Die formatie wordt straks een eitje

Eureka. Politiek Den Haag is er uit. Kamerbreed zijn ze achter dé oplossing voor de immer stijgende uitgaven aan de gezondheidszorg, de grootste kopzorg van elk kabinet dat aantreedt na de verkiezingen. De oplossing is een vrouw. Ze komt voor in het verkiezingsprogramma van de acht grootste partijen: VVD, PvdA, PVV, CDA, SP, D66, GroenLinks en ChristenUnie.

Ze heet: de wijkverpleegkundige. Ooit wegbezuinigd omdat de zorg groter en efficiënter moest, maar nu dus weer helemaal in. Oké, bij de PVV heet de wijkverpleegkundige wat ongeïnspireerd ‘buurtzorg’, maar het idee komt op precies hetzelfde neer: de gezondheidszorg komt naar de mensen toe.

Hoe komt de hele Tweede Kamer plots op hetzelfde lumineuze idee? De radicalen en de gematigden? De populisten en de plucheplakkers? Simpel: ondanks de soms uitvergrote en vaak goed geacteerde verschillen tussen de partijen, is de Tweede Kamer in wezen een sjiek aangeklede kantoortuin.

En net zoals de gewone loonslaaf een bewezen neiging heeft na verloop van tijd op een van zijn collega’s te vallen, heeft de Tweede Kamer de neiging met zijn allen achter hetzelfde idee aan te rennen. Ze lezen dezelfde rapporten en adviezen en komen dan ook soms op dezelfde ideeën. Dat was in 2006 zo met de kinderopvangsubsidie. En nu is het dus de wijkverpleegkundige.

De wijkverpleegkundige is dan ook een oplossing you can’t refuse. Een topidee in verkiezingstijd, want volgens de rapporten gaat zij de zorg goedkoper maken (minder mensen hoeven naar het dure ziekenhuis) én ze brengt de zorg terug naar de menselijke maat. Twee keer goed.

Als u dus een politicus hoort zeggen tijdens een debat (ik gok Sybrand van Haersma Buma van het CDA of Diederik Samsom van de PvdA): „Wij zijn voor de terugkeer van de wijkverpleegkundige”, bedenk dan: dat willen ze allemaal! En bedenk ook dat eigenlijk al twee bewindslieden van de twee voorgaande kabinetten (Jet Bussemaker van de PvdA en Edith Schippers van de VVD) claimen haar in ere te hebben hersteld.

Er is meer wat alle grote partijen willen. Zo staat plots in opvallend veel verkiezingsprogramma’s dat pensioenfondsen moeten gaan investeren in Nederland. Nationalisme, ook altijd goed.

Maar dat is klein bier vergeleken bij de meest opmerkelijke overeenkomst van allemaal. Ondanks alle discussie over het kapot bezuinigen van de economie versus het op orde brengen van de overheidsfinanciën, blijken alle acht grote politieke partijen zich te committeren aan begrotingsdiscipline. Als u wil stemmen op een partij met een flink gat in de hand, dan heeft u pech.

De acht grote politieke partijen verklaren allemaal in hun programma te streven naar „structureel begrotingsevenwicht”. Dat is een economenterm voor een begrotingstekort van nul procent waarin conjuncturele mee- en tegenvallers niet meetellen. Het is dé maatstaf van het Centraal Planbureau. SP en PVV willen die nul bereiken „op termijn”. De andere grote zes willen dat in 2017, aan het einde van het volgende kabinet dus.

De invloedrijke adviseurs en ambtenaren in de Studiegroep Begrotingsruimte hebben precies uitgerekend wat die ambitie betekent. Wie structureel begrotingsevenwicht wil bereiken in 2017, moet 16 miljard euro extra saneren (meer binnenhalen of minder uitgeven). Dus alle partijen willen 16 miljard euro extra bezuinigen of belasting heffen. Zelfs de PVV en SP. Wat nou radicalisering van de politiek? Wat zijn onze partijen ongelooflijk keurig!

Mark Rutte liep in 2010 weg bij de formatiebesprekingen met PvdA, D66 en GroenLinks omdat zij de overheidsfinanciën onvoldoende wilden saneren. Het bedrag was hem te laag. Nou, onderhandelen maar, Mark. Want over het bedrag zijn de acht grootste partijen het nu kennelijk eens. Er is louter nog wat getouwtrek mogelijk over de invulling van die 16 miljard euro: wordt die binnengehaald door de lasten te verzwaren of door te bezuinigen? Maar daarin heeft Rutte zich ook bij de formatie met CDA en PVV pragmatisch getoond: in zijn 18 miljard euro aan ‘bezuinigingen’ zaten miljarden aan lastenverzwaringen.

Appeltje, eitje, die formatie. Ik zeg: een maandje praten en één A4’tje tekst.

Marike Stellinga