Tweederde asbest wordt illegaal verwijderd

Toezichthouders van asbestbedrijven moeten vaker op de fiets stappen. Kijken of ergens een schuur weg is. Dat zegt Frank Woreel namens de branche.

Hoe groot is het asbestprobleem in Nederland? Heel groot. Dat zegt Frank Woreel, secretaris van het Platform Asbestverwijdering, de vereniging van bedrijven die in de branche actief zijn. „Als we in het huidige tempo doorgaan met het saneren van asbest is er nog voor 30 tot 40 jaar werk.”

Het rommelt al jaren in de asbestbranche. In de sector zijn een kleine 300 bedrijven werkzaam: 100 die asbest inventariseren, 16 laboratoria die monsters onderzoeken en 150 bedrijven die asbest verwijderen. De overheid is niet tevreden over de wijze waarop deze bedrijven de regels naleven.

Bij recente controles van de Inspectie van SZW (voorheen de arbeidsinspectie) was bij 65 procent van de 1.200 werkplekken iets niet in orde. Tot 2015 worden er tien extra controleurs ingezet om te zorgen dat dit cijfer naar beneden gaat. Dan moet tweederde van alle bedrijven die met asbest werken dat volgens de regels doen.

Wat er bij de sanering in de Utrechtse wijk Kanaleneiland is misgegaan, kan Woreel niet zeggen. „Maar het zou zomaar kunnen dat de belangrijkste les die we hier straks uit trekken iets te maken heeft met overheidscommunicatie, en niet met asbestverwijdering. Iedereen is daar in de stress geschoten en er werd van alles door elkaar heen geroepen.”

Woreel ziet ondertussen de bui al hangen: de vraag om meer regels en strengere controle klinkt alweer. En dat terwijl er per 1 januari 2013 al een nieuwe toezichthouder bijkomt, de regionale uitvoeringsdiensten. „En we hadden al de gemeente die toezicht hield, en de arbeidsinspectie en de instellingen die veiligheidscertificaten verlenen. Daar komt nu dus nog een laag bij.”

Gaat het hier dan om een overbodige instantie?

„Ik betwijfel de toegevoegde waarde van deze regionale diensten. Ze doen me denken aan de centra voor Jeugd en Gezin, die vijf jaar geleden zijn opgezet. Die moesten alle problemen in de jeugdzorg oplossen. Daar hoor je inmiddels weinig meer van.”

Maar uit het incident in Utrecht blijkt toch dat het huidige toezicht tekortgeschoten is?

„Dat valt nog te bezien. Er zijn inmiddels honderden metingen gedaan waarbij geen asbest is aangetroffen. Laten we eerst de resultaten van het onderzoek maar eens afwachten.”

Wilt u dan minder controle? Dat is na zo’n incident een kansloos pleidooi.

„Ik wil dat er betere controle komt. Om te beginnen moeten de malafide bedrijven worden aangepakt. Terwijl de overheid het merendeel van haar inspanningen richt op de bedrijven die zich wel aan de regels proberen te houden, blijven malafide asbestverwijderaars bijna geheel buiten beeld. Die kunnen dus rustig alle regels met voeten treden.”

Hoe groot is dit probleem?

„Groot. Tweederde van het asbest in Nederland wordt illegaal verwijderd. Dan gaat het niet alleen om louche jongens die op zaterdagochtend een schuurtje afbreken. Ook gewone burgers die asbest moeten laten verwijderen, besluiten na het zien van een offerte regelmatig om het toch maar even zelf te doen. Dat asbest verdwijnt allemaal de afvalketen in, zonder dat er enig zicht op is.”

Waar schiet het toezicht hier tekort?

„De controle op asbest is maar één van de vele taken van een gemeenteambtenaar die werkt bij het bouw- en woningtoezicht. Het is voor zo iemand natuurlijk makkelijk om zich te richten op de bedrijven die gewoon in het telefoonboek staan en daarvan stapels administratie te verlangen. Maar dan ben je bezig met een papieren werkelijkheid. De inspecteurs zouden wat minder elke regel in elk rapport of werkplan moeten navlooien en wat meer op hun fiets de stad ingaan. Dan zouden ze zien dat er opeens een loods verdwenen is, zonder dat daar een sloopvergunning aan te pas is gekomen.”

Heeft u een voorbeeld van die papieren werkelijkheid?

„Als ergens asbest wordt verwijderd staat op zo’n plek soms een tent waarin onderdruk wordt gecreëerd. Dat is om te voorkomen dat er asbest ontsnapt. De mensen die met asbest werken, moeten elke twee uur die tent uit om zich te douchen. Bij het verlaten van de tent ontstaat er kort een kleine afwijking in de onderdruk. Het komt voor dat een ambtenaar dat ziet op een uitdraai en er een sanctie voor uitdeelt. Dat is vreemd, want die mannen houden zich aan de regels door onder de douche te gaan.”

Moeten we er dan maar op vertrouwen dat bedrijven het uit zichzelf goed doen? Dat is toch naïef?

„Natuurlijk moet er toezicht zijn. Maar de gemeente zou vooral moeten controleren of alle procedures netjes zijn gevolgd. Ze hoeven niet het werk van de bedrijven over te doen. We hebben de inspectie SZW en de certificerende instellingen voor de inhoudelijke controles. Als die vinden dat het in orde is bij een bedrijf, dan verdient dat bedrijf het vertrouwen.

„En verder moet de overheid goed bij zichzelf te rade gaan. Hoe belangrijk vinden we het gevaar dat asbest oplevert? Want veel middelen worden er niet ter beschikking gesteld om het probleem op te lossen. Bij elke offerte, ook bij die van gemeentes en het Rijk, wordt er altijd eerst naar de kosten gekeken. Als je veiligheid zo belangrijk vindt, zal je er ook voor moeten willen betalen. Daar heeft de burger uiteindelijk meer aan, dan aan het zoveelste rondje Kamervragen en beloftes over beter toezicht.”