Iedereen bang, maar niemand geëvacueerd

Er zit asbest op de balkons van schoonverklaarde flats in Kanaleneiland. Hoe kan dat nou? Bewoners zijn boos. ‘Ik ga nu aangifte doen!’

Macer Aydemir en Morabit Hassan stappen woedend het wijkcentrum binnen. „We gaan aangifte doen”, zegt Aydemir. „De woningcorporatie heeft ons in een levensbedreigende situatie gebracht. Dit is schandalig.”

Hassan: „Ik dacht dat het veilig was om naar huis te gaan. Maar er zit nog steeds asbest. Niet te geloven, we wisten van niets.”

Dat er volgens deskundigen asbest in de isoleerplaten aan hun balkons zit, slaat in als een bom bij de bewoners van een schoonverklaarde flat in de Utrechtse Kanalenwijk. Woningcorporatie Mitros verklaarde de flat aan de Stanleylaan onlangs asbestvrij. De woningen zouden gesaneerd en gerenoveerd moeten zijn. De renovatie is niet af – de bouwvakkers zijn op vakantie. De asbesthoudende platen op de balkons zijn onbedekt achtergelaten, zonder dekpaneel.

„Laat er een stoel tegen aan vallen en de stof zit in de lucht”, zegt Morabit Hassan. Hij wijst bezorgd naar de grijze platen tussen zijn balkon en de slaapkamer van zijn kinderen. Over hun gezondheid is hij het meest bezorgd. „Waarom is het dekpaneel voor de asbestplaat weggehaald? En waarom is ons niet verteld dat daar asbest in zit?”

Bij zijn flatgenoten spelen dezelfde vragen. Ze zijn vooral bang dat zij en hun kinderen kankerverwekkend asbest inademen.

Hassan Abih woont drie jaar in de flat. Hij schrikt als hij het nieuws hoort. „Ik dacht dat het veilig was nu. Maar zo voel ik me niet meer.”

Er verschijnt een echtpaar met kinderen op één van de balkons. De mensen op straat wijzen naar de platen achter het gezin. „Pas op, niet aankomen. Daar zit asbest in”, roept Macer Aydemir naar boven. De schrik is van het gezicht van de vader af te lezen. In zijn woning verklaart hij zijn reactie: de asbestplaat is niet alleen aan de buitenkant onbedekt. Het binnenpaneel is ook beschadigd. „De asbest kan zo de kamer van mijn kinderen in waaien”, zegt de vader die niet met naam in de krant wil.

Op straat heeft Morabit Hassan inmiddels Mitros opgebeld met zijn zorgen. „Ze antwoordden dat ik niet bang hoef te zijn. Ik kan rustig naar huis gaan. Van asbest zou geen sprake zijn.” Hij schudt zijn hoofd.

Over Mitros is geen enkele bewoner te spreken. Macer Aydemir is met name kwaad over de communicatie vanuit Mitros. „Ze zijn slecht bereikbaar. En er is niemand die ons vertelt wat er nu gaat gebeuren.”

Morabit Hassan wijst naar twee geëvacueerde flats aan de overzijde van de straat. Beveiligers zorgen dat niemand de flats betreedt. Hassan: „Als er in mijn flat ook asbest is, waarom wordt dan niet ook iedereen geëvacueerd?”