Open grenzen maken de voedselmarkt kwetsbaar

Voedsel wordt duur. Droogte in grote delen van de Verenigde Staten, die nu al te boek staat als de ergste in vijftig jaar, heeft de prijs van mais naar recordhoogte getild. De markt was al krap: een steeds groter deel van de productie wordt in Amerika verplicht gebruikt voor het maken van ethanol als alternatieve brandstof voor benzine. Nu slaat de droogte eveneens toe in wat het Zwarte Zeegebied wordt genoemd: de graanschuren van Oekraïne, zuidelijk Rusland en Kazachstan.

Twee jaar geleden beperkte Rusland de export van graan om de thuismarkt veilig te stellen. Dat leidde destijds tot een prijspiek op de wereldmarkt. De westerse consumenten hebben van zulke ingrepen last, de prijzen stijgen. Maar veel ernstiger is dat in grote, armere delen van de wereld hoge voedselprijzen tot honger leiden. Veel overheden subsidiëren de prijzen van de eerste levensbehoeften, zoals brood en rijst. Hoe hoger de prijs op de wereldmarkt, hoe groter het gat in de begroting van die landen dat hiervan het gevolg is.

Het kan zijn dat de droogte een exponent is van het extremere weer dat wordt verwacht als gevolg van klimaatverandering. Dat maakt de structuur van de wereldmarkt een belangrijk onderwerp. Open grenzen en vrijhandel zijn een grote verworvenheid, maar zorgen ook voor afhankelijkheid van het functioneren van de wereldmarkt en voor kwetsbaarheid als de handelsstromen opdrogen. Ooit was voedselveiligheid en voorraadvorming een belangrijke ratio achter het Europese landbouwbeleid.

Die kwetsbaarheid werd twee jaar geleden aangetoond toen Rusland de export van graan opschortte. Het aanstaande lidmaatschap van dit land van de Wereldhandelsorganisatie WTO maakt de kans daarop nu kleiner, maar noodmaatregelen zijn nog steeds toegestaan. Geheel in de geest van de moderne wereldeconomie is ook de mondiale voedselketen geoptimaliseerd en worden de voorraden relatief klein gehouden.

Het is heel goed denkbaar dat extreem weer in de toekomst vaker zal voorkomen. Dat betekent dat de oogsten van de belangrijkste grondstoffen, graan en rijst, minder voorspelbaar worden. Grotere voorraden moeten daar opnieuw het antwoord op zijn, ook al kosten die geld. De verzekering dat de export blijft vloeien, is eveneens essentieel. Anders wordt het, ook in de voedselvoorziening, ieder voor zich. En dat is een reflex die de wereldhandel in deze crisistijd al genoeg parten speelt.