Geef gewoon meer geld aan zorg

De techniek gaat vooruit, zodat mensen langer kunnen leven. Daarop moet niet worden bespaard. Politici moeten inzien dat zorg domweg geld kost, vinden Kees Klinkhamer en Ton de Kok.

Illustratie Pepijn Barnard

Iedere politieke partij heeft een mening over hoe de zorgkosten te beheersen. Politieke motieven verleiden politici vaak tot niets verplichtende uitspraken zoals: ‘Ondoelmatige handelingen moeten verdwijnen of worden beperkt’. Niemand vertelt ons precies waar dat ondoelmatige handelen dan plaatsvindt en wat eraan gedaan moet worden. Veelal worden de directe kosten opgesomd. Daar zou dan een rem op moeten worden gezet.

Natuurlijk, de directe kosten bedragen 20 miljard. Veel geld! Maar u kunt er verzekerd van zijn dat dat bedrag gewoon verder zal toenemen. Niet veel aan te doen. Een paar voorbeelden:

De Nederlander wordt ouder en ouder. Kanker komt voornamelijk voor op oudere leeftijd en dus zal het aantal kankerpatiënten verder toenemen.

Door vroege opsporing en betere behandelingen neemt de kans hieraan te sterven af. De ziekte krijgt een chronisch karakter. Steeds meer patiënten kunnen met de ziekte verder leven. Maar om dit te bereiken, moeten kostbare therapieën worden ingezet.

Een voorbeeld is de toepassing van twee chemotherapeutica bij het lymfeklierpositief borstcarcinoom waardoor in een tijdsbestek van vijf jaar de kosten meer dan verhonderdvoudigd zijn. Maar dankzij deze therapie konden er bij een groep van 216 vrouwen 24 extra genezen worden verklaard, tegen 8,1 miljoen extra kosten voor de geneesmiddelen. U leest het goed: verhonderdvoudigd. Wilt u aan deze voor ieder mens positieve ontwikkeling paal en perk stellen? Wij dachten van niet. Uw kiezers willen die zorg immers toch? En terecht!

Nog een voorbeeld: dankzij moderne technieken kunnen nu vroegtijdig recidieven bij de kankerpatiënt worden opgespoord en kan door operatieve ingrepen of chemotherapie alsnog genezing worden bereikt. Controle om de drie tot zes maanden is hiervoor van belang. Radiologisch was vroeger alleen een ontoereikende eenvoudige foto voorhanden die ongeveer 40 euro kostte, maar waar je niet veel op zag. Nu is voor dit onderzoek een tienvoudig duurdere CT- of MRI-scan beschikbaar, waar je vrijwel alles op ziet. Willen de kiezers weer terug naar die foto van vroeger? Wij dachten van niet. Een complicerende en daardoor kosten verhogende factor is bovendien de comorbiditeit. Bijna alle oudere patiënten hebben er andere ziektes bij, bijvoorbeeld diabetes of chronisch longlijden. Dit vereist extra aandacht, diagnostiek en behandeling van de behandelaar. ‘Zorg op maat.’ Willen we daarin het mes zetten? Wij dachten wederom van niet. Ook dat verkoopt een politicus niet aan zijn kiezer, en trouwens ook niet aan zichzelf, wetende dat hij zich vroeg of laat onder die groep patiënten zal bevinden.

Wij hebben nu een beeld gegeven van stukjes ‘zorg’ waar de politiek van moet afblijven. Als de politiek niet in staat is bij de kiezers de vraag naar meer en beter in te dammen, en dat is zij niet, dan moet er jaarlijks gewoon veel geld bij. Niettemin zijn er terreinen waar wel kan worden bespaard.

In de eerste plaats zijn miljoenen verslindende zinloze handelingen toe te schrijven aan de googelende patiënt die met een kant en klare diagnose in de hand op de stoel van de zorgverlener gaat zitten. In een onlangs gehouden enquête onder duizend zorgverleners bleek 75 procent van hen te zijn geïntimideerd en bedreigd en werd doorverwijzing naar een specialist of verder onderzoek zoals CT of MRI geclaimd. Weinig aan te doen. De dokter wil niet met zijn patiënten in conflict. Oplossing: een wet. Wie een second opinion wil, of een voorziening die de dokter niet nodig acht, betaalt zijn wens zelf. Een bordje in de wachtkamer en voldoende publiciteit voorkomt dan dat de patiënt eisen blijft stellen.

In de tweede plaats: de sporter. Wat te denken van de 170.000 geblesseerde sporters die zich jaarlijks melden bij de eerste hulp? En de 13.000 schaatsers die dit jaar het ziekenhuis bezochten? Sportblessures kosten jaarlijks 1,3 miljard euro, waarvan 300 miljoen aan directe medische kosten. Sport heeft grote voordelen voor ons allen, maar moeten die op de gemeenschap worden verhaald? Wie sport wil bedrijven met blessuregevaar, dient een aanvullende verzekering te sluiten. Dit jaar gingen 1,1 miljoen Nederlanders op wintersport. Dachten wij dat zij geen geld meer hebben voor een goede aanvullende verzekering? Dat dachten wij niet. En we willen even geen tegenwerpingen van de sporters over die junkfoodeters, rokers en andersoortige verslaafden. Sporter, wees blij dat je kunt sporten!

In de derde plaats: de medische mogelijkheden worden steeds groter. Dat vinden wij allen een zegen, want we blijven daardoor gezonder en langer leven. Daar staan kosten tegenover en dus moet de eigen bijdrage omhoog. Maar waarom voor iedereen naar 350 euro? Wij kunnen ons aan de hand van inkomens- en vermogensposities stappen voorstellen van 350, 500, 750, 1.000, 5.000 euro. Dat diept niet op, zegt de rijke. Ik betaal al veel meer belasting, voegt hij eraan toe. Dat is juist, maar de tijden vragen om extra maatregelen. Bovendien verlicht dat de pijn bij de minder draagkrachtige die 350 euro veel harder voelt dan de man die voor de lol een BMW-sportwagen kan kopen.

In de vierde plaats: de AWBZ- zorg, de meest uitgebreide in de wereld. Daar is al veel over gezegd. Recentelijk zijn goede houtsnijdende voorstellen tot bezuiniging over dat terrein gedaan.

Politici: doe er wat mee en heb het lef de kiezer een reëel beeld voor te houden. Er zal de komende decennia veel meer geld nodig zijn, maar belemmer in hemelsnaam niet de vorderingen in de behandelingen van ziektes die de levensverwachting en de kwaliteit van leven verhogen. Veelbelovende screeningmethoden moeten tot nu toe worden uitgesteld omdat het geld ervoor ontbreekt. We willen allemaal gezond oud worden. Die wens is niet onbetaalbaar, als er klip-en-klare maatregelen worden genomen.

Kees Klinkhamer is emeritus hoogleraar geneeskunde. Ton de Kok (CDA) is oud-lid van de commissie Gezondheidszorg van de Tweede Kamer.