Vader : 'Wim zoekt iets anders'

Wim Nannings nam in 1974 de winkel W.C. Nannings van zijn broer over, onderdeel van een familiebedrijf in sanitair, centrale verwarming en elektriciteit, dat in 1896 werd opgericht. Zoon Wim Nannings wist al vroeg dat hij het familiebedrijf niet wilde voortzetten.

Wim Nannings (62), getrouwd. Heeft een zoon en een dochter. Nam in 1974 W.C. Nannings van zijn broer over, een winkel in sanitair, cv en elektriciteit in Nijmegen.

„Eigenlijk wilde ik naar de sportacademie. Maar mijn vader zag daar niks in. En in die tijd luisterde gewoon naar je ouders. Dus toen mijn vader wilde dat ik de winkel overnam, deed ik dat.

„In 1896 begon mijn opa, Wilhelmus Christiaan Nannings, een winkel in sanitair. Mijn vader volgde hem in 1935 op. Hij heeft het bedrijf laten groeien, voegde de tak elektriciteit eraan toe. En later haalde hij zijn oudste zoon – mijn broer – erbij, die de centrale verwarming meenam. Ik was een jaar of 25 toen ik de winkel van mijn broer overnam – hij ging verder met de installatietak. Mijn vader wilde de overname voor me financieren, maar ik leende het geld liever bij de bank. Dan krijg je geen moeilijkheden met geld in de familie.

„Hoewel ik er, toen ik kinderen kreeg, niet vanuit ging dat zij me zouden opvolgen, hebben we onze zoon voor de zekerheid toch dezelfde voornamen gegeven: Wilhelmus Christiaan. Natuurlijk zou ik trots zijn geweest als hij de naam W.C. Nannings had voortgezet, maar het ondernemerschap is niet zaligmakend. Bovendien zijn de tijden anders geworden. Door de crisis loopt de omzet terug en moet ik weer harder werken.

„Het was al vroeg duidelijk dat Wim geen belangstelling had voor het bedrijf. Waar ik op jonge leeftijd met de monteurs meeliep, voelde Wim weerstand. Als hij een lampje nodig had, zei ik: ‘Pak het maar uit de zaak’. Maar zelfs dat wilde hij niet doen. Ik denk dat hij niet goed kon omgaan met de wat rauwe manier waarop onze klanten zich uiten. Wim zoekt voor zijn toekomst een andere uitdaging. Op een iets hoger niveau.

„Aan het idee dat de Nannings-lijn ophoudt, ben ik gewend geraakt. Mocht ik straks geen koper vinden, dan stop ik gewoon. Dan houdt het op.”

Zoon : ‘Ik ben het einde van de lijn’

Wim Nannings (31) woont samen. Hij werkt op de inkoopafdeling van de Bijenkorf.

„Het gevoel is er nooit geweest. Al sinds mijn derde weet ik dat ik het bedrijf niet zal voortzetten. Het is een machowereld. Daar werd ik vroeger heel verlegen van. Ook de naam Nannings zal ik niet doorgeven: ik heb altijd geweten dat ik geen kinderen wil. Ik ben het einde van de lijn.

„Ik deed wel klusjes voor de zaak. Versierde met Kerstmis de kerstbomen. Maar vakantiewerk in de winkel deed ik nooit. Mijn vader vroeg het me wel, maar ik ging liever bij de V&D werken. Daar was het groter, anoniemer, met artikelen waar ik meer interesse in had. Ik zag niks creatiefs in een cv-ketel. Je kunt er niets mooiers van maken. Dat technische trok me niet.

„Mijn vader heeft me nooit het gevoel gegeven dat ik hem moest opvolgen. We spraken er ook nooit over. Als mensen mijn ouders ernaar vroegen, zeiden ze: ‘De tijd zal het leren’, of: ‘Het gevoel is er nu niet’. Mijn zus toonde ook geen interesse. Deed ook geen vakantiewerk in de winkel. Het is jammer dat de naam Nannings ophoudt, het bedrijf heeft zo’n lange geschiedenis en dan stopt het bij mij. Maar ik voel me niet schuldig.

„Ik heb wel veel geleerd van het familiebedrijf. Dat hard werken niet erg is. Plichtsbesef. Verantwoordelijkheidsgevoel. Ook gaan werken als je je niet lekker voelt. Nooit chagrijnig zijn. Anders komen de klanten niet terug. Het zaken doen zit in mijn bloed. Ik heb commercieel inzicht, ben altijd op zoek naar vernieuwing. Die beweging vind ik in mijn werk in de retail. Met de spullen die ik inkoop, maak ik de leefomgeving van mijn klanten beter. Daar ben ik goed in. En eigenlijk is dat hetzelfde als wat mijn vader doet.”