Een diplomatieke tango tegen wapenhandel

Eveline Rooijmans onderhandelt en lobbyt namens Oxfam Novib in New York over een wapenhandelverdrag. Praten, praten, praten in alle talen en aan het einde van de dag op blote voeten terug naar het hotel.

Eveline van Rooijen in Den Haag Foto Leo van Velzen

Donderdag 19 juli

De dag begint met een bijeenkomst van non-gouvernementele organisaties. We bespreken de laatste tekstvoorstellen voor het wapenhandelverdrag. Om tien uur naar de grote zaal, vlak voordat de onderhandelingen beginnen. Daar komen de vertegenwoordigers uit 190 betrokken landen bijeen en kunnen we onze lobbypunten met ze bespreken. Vandaag gaat het opnieuw over de crux: landen mogen geen wapens uitvoeren als er een groot risico bestaat dat deze wapens gebruikt worden voor mensenrechtenschendingen.

Ik spreek de delegaties van Mexico, Nigeria, Mali, Oostenrijk en het Vaticaan; leuk om te zien dat sommige landen onze punten meenemen als ze het woord voeren.

Een enorme regenbui aan het eind van de dag. Ik trek mijn dure schoenen uit en wandel op blote voeten naar het hotel. Een vrouw die ernaar staat te kijken, roept: „Excellent!”

Vrijdag

Nog één week te gaan. Zelfs de basispijlers van het verdrag staan er nog niet. Zo is er nog geen overeenstemming over het doel van een wapenhandelverdrag: het verminderen van menselijk leed. De Noren willen vandaag een verklaring afleggen om alarm te slaan. Met de ontwerpverklaring loop ik langs Afrikaanse delegaties. De meeste sluiten zich aan. Collega’s van onder andere Amnesty en IKV Pax Christi doen hetzelfde en om drie uur hebben zich al meer dan zeventig landen aangesloten. Als de verklaring voorgelezen wordt, leidt dat tot een spontaan applaus. Ik ben blij met het resultaat. Bij ondoorzichtige processen is het belangrijk om de stem van de meerderheid van landen die een goed verdrag willen, stevig te laten doorklinken.

Omdat ik toch in New York ben, bezoek ik de Nederlandse VN-vertegenwoordiging. We voeren een geanimeerd gesprek over burgerbescherming, Somalië, Soedan en Burundi. Nederland heeft hier een bescheiden maar belangrijke rol. Goed te horen dat ze die effectief inzet.

Zaterdag

De badkamerdeur is in het slot gevallen en kan niet meer open! Voor één keer ben ik blij dat we uit kostenoverwegingen de kamer delen. En dat in New York elk uur van de dag een reparateur beschikbaar is. Binnen tien minuten sta ik weer buiten. Vandaag naar Central Park. Ook shop ik me een ongeluk en trakteer ik mezelf op een lesje pilates in een sportschool. Aan het eind van de dag stuur ik een kaartje aan JM, die ik ken uit de gevangenis, waar ik als vrijwilliger werk. Hij hangt alle kaarten die hij krijgt op de deur zodat hij zelf ook af en toe op reis kan, in gedachten.

Zondag

Kees sms’t dat hij vanmorgen de eerste komkommers heeft geoogst. Lekker dichtbij de natuur – dat mis ik hier! Zoveel beton, mensen, sirenes, winkels en reclames. Wat een contrast met vorige maand. Toen liep ik nog op een stille zandduin in Niger.

De rest van de dag vergaderen met zo’n honderd mensen van de Control Arms-coalitie. Een kleurrijke schare mensen uit 85 landen. We hebben verhitte discussies over onze eigen ‘redlines’: welke compromissen kunnen we accepteren, en vanaf welk punt gaan we de landen adviseren zich te verzetten? Wat vinden we bijvoorbeeld van het idee van China om mensenrechten niet-bindend in het verdrag te zetten in ruil voor het opnemen van ‘kleine wapens’? Erna gaan we borrelen met een aantal collega’s uit Frankrijk, Libanon, Argentinië, Kenia en Duitsland; heerlijk om het ook even over andere dingen te hebben dan over wapenhandel.

Maandag

Telkens weer verbaast het me hoe steriel de discussie verloopt. Urenlang discussiëren over één zin! Zittend in hun pluchen stoel vergeten diplomaten al gauw dat er elke minuut in de wereld iemand sterft door gewapend geweld. Blij dat ik voor Oxfam werk en de delegaties aan deze harde werkelijkheid mag herinneren. Door de gesprekken hierover komen de vrouwen die zo bruut mishandeld werden door soldaten in Congo, ook bij mij weer tot leven.

Zoals Fatima, die ik ontmoette toen ik daar vier jaar geleden werkte. Ondanks het seksueel geweld dat zij te verduren kreeg, verzekerde ze mij dat zij de ex-soldaten wel zou heropvoeden als ze zich in haar dorp zouden vertonen. Ook de ex-soldaten komen weer tot leven. Na maandenlang op hen inpraten, wilden ze mij eindelijk hun wapens overhandigen. Hun wapen was immers bron van inkomsten. En macht. Gelukkig heb ik daarna nooit meer een kalasjnikov hoeven aanraken. Hier in New York zijn helaas ook te veel mensen aanwezig die geld verdienen aan wapens. Dat wapens zoveel leed veroorzaken, is hun laatste zorg.

