Regelrecht in de handen van fanatieke jihadisten

Er komen steeds meer buitenlandse jihadisten Syrië binnen. Afrikanen, Aziaten. Een aantal van hen spreekt met een Brits accent. Jeroen Oerlemans viel in hun handen. Dit is zijn verhaal.

Strompelend komt fotograaf Jeroen Oerlemans de trap af van een hotel in de Turkse grensstad Antakya. Zijn schotwonden zijn nog niet genezen, maar sinds gisteravond is hij vrij nadat hij afgelopen donderdag werd ontvoerd in Noord-Syrie, vlak over de grens in Turkije.

Hij was samen met de Britse fotograaf John Catlie overgestoken. Het was een dag voor de ramadan, en ze hielden rekening met heviger gevechten tegen het leger van president Assad. Dat een dag later de grensposten langs de Turkse grens in handen zouden vallen van de opstandelingen, wisten ze niet.

„We zijn door een gat in het grenshek gegaan en de heuvel opgeklommen. John had deze route al eerder genomen maar op de plek waar hij een paar maanden geleden linksaf ging, gingen we nu rechts. Een Syrische smokkelaar wees ons die kant op. Hij was steeds aan het bellen. Hij sprak geen Engels, we konden niet met hem overleggen.

„Na een behoorlijke klim kwamen we bij een tentenkamp – vluchtelingen, dacht ik. Maar we liepen zo in de handen van twintig mannen met baarden. Ze begonnen te schreeuwen. Er kwamen jongens met maskers om ons heen staan. Kalasjnikovs werden getrokken. We vroegen: zijn jullie shabiha, de milities van Assad? ‘You don’t think shabiha would speak English’, zei een Pakistaans ogende jongen. Er zat een aantal Afrikanen bij. Veel Centraal-Aziaten. Buitenlandse jihadisten.

„Tijdens de ondervraging zeiden ze dat ze niet geloofden dat we journalisten waren. Voortdurend viel het woord CIA. Dat wij er waren om een verhaal te maken, geloofden ze niet.

„Een van de zwarte jihadisten flipte en riep: ‘dit zijn journalisten en die zien nu dat we op deze plek een internationale jihad voorbereiden’. „Deze jongens staan volkomen los van de rebellen van het Vrije Syrische Leger. Volgens hen is er in de afgelopen weken een stroom internationale strijders de grens naar Syrië over gestoken. We kwamen veel strijders tegen die goed Engels spraken, met accenten uit Birmingham. Zij zien Syrië als het laatste slagveld. Eerst moet Assad worden overwonnen. Ze vechten tegen dezelfde tegenstander als het Vrije Syrische Leger, alleen met een ander doel. Zo gauw Assad is gevallen, moet voor deze strijders het islamitisch recht, de shari’a, in Syrië van kracht worden.

„Elke dag kregen we religieuze preken naar ons hoofd. Dat we ons moesten voorbereiden op de dood en dat we dat beter niet konden doen als heidenen. Ik had meteen medelijden met de strijders van het Vrije Syrische Leger. Dan ben je van Assad af en dan krijg je met deze gasten te maken.

„Vanaf dag één waren we bang dat we voor losgeld zouden worden uitgeleverd. Op een gegeven moment werden we de heuvel afgestuurd naar een voorraadtent, waarin twee andere geboeide mannen vastzaten. Ons werd verteld dat zij informanten waren van Assad. Die zouden zeker sterven. Wij kregen handboeien om en werden geblinddoekt. De sfeer was ineens helemaal omgeslagen.

„Op de tweede dag besloten we te ontsnappen. We zagen door onze blinddoeken dat het overdag heel rustig was, dat de meeste strijders sliepen. Als we de top van de heuvel maar zouden halen. Er was een gat in de tent waar doorheen we renden. Zonder schoenen, die waren ons afgenomen. De gids nam een andere afslag, Syrië in, wij renden richting Turkije.

„Waar we geen rekening mee hadden gehouden was dat buiten de tent een aantal strijders bezig was met het uitladen van vrachtwagens. Zij zagen ons meteen. We renden een paar honderd meter, bergop. We hoorden stemmen, schoten, maar we renden door. We waren ervan overtuigd: het is rennen of sterven. We doken het pad af om uit de kogelregen te komen. Er werd zoveel geschoten, maar we werden niet geraakt, dus we dachten: we redden het wel.

„Direct daarna werd ik in mijn heup geraakt. Van een afstand hoorde ik ‘kaffir, you are gonna die’. Twee gasten kwamen met stenen in hun handen en zeiden dat ze ons zouden stenigen. Mijn leven is gered door dezelfde Pakistaanse jongen die Engels sprak. Hij overtuigde de anderen dat het tegen de islam zou zijn om mij als gewonde af te maken.

„Na een tijdje kwamen ze ook met John terug. Hij was alleen in zijn arm geraakt. Ze dwongen ons om terug te keren naar het kamp. Dat heeft waarschijnlijk mijn leven gered. In het kamp zijn de wonden verzorgd, ze hebben me echt opgelapt. De volgende dag was iedereen des duivels. ‘Waarom rennen jullie weg als jullie onschuldig zijn’, riepen ze.

„We hebben tot gisteren in die tent gelegen. Net toen we dachten dat ze ons zouden afvoeren naar Irak of aan een andere strijdgroep zouden uitleveren, kwam er iemand binnen die vroeg hoe lang we hier al waren. Toen ik hem vertelde dat we er al een week waren, blafte hij: ‘hoe kunnen ze dit doen?’. We werden de tent uitgevoerd. Toen bleek dat vier strijders van het Vrije Syrische Leger gewoon het kamp waren binnengelopen. Die hebben ons in de stijl van een paar gangsters meegenomen. In de lucht schietend zijn we daar weggereden. Net zoals je nooit verwacht dat je bij jihadisten terechtkomt, verwacht je ook niet dat je op deze manier bevrijd wordt. Drie uur later stonden we in Turkije.”