Made in China wordt Bought by China

De Chinese staat spoort zijn bedrijfsleven aan om flink in het buitenland te investeren. Maar beschikken de Chinezen over het talent en de kennis om buitenlandse bedrijven te leiden? De successen zijn vooralsnog schaars.

Hun Engels is uitstekend, ze zijn vertrouwd met westerse financiële en politieke systemen, hebben gestudeerd aan Chinese en buitenlandse topuniversiteiten en voelen zich net zo op hun gemak in de wereld van big oil en de haute finance als in de hoogste regionen van de Communistische Partij van China, waar hun bazen zetelen.

Liu Shengjun, directielid van de Chinese European Business School (CEIBS) in Shanghai en columnist, schetst een flatteus beeld van de nieuwe generatie managers bij China National Overseas Oil Company (CNOOC) en is dat is geen kwestie van gespeelde Chinese vleierij.

„Wat zij presteren met het vriendschappelijke overnamebod op het olie- en gasbedrijf Nexen in Canada is knap. Als dat doorgaat, is dat een doorbraak voor Chinese staatsbedrijven wereldwijd’’, zegt hij prijzend. Liu kent de nieuwe CNOOC-topman Li Fanrong (48) en diens team goed, want zij waren of studiegenoten of lezers van zijn handboek voor Chinese ondernemingen die in het buitenland „de Grote Sprong Voorwaarts” willen maken.

Het bijzondere van de overnamepoging schuilt niet alleen in de omvang (15,6 miljard dollar), maar ook in de zorgvuldige, tactische voorbereiding, het omzeilen van politieke gevoeligheden en de voorbeeldwerking voor andere Chinese staatsbedrijven. „Dit is het eerste grote succes in vele jaren, hier gaan velen lessen uit trekken”, aldus Liu.

Net als investeerders, de media en politieke leiders in Noord-Amerika is hij verrast door wat hij een „gesofisticeerde deal” noemt: de overname van een van de grootste bedrijven in de Canadese oliesector, dat op twee continenten in drie landen actief is. De deal moet worden goedgekeurd door politieke en economische autoriteiten, argwanende vakbonden en inlichtingendiensten.

De verbaasde reacties, vooral ook in China waar commentatoren vaak behept zijn met een minderwaardigheidscomplex als het om het Westen gaat, kan Justin Knapp van Ogilvy Public Relations in Peking verklaren. „Na het heftige politieke verzet in de VS tegen de Chinese poging om in 2005 Unocal in de VS over te nemen, hebben Chinese bedrijven politiek gevoelige overnames in het Westen vermeden uit angst voor gezichtsverlies en mislukkingen. Zij gingen in Noord-Amerika en ook Europa op kousenvoeten rond en kochten eigenlijk alleen maar minderheidsbelangen op’’, zegt de pr-adviseur die Chinese staatsbedrijven in het westen langs valkuilen leidt.

En, zo voegt hij eraan toe: „Iedereen kent het begrip Made in China. We zullen in de komende jaren steeds vaker het begrip Bought by China gaan horen, want wat we in de afgelopen tien jaar hebben gezien is nog maar een voorbode, een begin.”

Dat is nog maar de vraag, want er zijn talrijke hindernissen en verreweg de meeste, eenzijdige investeringen en overnames vonden plaats in Afrika, Latijns-Amerika en Azië in het kader van de mondiale jacht op grondstoffen.

Aan politieke steun van de autoriteiten in Peking zal het niet liggen. Eerder dit jaar herhaalde de Chinese premier Wen Jiabao tijdens het Nationale Volkscongres zijn „advies’’ (lees order) aan de tachtig grootste Chinese bedrijven om „naar buiten te gaan”, Zou chuqu. Het verhogen van de Chinese directe overzeese investeringen heeft vanaf dit jaar prioriteit boven het naar China halen van westers en ander buitenlands kapitaal.

Sindsdien gaat geen dag voorbij of de politieke managers van de tweede economie van de wereld manen het Chinese bedrijfsleven tot „het verkennen van verre horizonnen’’ en „het oprollen van de hemdsmouwen”. Alsof de mannen in hun donkere pakken en witte overhemden de afgelopen zes, zeven jaar stil hebben gezeten. Toch hebben zij, net als de leiding van CNOOC, nieuwe mars-orders gekregen om buitenlandse bedrijven op te kopen in sleutelsectoren: energie, grondstoffen, productiefabrieken en merknamen met verkoopkanalen.

Geld is geen probleem, want de staatsbanken en staatsfondsen staan klaar. Liever vandaag dan morgen zet premier Wen Jiabao de 3.200 miljard dollar aan buitenlandse deviezen, die grotendeels zijn geïnvesteerd in laag renderend Amerikaans schatkistpapier, om in olie, gas, koper, zink en technologie.

En kansen zijn er ook genoeg. „Veel Europese, Amerikaanse en andere westerse bedrijven hebben grote moeite te overleven en dat biedt Chinese bedrijven enorme kansen om in het buitenland te investeren. De crisis zorgt voor niet te missen kansen”, denkt Liu. Niet alleen in Afrika en Azië, maar vooral ook in Noord-Amerika en Europa, waar het niveau van Chinese investeringen met 10 miljard dollar in 2011 nog laag is.

Belangrijker is misschien nog wel dat de angst voor het „rode gevaar” lijkt weg te ebben. Knapp van Ogilvy: „In het Westen, zeker in Noord-Amerika, werden Chinese staatsbedrijven sneller dan elders in de wereld in verband gebracht met slavenarbeid en schendingen van mensenrechten. Dat sentiment is terecht aan het verdwijnen. Dat zien we in Canada maar ook in de VS.”

