Stikjaloers op de mensen die nog ergens in geloven

De laatste keer dat Roelf Jan Duin zich een verzetsheld voelde, was toen hij op zijn elfde een affiche van het CD van het verkiezingsbord afscheurde.

Journalisten zijn laffe mensen. Eeuwig commentaar geven vanaf de zijlijn, veilig verschuilen achter een masker van vermeende objectiviteit, nooit zelf kleur bekennen. Ook ik behoor tot de schrijvende stuurlui aan de Haagse wal. Maar trots ben ik er niet op.

Mijn eerste en enige daad van politiek activisme pleegde ik toen ik 11 was. Het was zomer en verkiezingstijd. Dat was in mijn ogen net zoiets als knikkertijd: opeens was het er, zonder dat je er enige invloed op kon uitoefenen. En al was ik meer geïnteresseerd in knikkers dan in politiek, ik voelde dat er iets spannends stond te gebeuren.

Die spanning werd mede veroorzaakt door de Centrum Democraten. Partijleider Hans Janmaat voerde de slogan ‘Vol = vol’ en zijn partij kon daarom op evenveel sympathie rekenen als pedovereniging Martijn nu. Me verzetsheld wanend griste ik op een avond, samen met mijn buurjongen, een poster van de CD van het bord met verkiezingsaffiches.

Juist op dat moment fietste de wijkagent voorbij en vroeg ons waar we mee bezig waren. We hielden een schijnheilig verhaal over ons Surinaamse klasgenootje, waar Janmaat zo’n hekel aan had, en hoopten zo een nacht in een koude en eenzame politiecel te ontlopen. De agent gaf ons vervolgens een spoedcollege staatsrecht, legde ons het belang van democratie uit en besloot met Voltaire: „Ik kan uw mening nog zo abject vinden...” Okee, dat laatste heb ik er later wellicht bij verzonnen, maar hoe dan ook, het maakte diepe indruk.

Nu ben ik journalist en houd ik mij verre van welke vorm van politiek activisme dan ook. Beschrijf enkel wat anderen doen, met een bovenmatige interesse voor wat er fout gaat. Benader hen die zeggen hun idealen na te streven met de grootst mogelijke argwaan. Ben voortdurend op mijn hoede om niet ten prooi te vallen aan gewiekste spindoctors.

De afgelopen maanden bezocht ik veel partijcongressen. Steevast ging ik er klagend heen. „Nou, ik mag mijn vrije zaterdag doorbrengen tussen de baantjesjagende salonsocialisten/ zwarte kousen / grachtengordelintelligentsia.” Ik twitterde iets flauws over een vegetarisch broodje dat ik kreeg bij GroenLinks. Maakte een niet zo geslaagde grap over dixieland en blazers bij de VVD. Maar stiekem was ik stikjaloers.

Jaloers op al die mensen die uren hadden geoefend om in twee minuten iets te mogen zeggen over de sociale paragraaf in hun partijprogramma. Op leden die honderden amendementen hadden doorgelezen en op een blocnote hadden geschreven welke ze zouden steunen en welke niet. Op enthousiastelingen die flyers uitdeelden om hun favoriete politicus een plaatsje hoger op de kandidatenlijst te krijgen.

Deze mensen waren nog werkelijk ergens bij betrokken. Dachten nog echt dat een betere wereld bij jezelf zou beginnen. En hadden besloten om mee te doen, in plaats van klagend aan de kant te blijven staan.

Plotseling drong het tot me door hoe ver ik was afgedreven van dat 11-jarige jongetje dat posters van de CD verscheurde, overtuigd dat hij de wereld hiermee een dienst bewees. Dit land heeft meer behoefte aan mensen die hun idealen nastreven dan aan mensen die geen idealen meer hebben. Nederland heeft minder zure stukjesschrijvers nodig, en meer wijkagenten die Voltaire citeren.

Roelf Jan Duin (34) vervangt deze week Rutger Lemm. Roelf Jan is politicoloog en parlementair verslaggever voor persbureau Novum. Ook is hij columnist voor politiekejunkies.nl.