Discipline maakt me veel gelukkiger

Liza Ferschtman (1979) is violiste en artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Een Nederlandse in Stuttgart, met Russische wortels. „Ik heb me moeten ontworstelen aan een overmaat aan zorg.”

Rusland

„Mijn ouders zijn beiden musicus. Voor mijn geboorte emigreerden ze uit Moskou naar Nederland, en vanaf mijn vierde woonden we in Bosch en Duin. Dat was toen nog een betaalbaar dorp waar de ene na de andere straaljager uit Soesterberg overheen scheerde. Mijn moeder was met haar enorme bos rode krullen – het equivalent van zo’n platte, brede Afrikaanse acaciaboom – een bezienswaardigheid op het schoolplein. Wij ontbeten vaak warm, met kliekjes van de avond ervoor. We praatten over dichters en denkers. Ik dacht lang dat alle Russen zo waren, net zo absurd als de gedachte dat alle joden intellectuelen zijn.

„Een cliché dat wel waar is: Russen uiten liefde in een overmaat aan zorg. Ik heb me daaraan moeten ontworstelen. Laat me vrij, laat me los! Ook als violiste heb ik me onbewust vaak tegen mijn Russische afkomst verzet. Dan wilde ik laten horen dat ik ook een heel klassieke Beethoven kan spelen, of een heel strakke, barokke Bach. Maar die drang naar passioneel musiceren zit wel degelijk in me.”

Delft

„Ik nam de artistieke leiding van het Delft Chamber Music Festival in 2007 over van Isabelle van Keulen. Het was eerst echt haar festival, daardoor had ik er in het begin moeite mee het me toe te eigenen. Ik ben maar de gastvrouw, dacht ik dan. Langzaam durfde ik meer mijn eigen stempel te drukken.

„Het festival biedt me de kans om buiten mijn eigen, vanzelfsprekende kring te treden. Acteur Jacob Derwig bewonderde ik al tijden, die heb ik voor een eerdere editie benaderd. Dit jaar doet cabaretier Micha Wertheim mee, illustrator Sieb Posthuma, grafisch ontwerpster Cristina Garcia Martin. Het is ontzettend bevredigend als het allemaal lukt. Maar het is ook véél. Er komt zeker een punt dat ik denk: nu iemand anders. Omdat er, ooit wellicht, kinderen komen. Of omdat ik me meer op mijn eigen spel wil richten.”

Vergrijzing

„Klassieke muziek is niet hip. Hip zijn dingen met een korte levensduur, daar heeft klassieke muziek veel te veel inhoud voor. Toen ik in Delft begon, had je nog amper initiatieven voor jongeren. Als ik mijn vrienden van de middelbare school vroeg wat ze van concerten vonden, zeiden ze: het is zo stijf. Toen heb ik de ‘cocktailconcerten’ verzonnen, die breed navolging vonden.

„Toch geloof ik niet dat de klassieke concertformule is uitgeput. Ik geloof ook niet in verplatting. Klassieke muziek hoeft niet te worden uitgedund tot ijzeren repertoire en het NOS Journaal moet niet overgaan op ‘gewone mensentaal’ – toen ik dat hoorde, dacht ik dat ik gek werd. Volwassenen zijn geen kleuters! Bij recitals vertel ik wel altijd iets over de muziek die ik speel. Ook een minder hermetisch stuk als de Vioolsonate van Poulenc komt meer tot leven wanneer je erbij vertelt wat een ambigue figuur de componist was. De kunst is de luisteraar te betrekken bij wat je doet. Ja, ik geloof in verheffing. Waarschijnlijk ben ik daarin hopeloos ouderwets. Of Russisch, haha.”

Thuis

„Ik dacht altijd dat ik vrij Nederlands was. Ik ben hier geboren, opgegroeid, woonde sinds mijn zestiende zelfstandig in Amsterdam. Dus toen mijn vriend André Morsch als operazanger ensemblelid werd van het Staatstheater in Stuttgart, was dat even slikken. Een lange-afstandsrelatie wilde ik niet, dus in feite woon ik nu daar.

„En het gekke is: ik vind het heerlijk. Als hij er maar is, voel ik me thuis. ’s Ochtends fiets ik de berg op naar een van de repetitiestudio’s van de opera en daar kan ik ongestoord viool studeren. Ik kan me daar concentreren op mijn werk zonder geplaagd te worden door schuldgevoel over vrienden die ik verwaarloos.

