Tijd voor soberheid

Sobere en tijdloze kleren. Drie nieuwe labels richten zich in crisistijd op minimalisme.

Het nieuwe toverwoord in de mode is minimalisme: sobere, goed gemaakte kleren , die in elk geval de suggestie wekken dat ze veel langer dan een seizoen mee gaan.

De huidige minimalistische golf begon halverwege 2009, toen de Britse modeontwerpster Phoebe Philo na een carrièrepauze van drie jaar haar comeback maakte als hoofdontwerper van het Franse modehuis Céline. Zowel pers als publiek reageerde lyrisch op haar sterke maar eenvoudige silhouetten. Sindsdien is haar stijl door veel anderen opgepikt. De afgelopen drie jaar zijn in Nederland drie nieuwe labels opgestaan die ook zulke minimalistische mode maken: Sophie#1234567+, Land en Sober.

Maar was alleen Philo de aanleiding voor de komst van deze merken? Nederlandse ontwerpers hebben al een tamelijke lange traditie van sobere, heldere mode. Zo veroverde Alexander van Slobbe in de jaren negentig de internationale modewereld met zijn abstracte, sobere mannenlabel SO en zijn zo mogelijk nog ingetogener damesmerk Orson+Bodil. Van Slobbes werk draaide puur om het onderzoeken van stof, vorm en technieken. Maar welbeschouwd gaat de geschiedenis nog verder terug; al in de jaren zeventig kwam Frans Molenaar met grafische, ogenschijnlijk simpele ontwerpen.

Een recent voorbeeld is de Rotterdamse ontwerpster Monique van Heist die haar praktische en doordachte kleding al jaren buiten de modeseizoenen om verkoopt. Ze presenteert niet elk half jaar een compleet nieuwe collectie, maar heeft één tijdloze collectie waaraan ze zo nu en dan een nieuw kledingstuk toevoegt. Alles blijft altijd te koop.

Modetheoretica José Teunissen verklaart de Nederlandse traditie van minimalistische mode als volgt. „De Nederlandse modegeschiedenis is relatief kort. Toen Alexander van Slobbe begon, waren er geen grote modeontwerpers aan wie hij zich kon spiegelen. Maar Nederland had al wel een rijke traditie op andere gebieden van vormgeving. En die was minimalistisch en sober, denk maar aan Mondriaan en Rietveld.”

Wat ook meespeelt volgens Teunissen, is dat veel Nederlandse modeontwerpers zijn opgeleid op kunstacademies, waar volgens die sobere Nederlandse traditie onderwezen wordt.

„Als je nog verder terugkijkt, kom je uit in de zeventiende eeuw”, zegt Teunissen. „Toen kleedden Nederlanders zich al sober en met veel zwart. Dat was een uiting van democratie en gelijkheid; Nederland had geen adellijke traditie vol grootsheid en decadentie. Ingetogenheid zit ingebakken in onze cultuur.”