Zonder enige vorm van protest konden Chinese bedrijven in de VS in de afgelopen maanden grote belangen nemen in Hollywood, de pen-sioen- en bankensectoren en in de oliestaten Oklahoma, Texas en Louisiana. Dat het Chinese Wanda door de overname van AMC Entertainment de op één na grootste bioscoopexploitant werd in Amerika, vonden alleen de financiële media interessant. Het feit dat niet een Amerikaans maar een Shanghais constructiebedrijf de brug aanlegt tussen San Francisco en Oakland over de baai van San Francisco is tekenend. Liu van CEIBS: „Door de crisis zien we ook de laatste resten van koude oorlogsretoriek snel verdwijnen. Chinees geld is welkom, al is het van de staat.”

Hij, en dat lijkt ook te gelden voor de Chinese overheid, maakt zich meer zorgen over de vraag of Chinese bedrijven wel over het talent, de finesse, de kennis en de ideeën beschikken om buitenlandse bedrijven te leiden.

„Er is een groot verschil of je minderheids- of meerderheidsaandeelhouder bent, of je derde officier op de brug bent of de kapitein van het schip. Ben ook erg benieuwd hoe dat straks met CNOOC gaat”, zegt Liu. Hij staat in China bekend als een criticaster van Chinese ondernemingen die „zonder expertise, met weinig talenkennis of interesse in andere culturen op overnamejacht gaan”.

Van hem en enkele collega’s bij CEIBS is ook de waarneming dat Chinese bedrijven goed zijn in het opkopen van grondstoffen en het overnemen van geavanceerde technologieën, maar „vaak tekortkomen als het gaat om nieuwe ideeën”. Ook de Chinese minister van Handel Chen Deming erkent dat. Hij zei onlangs dat Chinese bedrijven „zwak” zijn als het gaat om culturele en sociale verantwoordelijkheid.

Uit recent onderzoek van de universiteit van Peking blijkt dat zestig procent van de Chinese ondernemingen die naar het buitenland willen, vinden dat zij niet het managements-talent in huis hebben om plannen om te zetten in daden. „Voor velen is het Westen toch nog een andere wereld en dat is niet alleen vanwege de slechte kwaliteit van de Chinese restaurants”, erkende onlangs ook de China Daily in een opmerkelijk openhartig commentaar naar aanleiding van klachten over de praktijken van Chinese bouwbedrijven in Afrika.

Dure opleidingsinstituten als CEIBS en de Chinese vestigingen van westerse topuniversiteiten maken een hausse door, want managers worden op grote schaal op cursus gestuurd. Desondanks zijn de echte grote Chinese successen op overnamegebied buiten de grondstoffensector schaars.

Steeds weer opnieuw worden dezelfde voorbeelden genoemd, waaronder Lenovo dat in 2004 de pc-poot van IBM overnam en Geely dat in 2009 Volvo van de ondergang redde. Lenovo passeert dit jaar HP als grootste pc-producent ter wereld en er rijden voor het eerst zichtbaar meer Volvo’s rond in steden als Shanghai en Peking.

In de hypes over ‘China verovert de wereld’ gingen de talrijke mislukkingen en het eenzijdige accent op grondstoffen verloren. In die lange lijst staat het geblokkeerde bod op Unocal in 2005 bovenaan, gevolgd door gesneefde projecten in Australië, België, Polen, Nederland en Griekenland.

In dat laatste land is de overname van de haven van Piraeus vooralsnog voor Chinese bedrijven geëindigd in een financieel drama. En in Nederland mislukte een poging om Draka over te nemen. Op Haier in de elektronicasector en ZTE en Huawei in de telecomwereld na, zijn er nog weinig Chinese merknamen met een internationaal bekende naam.

In de erkenning van de China Daily dat het management van Chinese bedrijven nog niet aan internationale standaarden voldoet, ontbrak een cruciaal element en dat is de rol van de Communistische Partij zelf. De CPC benoemt de leiders van de staatsbedrijven. Politieke motieven en interne afwegingen wegen soms zwaarder dan kennis en ervaring. Vaak is in onderhandelingen ook onduidelijk wie de werkelijke bazen zijn van het staatsbedrijf dat aan de onderhandelingstafel zit. CNOOC-topman Li is bijvoorbeeld niet alleen de zakelijke leider, maar maakt ook deel uit van de partijcel van de onderneming die in feite een verlengstuk is van de CPC. Hoogstwaarschijnlijk is hij niet de hoogste baas van het oliebedrijf.

Chinese bedrijven, zo luidt vaak de verzuchting in het Westen, komen aanzetten met grote delegaties, er wordt uitvoerig gedineerd en getoast op olympische plannen. Maar boter bij de vis leveren is lastiger. De Vlaamse projectontwikkelaar Guido Bernaerts die plannen klaar heeft voor de bouw van een European Market City langs de A12 bij Willebroek, waar een groep van tachtig Chinese bedrijven zich vorig jaar zou vestigen, heeft daar ervaring mee. „Wij staan hier al enkele jaren klaar met de boter en een prachtige wijn, maar we wachten ondanks alle intentieverklaringen en goede bedoelingen nog steeds op de Chinezen met de vis”, klaagt hij. Waarom er wordt geaarzeld? „Vanwege de euromalaise misschien. Eigenlijk weet ik dat niet.”

Liu Shenjiang van CEIBS klinkt dat bekend in de oren: „Als het om openheid, transparantie, duidelijke strategieën en gevoel voor niet-Chinese omgangsvormen gaat, hebben we inderdaad nog een lange weg te gaan. Zeker als wij ook buiten de energie en grondstoffensector succesvol willen worden. Dat moment komt door de eurocrisis en de Amerikaanse problemen snel dichterbij. De nieuwe generatie bedrijfsleiders is in aantocht. Kijk naar CNOOC.”