebben en liet het in eerste instantie oplossen door zijn loco. Pas na lang aandringen is hij naar huis gegaan. Grappige man, die nu toch echt maar ander werk moet gaan zoeken. Als je de essentie van je vak niet snapt, ga dan fietsen.

We zijn een raar land. Twee maanden heeft de hemel dikke tranen gehuild, het weer was uitzichtloos somber, het aantal suïcides hoger dan ooit, dus denk je bij de eerste spatjes zon: dit wordt genieten. Maar wat roepen de nieuwslezers? „Niet in de zon! Levensgevaarlijk! Kanker, kanker en nog eens kanker!” Als u in de zon wilt moet u een skipak aan, moonboots aan de voeten en een integraalhelm op. Wel een met getint vizier. En langer dan vier minuten per dag is een enorm risico. En niet zwemmen. Absoluut niet zwemmen. Waarom niet? Je kunt overvaren worden door een binnenvaartschip of je wordt getroffen door een watervogelparasiet en voor je het weet zit je onder de jeukende blaasjes. En het water is sowieso gevaarlijk. In de buurt van Amsterdam zit het vol coke en cannabis. Zo uit het riool in onze plassen en rivieren. De Franse toeristen hangen hele dagen met hun neus boven het doucheputje in hun Amsterdamse hotelkamers en de Duitsers springen met open mond de gracht in. Ons water is een walhalla voor drugsverslaafden. Zonder wietpas door het water joelen. Opeens snap ik de uitdrukking zo stoned als een garnaal. Dus niet zonnen en niet zwemmen. Dat is het weekje zomer in Nederland.

Laatste nieuws dat ik op mijn BlackBerry kreeg was van die vergeten Belgische baby, die gestikt is in de auto van haar vader. Hij was druk, druk, druk, druk en vergat zijn slapende kind af te geven bij de crèche. Schijnt heel vaak te gebeuren. ’s Avonds, toen hij de hummel kwam halen, kwam hij erachter. Kindje was gestikt. Onvoorstelbaar.

Ik vertelde dit verhaal aan een oude radeloze dame, die in een Tehuis voor Oude Radeloze Dames haar leven uit zit te zitten. Ik vertelde haar dat het vaker gebeurt, maar meestal goed afloopt. Zij keek me lang aan en zei toen: „Ik begin veel te vergeten, maar dit kan toch gewoon niet. Je kunt veel vergeten, maar niet je kind! Dan is het toch ergens totaal mis. Structureel! Te lang te bloot in de zon gezwommen?”

De tranen blonken in haar oude vermoeide ogen, ze wil niet meer omdat ze niet meer kan. Waarna ze heel zacht fluisterde: „Het wordt mooi weer! Heb jij voor mij het adres van die Belg?”