De suprematie van vier vriendinnen

Bescheiden vrouwen, maar eenmaal in het water zijn ze meedogenloos. Al vier jaar houdt de betovering aan. Nu het slotstuk.

Geef ze een bad vol water, en ze veranderen in beesten. Geen sportploeg met zo’n indrukwekkende staat van dienst is buiten competitie zo bescheiden, zo vriendelijk, zo innemend als de Golden Girls. Zwemvrouwen uit de provincie, wars van grootspraak, bluf of theater.

Europees kampioen, wereldkampioen, olympisch kampioen, meervoudig wereldrecordhouder? Ranomi Kromowidjojo uit Sauwerd, wereldster in wording, mag graag in plat Gronings twitteren. Inge Dekker, geboren in Assen, bloost regelmatig als zij door journalisten ondervraagd wordt. Femke Heemskerk, uit Roelofarendsveen, giechelt erop los, net als haar ‘mattie’, Marleen ‘ma’ Veldhuis uit Borne, moeder van een jonge dochter – en ook een beetje van de Nederlandse estafetteploeg.

Maar plaats ze op een startblok, en ze zetten de wereld op zijn kop. Eindhoven, Peking, Rome, Shanghai. The Golden Girls on Tour. Als alles goed gaat, volgt zaterdagavond het slotstuk, in het Londense Aquatic Centre. Want voor routinier Veldhuis (33) is het de laatste keer dat zij het water in duikt voor een olympische 4x100 meter vrije slag. „Op papier zijn we nog altijd de sterkste”, zegt coach Jacco Verhaeren. Maar goud win je in een zwembad, weet hij. Niet op papier.

Al ruim vier jaar houdt de betovering aan. Toen, in de Waterkubus van Peking, opende de internationale concurrentie al de jacht op de meest succesvolle combinatie uit de Nederlandse zwemgeschiedenis. Toch bleven ze tegen alle sportwetten in ongrijpbaar voor ’s werelds grootste zwemnaties, Australië, de Verenigde Staten en Duitsland.

Vraag de Nederlandse sprintsters naar het geheim en ze antwoorden dat ze een team zijn. Vriendinnen, al gaan ze niet met elkaar naar de film of shoppen in het winkelcentrum. Het meest opvallende aan het viertal is de bescheidenheid, grenzend aan verlegenheid, waarmee zij de harde wereld van de topsport benaderen. Ondanks hun fonkelende succesreeks, ondanks hun status, valt geen spoor van arrogantie te bekennen, bij wie dan ook. „Je moet het elke keer maar doen”, zegt Verhaeren dan. „On-Nederlands” knap, vindt hij de recordreeks van het kwartet.

Bij het opkomen voor de finale houden ze altijd even elkaars hand vast om, op het moment dat het moet gebeuren, de vriendschap nog eens te bezegelen. „We zijn individuele zwemsters, maar op de estafette voelen we heel sterk dat we het samen moeten doen”, zegt Kromowidjojo.

Vorig jaar, toen het viertal in Shanghai de wereldtitel van 2009 (Rome) prolongeerde, werd duidelijk hoe hecht de onderlinge banden zijn. Dekker gaf haar team een dramatische start en barstte al bijna in tranen uit nadat ze had aangetikt en haar tijd had gezien. Maar haar zwakke optreden werd ruimschoots goed gemaakt door de andere drie.

Toen Dekker na afloop door de media werd ondergevraagd over haar bijdrage aan de estafette sprongen haar ploeggenoten direct voor haar in de bres. Als een grote zus omarmde Kromowidjojo haar teamgenoot, onderbrak de journalisten en sprak tegen Dekker: „Jij gaat je niet schuldig voelen, we hebben samen de buit binnengehaald.” Ranomi Kromowidjojo, op dat moment 20 jaar oud.

Eén voor allen, allen voor één. Dat is de kracht van het team in een verder individuele sport als zwemmen. Als de één wat minder is, zwemmen de anderen wat harder. Elke keer weer. Samen zwemmen geeft volgens Heemskerk een bepaalde „magie”. Zonder die teamgeest had het viertal nooit vier jaar lang kunnen heersen, weet Verhaeren, die aan zijn vijfde Spelen als coach begint. „Ze hebben het altijd voor elkaar over gehad, zijn nooit verwijtend naar elkaar geweest”, zei hij in de NOS-documentaire Golden Girls.