„Juist omdat ik als musicus heel vrij ben mijn tijd zelf in te delen, is het heerlijk als structuur zich zo vanzelfsprekend aandient. Ik ben ook veel gelukkiger als ik gedisciplineerd leef. Ik speel beter, ben beter in vorm, alles gaat beter. En daarnaast kun je óók leuke dingen doen. Want ik ben natuurlijk wel iemand die graag van alle walletjes eet.”

Uiterlijk

„Ik koop jurken bij Mart Visser. Daar had ik lang dubbele gevoelens over. Violiste Simone Lamsma had pas voor weinig een prachtjurk gevonden en zangeres Cora Burggraaf ziet er in de simpelste jurken uit als een prinses.

„Waarom moet ik dan die dure jurken? Maar zulke calvinistische oprispingen zijn eigenlijk onzinnig. Die jurken zijn investeringen. Het publiek ziet je eerst, hoort je daarna. Ik voel me prettiger als ik er goed uitzie. Ik loop ook hard, eet weinig koolhydraten. Laat ik het verslappen, dan krijg ik opeens last van dat ene te harde hotelbed. Met sport en gezond eten is dat allemaal goed te voorkomen.”

Keuzestress

„Ik geef zo’n tachtig concerten per jaar. Sommigen van mijn collega’s spelen soms bijna het dubbele aantal, dat zou ik nooit volhouden. De vraag is altijd hoe je je werk doseert. Violist Frank Peter Zimmermann, die ik erg bewonder, neemt twee weken vrij als hij ergens het Vioolconcert van Sibelius gaat spelen. Terwijl hij naar mijn idee technisch in een hogere klasse speelt dan ik. Dus wie ben ik dan om óók Sibelius te willen spelen en ervoor ook nog allemaal losse concertjes aan te nemen? Maar ‘nee’ zeggen vind ik lastig, zeker als het vriendendiensten betreft.

„Hoe groot wil je worden? Op dit moment heb ik een ‘tussencarrière’. Concertaanbiedingen te over, maar daarvoor moet ik wel veel verschillend repertoire instuderen. Het risico van die versnippering is vermindering van de kwaliteit. En mijn ambitie is juist beter te worden, en te groeien naar concerten met betere orkesten, interessantere dirigenten en mooiere zalen.

„Kiezen is een kunst. Ik haal er steeds meer voldoening uit minder te doen met meer aandacht.”

Onzekerheid

„Ik denk niet dat ik meer last heb van onzekerheid dan mijn collega’s. Ik ben er wel altijd openhartiger over geweest. Twijfel is taboe voor veel podiumkunstenaars. Dat is onzinnig. Iedereen is verwikkeld in een constante strijd met zijn eigen oordeel. Maar ik kan er soms wel een beetje in doorschieten. Pianist Enrico Pace speelt recitals met mij en nog twee violisten die veel beroemder zijn dan ik. Lange tijd bleef ik me maar verontschuldigen. ‘Haha, dat zal wel grappig voor je zijn hè, om nu eens met mij te spelen.’ Na een tijdje zei hij: ophouden, je bent gewoon een goede musicus. En dat is natuurlijk ook zo.”

Discipline

Vier uur studeren per dag is de ondergrens. Voor hysterisch drukke tijden zijn er trucjes om met minder weg te komen, maar uiteindelijk is dat roofbouw. Ik ben als kind pas een beetje serieus gaan oefenen toen ik negen was. Echt ernst werd het me toen ik dertien was en doorkreeg dat het alternatief was dat anderen veel beter werden dan ik. Achteraf vind ik het jammer dat ik niet eerder harder ging studeren.

„Zou dat zielig zijn geweest? Ik weet het niet. Onze tijd heeft een ongemakkelijke relatie met discipline. Kinderen dwingen, zoals ‘Tijgermoeder’ Amy Chua deed, kan averechts werken. Maar aan de andere kant, violiste Viktoria Mullova zei eens dat ze, hoewel ze het als kind vreselijk had gevonden zoveel te studeren, óók wist dat ze anders nooit ‘Mullova’ was geworden. Ik heb meegekregen dat je je gave moet respecteren en ontwikkelen. Talent is niet vrijblijvend, het is een verantwoordelijkheid.”

Delft Chamber Music Festival, 3 t/m 12 augustus. Info: www.delftmusicfestival.com en www.lizaferschtman.com