Spoof jij deze even de verkeerde kant op?

Door GPS-signalen te storen, kan een raket of drone worden misleid. De NAVO bereidt zich voor op een ‘navigatieoorlog’.

Medewerker Defensietechnologie

Een nieuwe manier van oorlogsvoering dient zich aan. Eind juni slaagde een team van de Universiteit van Austin in Texas erin om een klein, onbemand vliegtuigje de verkeerde kant op te sturen door de signalen van het satellietnavigatiesysteem Global Positioning System (GPS) te storen. Spoofen heet dat in het jargon.

De Texaanse truc verleende geloofwaardigheid aan de Iraanse bewering dat militaire technici afgelopen december een vergelijkbare truc hadden uitgehaald om de besturing van een geheim Amerikaans onbemand stealth-vliegtuig over te nemen, een vliegtuig dat moeilijk valt te detecteren. En in maart van dat jaar, zo berichtte een Zuid-Koreaanse krant, was Noord-Korea er met GPS-storingsapparatuur in geslaagd een Amerikaans verkenningsvliegtuig tot landen te dwingen dat ten zuiden van de gedemilitariseerde zone patrouilleerde.

Is navigatie een elektronische achilleshiel van het Pentagon, en daarmee van de NAVO? Of de Iraanse en Noord-Koreaanse incidenten nu waar zijn of niet, er wordt hard gewerkt aan het dichten van hiaten in de verdediging tegen spoofen. Binnen de NAVO groeit navigational warfare rap aan belang. Dat bleek bij de NAVO-oefening Unified Vision die het bondgenootschap in juni bij Trondheim in Noorwegen hield.

„Het is geen oefening”, zegt David Wittstruck, het Amerikaanse hoofd van de NAVO-taakgroep voor Intelligence, Surveillance and Reconnaissance, „maar een generale repetitie. We willen klaar zijn voor de volgende NAVO-campagne, zodat we niet nog hoeven te leren wanneer de operaties al in volle gang zijn.” Zeven F-16’s van de Koninklijke Luchtmacht namen deel aan de operaties, onder meer om het opsporen van bermbommen te trainen.

Het draaide bij de oefening in Noorwegen om informatie: hoe krijg je alle categorieën inlichtingen – beeld, spraak en data – bij elkaar? Daar is steeds meer van, en daarom wordt het verzamelen, filteren en op de juiste plek krijgen van informatie steeds belangrijker. Dat is heel complex, sommige militairen spreken van „een hoog dikkebrillengehalte”.

Tussen al die soorten inlichtingen wordt één categorie steeds belangrijker: geo-intelligence. Om goed te kunnen navigeren en bombarderen, moet je beschikken over exacte geografische informatie. Denk aan driedimensionale kaarten waarmee kruisraketten de contouren van het landschap volgen, of aan het ontdekken van „levenspatronen” van Afghaanse dorpelingen, waarmee je kunt achterhalen waar de bermbommen liggen. Of aan het achterhalen van de exacte architectuur van de schuilplaats van Osama bin Laden.

GPS wordt voor al die dingen gebruikt. Cruciaal is dan ook dat GPS-signalen niet kunnen worden verstoord.

Bij de oefening in Noorwegen was duidelijk te zien hoe belangrijk geo-intelligence al is geworden, en ook hoeveel moeite erin wordt gestoken om GPS-signalen veilig te stellen.

Op het uitgestrekte oefengebied waren verspreid over het fjordenlandschap, naast opblaasbunkers, nepluchtdoelraketten en andere trainingsdoelwitten, verschillende GPS-storingsapparaten opgesteld. Binnen Europa was dit de enige plaats waar dat was toegestaan. David Wittstruck: „Je kunt je voorstellen wat alleen al met alle TomToms gebeurt, wanneer je in een dichtbevolkt gebied GPS-signalen gaat storen.”

Storingsapparatuur was er in alle soorten en maten – de exacte technische details bleven geheim. Sommige hadden de grootte van een koffiebekertje, met een gering bereik, andere waren veel krachtiger.

Sommige van de apparaten konden de relatief zwakke GPS-straling overstemmen door op dezelfde frequentie uit te zenden. Slimmere, ‘vijandelijke’ zenders genereerden een gemanipuleerd signaal zodat de ontvangers zich op een verkeerde locatie waanden. GPS-geleide bommen zouden hierdoor het spoor naar hun doel bijster kunnen raken.

Apparatuur aan boord van elektronische snuffelvliegtuigen peilde de stoorzenders en gaf deze door aan gevechtsvliegtuigen die aanvalsmissies oefenden. Wittstruck: „Het zou onlogisch zijn om elke GPS-stoorder te vernietigen. Als je weet wat hun bereik is, kun je om de vastgestelde storingszones heen vliegen en je concentreren op je oorspronkelijke missie.”

In de media circuleert het verhaal dat Iraakse strijdkrachten in 2003 GPS-storingsapparatuur hadden opgesteld om Amerikaanse gevechtsvliegtuigen te dwarsbomen. De zenders werden daarop vernield door bommen die naar het doel werden geleid met behulp van, nota bene, GPS. Wittstruck grijnst bij het verhaal, maar wil dit niet bevestigen.

Commentatoren betwijfelen overigens of de ‘Texaanse’ truc om de besturing van een drone over te nemen belangrijk, aangezien het hier om civiele GPS-signalen ging. Die zijn niet versleuteld. Militaire GPS-signalen zijn dat wel, en zijn daardoor moeilijker te storen.

Dat onversleutelde GPS-straling wel te verstoren is, kan wel een probleem opleveren voor onbemande vliegtuigjes met niet-militaire toepassingen, zoals voor verkeerstoezicht of het opsporen van bosbranden.