Maria en Willem komen naar Utrecht

Het museum het Catharijneconvent in Utrecht heeft twee bijzondere 17de eeuwse portretten verworven. Het gaat om het portret van een Nederlandse predikant in Londen, Willem Thielen (1596-1638) en zijn vrouw Maria de Fraeye (1605-1682). Schilder is Cornelis Jonson van Ceulen (1593-1661), een in Londen geboren kunstenaar van Nederlandse familie. Dat maakt het museum vandaag bekend. De aanschaf is gedaan met steun van de Vriendenvereniging van het museum, de BankGiro Loterij, de Vereniging Rembrandt, en het Mondriaanfonds.

De beide portretten zijn protestants erfgoed: de oudste Nederlandstalige protestantse kerk staat in het centrum van Londen. In 1550 kregen protestantse vluchtelingen toestemming van koning Edward VI om een eigen gemeente te vormen. Ze mochten gebruik maken van de kerk van de ‘Austin friars’ van een voormalig augustijnenklooster. Uit de lange lijst van predikanten, die tot op de dag van vandaag doorloopt, blijkt dat de voorgangers zo goed als altijd uit Nederland kwamen. De Zeeuw Willem Thielen stond van 1624 tot 1638 op de kansel.

Het Utrechtse Museum Catharijneconvent, dat de christelijke geschiedenis wil tonen, zag dat de panelen op de kunstbeurs Tefaf werden aangeboden. De Nederlandse calvinistische enclave in Engeland is van groot belang voor de geschiedenis van het Nederlandse christendom.

De twee bijna tachtig centimeter hoge panelen zijn in 1634 gesigneerd door Van Ceulen. Hij was een toonaangevende portrettist van de Londense elite. In 1643 vestigde hij zich, na een carrière van een kwart eeuw in Engeland, in Middelburg. De twee aanwinsten van het Utrechtse museum zijn de eerste in Nederland uit zijn Engelse tijd.

De portretten van dominee Thielen en zijn vrouw zijn voorbeelden van de hoge kwaliteit waar deze schilder in Londen zo om gewaardeerd werd. De bovenlichamen van beide figuren zijn gevat in een ovale omlijsting. Brede penseelstreken en krassen met de achterkant van het penseel suggereren een rustieke houten lijst, die contrasteert met de fijne uitwerking van de gezichten en de kleding. Willem, dan 38 jaar oud, poseert statig in zijn predikantengewaad met pofmouwen en kanten kraag. Zijn gezicht, omkranst met dunnend haar en een blonde baard en voorzien van een elegant opkrullende snor, is delicaat vormgegeven.

Willems vrouw Maria de Fraeye is even subtiel geschilderd. Ook zij lijkt, in haar een donkere jurk met wijde kraag, ouder dan de 29 levensjaren die het opschrift haar geeft. Haar portret is een mooi voorbeeld van de manier waarop de 17de eeuwse Nederlandse protestanten in Engeland niet alleen vasthielden aan eigen tradities. De kraag is typisch Nederlands, maar het fraai geborduurde borststuk is Engels. Ze draagt een wijdgerande hoed – een typisch Engels accessoire dat in de Nederlandse Republiek door dames nauwelijks werd gedragen.

Het museum toont de nieuwe aanwinsten in de zomerpresentatie Het Woord in de Gouden Eeuw.