Olympische Spelen. We gaan nu net doen alsof we elkaar heel graag mogen

Olympisch stadion in Londen. Foto Reuters / Toru Hanai

Volwassen mannen en vrouwen die met vlaggetjes wapperen en de hoelahoep doen. Er is niets mooiers op deze wereld dan het vredige patriottisme tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen. Terwijl we onze verschillen benadrukken, klappen we voor elkaars feestkostuum.

Legers ingeruild voor majorettekorpsen. Geweren voor batons. Wie meent dat politiek en sport gescheiden moeten worden is blind voor deze manifestatie van wereldbroederschap. Dit is politiek zoals politiek hoort te zijn: samen de bloemetjes buiten zetten, uitpakken alsof het niks kost. Een ceremonie die pas in het Berlijn van 1936 echt uit de verf kwam en vanavond de aardbewoners wederom tot tranen zal roeren.

En dat hebben we allemaal te danken aan Adolf Hitler, destijds gastheer van de Berlijnse Spelen. Ondanks zijn afkeer van Joden, liet hij wel de halfjoodse schermster Helene Mayer voor zijn land uitkomen. Zelfs de Führer bezweek onder sportiviteit. Hoewel er meer nazivlaggen wapperden dan olympische, hield Hitler zich aan de afspraak dat hij geen schreeuwrede zou houden. Ondanks dreigende boycots, besloot de internationale gemeenschap het festijn door te laten gaan op de grond van ‘s werelds paria.

Spelen maken politieke symbolen tot vierdaagsemedailles

Pierre de Coubertin, oprichter van de moderne Spelen, heeft zich nog flink ingezet voor het gastheerschap van nazi-Duitsland. Deze pedagoog wordt herinnerd om de historische woorden: “Het belangrijke in het leven is niet de triomf, maar de strijd, het essentiële is niet om te hebben gewonnen maar om goed te hebben gestreden.”

Ook de oude Grieken hadden het zo gewild. Zij organiseerden de Spelen als een soort staakt-het-vuren tussen de oorlogszuchtige stadsstaten. Zo bezien is het een smet op de moderne Spelen dat Duitsland in het Londen van 1948 werd uitgesloten. Alleen maar omdat het land zich buiten de ring misdragen had. Hitler, toen al drie jaar dood, was de Badr Hari van zijn tijd.

Wie het beste met de wereld voor heeft moet juist zijn grootste aartsvijanden uitnodigen voor een gezellig samenzijn. Wat stelt een hakenkruis nog voor als het gedragen wordt door een halfjoodse atlete? Wat stelt de Hitlergroet nog voor als die gebracht wordt door de Fransen? En wat te denken van die Arische superioriteitsleer: onder het gastheerschap van Hitler sleepte de zwarte Amerikaanse sprinter Jesse Owens liefst vier gouden medailles binnen.

Natuurlijk, de geschiedenis van de Spelen wordt niet alleen geschreven door verzoenend sportspel, maar ook door vervelende, politieke incidenten en slepende conflicten. De 32 jaar durende uitsluiting van Zuid-Afrika, bijvoorbeeld, wegens het apartheidsregime. Of de boycot van de Moskouse Spelen door de Amerikanen in 1980 als reactie op de Sovjet-invasie in Afghanistan. En het koekje van eigen deeg door de Sovjet-Unie vier jaar later in Los Angeles. Denk ook aan het verlies van Pekings ‘bid’ voor de Spelen van 2000, ter veroordeling van mensenrechtenschendingen.

Dieptepunt was de gijzeling van Israëlische atleten door Palestijnse terroristen tijdens München 1972. Voor het eerst werd het competitieprogramma opgeschort, maar gelukkig herpakte IOC-voorzitter Avery Brundage zich snel. “The Games must go on!”, dicteerde de held. En zo is het maar net. Spel gaat voor vijandschap, dat moet altijd doorgaan. Juist in moeilijke tijden is het zaak de hoelahoep onverstoord te blijven uitvoeren. Blijven dansen, daar gaat het om. Altijd blijven dansen. Doorgaan.

Dronken van macht elkaar krampachtig knuffelen

Ook dit keer, daags voor de officiële opening in Londen, was er weer een incidentje. Terwijl de vrouwenvoetbalteams van Colombia en Noord-Korea wilden aftrappen, toonde het grote scherm per ongeluk de Zuid-Koreaanse vlag. Een pijnlijke blunder gezien de verhouding met de onderburen, maar na welgemeende excuses werd er toch nog vrolijk gevoetbald. Misschien was de videomonteur in de war met het Koreaanse vertoon tijdens Sydney 2000. Toen trokken de aartsvijanden Noord- en Zuid-Korea op in een gezamenlijke, ceremoniële mars.

Ja, sport en politiek gaan moeilijk samen. Daarom heeft het altijd iets krampachtigs. Maar zolang volkeren elkaar naar het leven staan is er geen mooier gebaar dan het krampachtige geknuffel op ‘s werelds grootste feest. Dronken van macht wil deze buurtbarbecue weleens verstoord worden, maar uiteindelijk kan niets het feest stilleggen. Of zoals de filosofie van Bassie en Adriaan, ook niet altijd elkaars beste vrienden, leert: “Wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen!”