Misschien komt het door hun bescheidenheid dat ze internationaal weinig in de belangstelling staan. Dat ze zich moeiteloos door Londen kunnen bewegen zonder te worden herkend, laat staan lastig te worden gevallen door handtekeningenjagers. Toen het viertal afgelopen woensdag in vol ornaat verscheen op hun persconferentie in het Aquatic Centre was er – buiten de Nederlandse zwempers – amper buitenlandse aandacht. Drie Zweedse journalisten waren aangeschoven voor de vraag wat Kromowidjojo vond van haar voornaamste concurrent op de 100 meter vrije slag, Sarah Sjöström. Maar de Amerikanen, de Australiërs, de Duitsers hadden geen interesse in de ploeg die sinds maart 2008 geen enkele estafette meer verloor.

Ondanks die reeks overwinningen en alle wereldrecords, verwacht het Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated dat de Nederlandse ploeg op de derde plaats eindigt op de 4x100 vrij, achter Australië (goud) en Amerika (zilver).

Officieel doet dat de Nederlandse vrouwen niks, zo zitten ze niet in elkaar. Maar uit dat gebrek aan internationale appreciatie halen ze een groot deel van hun kracht. Vlak voor de Spelen van Peking werd het kwartet in de internationale voorbeschouwingen niet eens genoemd als kanshebber, ook al waren ze toen al wereldrecordhouder.

Die houding, vooral van de Amerikanen, werkt op de Nederlandse vrouwen als een rode lap op een stier. Heemskerk las vorig jaar in Shanghai, vlak voor de WK-finale, de arrogantie in de ogen van de Amerikaanse vrouwen. „Je zag aan hun gezichten dat zij dachten te zullen winnen. Daar kan ik niet tegen, die arrogantie. Dan is het alsof ze mij voor de race een extra energiereep geven.”

Juist in die finale kwam Heemskerk als slotzwemster tot de snelste splittijd ooit (52,46 seconden) gezwommen door een vrouw in een badpak van textiel. Buiten het bad de vriendelijkheid zelve, in het water meedogenloos als een witte haai.

Het is de kracht van het collectief, de afwezigheid van overmatig grote ego’s, die de ploeg zo sterk maakt. Volgens sommigen zouden ze zelfs wat meer bravoure mogen tonen. Startzwemster Inge Dekker, van huis uit vlinderslagspecialiste, moet nog altijd haar zenuwen bedwingen voor ze een finale zwemt. In teamverband, met drie collega’s, voelt zij zich beter dan alleen. Haar rusteloosheid – ze veranderde vaak van trainer en verhuisde twee jaar geleden in het kielzog van Heemskerk naar Marseille – maakt haar tot de minst zekere schakel in de keten.

Het is niet voor niets dat zij in de slagorde wordt gevolgd door Kromowidjojo, het supertalent dat al voor haar achttiende olympisch goud in handen had. De jongste zwemster van het team nam in 2010, nadat ze was geveld door een gevaarlijke hersenvliesontsteking, geruisloos de rol van kopvrouw over van haar trainingspartner Veldhuis.

Dit jaar is ze veruit de snelste zwemster op aarde, maar Kromowidjojo onderscheidt zich, behalve door haar natuurtalent, nog op een andere manier van haar ploeggenoten: „Ranomi heeft meer zelfvertrouwen dan de andere Nederlandse meiden”, zegt haar Duitse concurrent Britta Steffen.

Kromowidjojo, de koele afmaakster, die als kind al de beste wilde worden. Nooit geïntimideerd door de grootsheid van de omgeving of de uitdaging. Vergelijkbaar met Pieter van den Hoogenband: olympische finales – het zijn de mooiste dagen in een zwemmersleven.

Minstens zo belangrijk is de rol van Marleen Veldhuis, misschien wel de ultieme estafettezwemster. De onbenoemde captain van de ploeg, gezegend met een schat aan internationale ervaring en een kast vol medailles, schikte zich moeiteloos in haar lot toen ze tijdens haar zwangerschapverlof, in 2010, voorgoed voorbij werd gezwommen door haar twaalf jaar jongere collega Kromowidjojo. „Onbesproken”, noemt Verhaeren Veldhuis. Geen dubbele agenda’s, geen fratsen.

Zaterdagavond kunnen ze geschiedenis schrijven. Nooit lukte het een andere vrouwenploeg dan de Amerikaanse om deze olympische estafettetitel, precies honderd jaar geleden in Stockholm geïntroduceerd, te prolongeren. Mocht dat lukken, dan zijn ze in één klap verzekerd van een nieuwe identiteit: Diamond Girls.