Dinsdag

Vandaag is het eerste concept van een verdragtekst verschenen. Met stoom uit de oren analyseren we paragraaf voor paragraaf en praat ik met Ivoorkust, Oostenrijk, Burundi en Frankrijk. ’s Middags komen alle delegaties bij elkaar voor een reactie.

Urenlang luister ik door de koptelefoon naar de verklaringen van de landen. Alleen bij Rusland en China zet ik het kanaal op de Engelse vertaling. De rest begrijp ik zonder vertaling. Dat is handig, het opent veel deuren als je iemand in zijn of haar eigen taal kunt aanspreken.

Sommige deuren blijven echter gesloten. China en Rusland blijven keihard tegenwerken. De VS trouwens ook. Er worden twaalf miljard kogels per jaar geproduceerd. Toch willen de VS ammunitie uit het verdrag houden. Het gruwelijke schietincident bij de première van Batman verandert hier niets aan. Instinctief hoop ik dat dit verdrag ook hier een einde aan zou maken. Maar helaas, dit gaat alleen over handel en niet over wapenbezit.

Nu er een tekst ligt, past de voorzitter de tactiek van uithoudingsvermogen toe. Ik loop de zaal uit en klets met iemand van de Franse delegatie. We lachen om de vergelijking van de Argentijnse voorzitter die de onderhandelingen vergeleek met tangodansen: twee lichamen die synchroon moeten bewegen om vooruit te komen. Een mooi spel, maar niet zonder strijd. Om een uur of elf kruip ik doodmoe mijn bed in.

Woensdag

Actie van de Control Arms-coalitie tegenover het VN-gebouw: een begraafplaats met zerken die elk tweeduizend doden voorstellen. Zoveel mensen sterven elke dag door gewapend geweld. De rest van de dag mail, praat en overleg ik met landendelegaties over de vijf gaten die we willen dichten in de ontwerptekst.

Terwijl de blaren op m’n voeten almaar groter worden, zoeken we ’s avonds lang naar een terras. We drinken een borrel met de Nederlandse delegatie. Aangezien de Nederlandse ambassadeur voorzitter is van een deelcomité, zit hij dicht op de onderhandelingen. We verschillen van mening over de vraag of de ontwerptekst een verschil gaat maken in landen als Syrië of Soedan. Volgens de ambassadeur wordt de uiteindelijke tekst mogelijk niet zo goed als Nederland zou willen. Maar je moet compromissen sluiten als je belangrijke wapenexporteurs als VS, China en Rusland en liefst ook India en Brazilië aan boord wilt houden.

Gelukkig verschillen we niet van mening over de rol van organisaties als Oxfam en Amnesty die het wapenhandelverdrag tien jaar geleden op de VN-agenda hebben gezet. Toen geloofde bijna niemand dat zoiets mogelijk was. En nu zijn we bijna zover. Als alles goed gaat tenminste.

Donderdag 26 juli

Morgen is de laatste dag. Tot het laatste moment blijft de kans reëel dat de tekst verder afgezwakt wordt. India en China zijn tegen belangrijke paragrafen. Ook de VS blijven zich verzetten tegen munitie. Overal zitten groepjes mensen naarstig naar compromissen te zoeken. De Chinezen belobbyen de Afrikanen, maar de Afrikaanse delegatieleden houden voet bij stuk. Geweldig! Het lobbywerk van mijn Afrikaanse collega’s is van groot belang geweest. Onze invloed is groot door het pact dat we vormen, Iran wilde ons zelfs uit de onderhandelingszaal weren.

Om half vier ’s middags verschijnt de nieuwe tekst. Er lijkt een kleine verbetering aangebracht in de paragraaf die mensenrechtencriteria afdwingbaar maakt. Voor de paragraaf die bepaalt over welke wapens het gaat, geldt hetzelfde en munitie staat er zowaar in. Maar de paragraaf mensenrechten blijft zwak. Ik maak me zorgen, krijgen we dat voor morgenavond nog gefikst?

Helaas wordt er niet meer publiekelijk gerapporteerd. Onze juristen buigen zich over de vraag of de landen zonder moraal ontsnappingsclausules zullen vinden om toch wapens aan Syrië te leveren. Zo ja, dan is het voor ons een ‘no go’. En zijn er mogelijkheden om dit verdrag in de toekomst aan te scherpen? De delegaties sturen de tekst naar hun hoofdsteden. Morgenavond moet er getekend worden. Zal het lukken? In dat geval is er nog veel werk voor organisaties als Oxfam om de onwillige landen aan hun verplichtingen te houden. Maar dan hebben we een verdrag. Dan schrijven we geschiedenis.