Machtswisseling in Servië

Déjà-vu in Servië? Het lijkt erop, nu het kandidaat-lid van de Europese Unie wordt geregeerd door twee mannen die tijdens de Joegoslavische oorlogen (1991-1999) werkten als rechterhanden van twee Servische leiders die in Den Haag in de gevangenis zijn beland.

De socialistische premier Dacic, die vandaag na een lang debat in het parlement als regeringsleider is beëdigd, was van 1992 tot 2000 woordvoerder van president Slobodan Milosevic. Ruim twee maanden geleden werd Tomislav Nikolic tot staatshoofd gekozen. In de jaren ’90 was hij tweede man in de partij van de cetnik Vojislav Seselj die, anders dan Milosevic, in leven zijn vonnis voor het Joegoslavië Tribunaal afwacht.

Weliswaar heeft Nikolic gebroken met Seselj en heeft Dacic de oude socialistische partij van Milosevic hervormd, hun machtsposities maken een einde aan de pro-Europese koers van de liberaal Boris Tadic die vanaf 2004 president was maar in mei door Nikolic nipt werd verslagen. De nederlaag van Tadic illustreert dat de Servische samenleving nog steeds wordt verdeeld door scheidslijnen tussen jong en oud, stad en platteland of west en oost.

Maar dat betekent niet dat Servië nu ook automatisch een stap terug in de tijd zal zetten. Als het gaat om samenwerking met de afgescheiden provincie Kosovo, ligt regressie zeker voor de hand. Erkenning is nu uitgesloten. Maar de belangrijkste consequenties van dit nieuwe oude bewind in Servië zullen van internationaal economische aard zijn.

Tadic verloor in mei de presidentsverkiezingen ook omdat Servië in financiële crisis verkeert en de harde bezuinigingsrichtlijnen van het IMF vooral angst inboezemen. Dacic speelde daarop in door te dreigen de president van de centrale bank in Belgrado te ontslaan als hij zijn monetaire beleid niet zou afzwakken. Dat de dinar op de financiële markten onderuitgaat, is hem van later zorg. Een kwart van de burgers is immers werkloos. Van Europa verwachten zij weinig tot niets.

Hoewel Nikolic en Dacic onderstrepen dat ze de oriëntatie op toetreding tot de EU niet zullen opgeven, hebben ze door de crisis wel alternatieven in de achterzak: Rusland, waar ze in ruil voor geopolitieke en handelsconcessies makkelijker geld kunnen lenen dan bij het IMF.

De regering van Servië kijkt daarbij naar Cyprus dat EU en Rusland nu ook tegen elkaar uitspeelt. In die zin staat de regeringswisseling in Servië niet zozeer symbool voor revanchisme als wel voor de zoveelste verschuiving van de machtsverhoudingen in Europa.