Kroonprins: geen minuut stilte voor München 1972

IOC-lid kroonprins Willem Alexander vindt dat IOC-voorzitter Jacques Rogge vanavond niet hoeft stil te staan bij de dood van elf Israëliërs veertig jaar geleden.

Van kroonprins Willem-Alexander hoeven de elf Israëlische slachtoffers van de Palestijnse aanslag bij de Olympische Spelen van München (1972) vanavond tijdens de openingceremonie van ’Londen’ niet met één minuut stilte worden herdacht. „Het is verschrikkelijk wat er in München is gebeurd, maar daar hoef je niet elke keer apart bij stil te staan.”

Het Nederlandse IOC-lid zei dat gisteren bij een ontmoeting met Nederlandse verslaggevers na afloop van de jaarlijkse plenaire IOC-vergadering. Het standpunt van Willem-Alexander ligt in lijn met de opvatting van IOC-voorzitter Jacques Rogge, die hardnekkig weigert de wens van nabestaanden in te willigen. Diens verweer op de toenemende internationale kritiek op die houding is dat hij de feestelijke openingsceremonie niet het geëigende moment voor een dodenherdenking vindt. Zelfs niet tijdens de Olympische Spelen in Londen, 40 jaar na de aanslag in München. De kroonprins: „Nu is het 40 jaar, en volgend jaar is het 41 jaar.”

Willem-Alexander deelt Rogges mening dat er bij andere, in zijn ogen geschiktere, gelegenheden bij de omgekomen Israëliërs moet worden stilgestaan. Zoals afgelopen maandag toen Rogge bij zijn bezoek aan het olympisch dorp onaangekondigd één minuut stilte in acht nam. De prins vindt het eveneens „heel goed” dat Rogge op 5 september namens het IOC in Duitsland aanwezig zal zijn bij de officiële herdenking op het militaire vliegveld Fürstenfeldbruck, de plek waar de Israëliërs en een politieman in 1972 de dood vonden.

Want die dag herinnert de destijds vijfjarige Willem-Alexander zich nog goed, vooral vanwege de verontwaardig bij zijn vader, prins Claus. „Ik heb van huis uit meegekregen hoe verschrikkelijk het is wat daar is gebeurd. Mijn vader vond het heel erg dat Duitsland, zijn geboorteland, niet in staat was de Israëlische delegatie te beschermen. Met dat gevoel ben ik opgegroeid.”

Wat niet wegneemt dat de starre opstelling van het IOC al jaren fel wordt betwist door familie van de slachtoffers, die in de geboren Nederlandse Ankie Spitzer hun woordvoerster hebben. De weduwe van de omgekomen schermcoach Andrei Spitzer verwijt het IOC slappe knieën uit angst voor represailles uit de Arabische wereld.

Als pressiemiddel voor een ‘herinnering na 40 jaar’ biedt zij het IOC tijdens deze Olympische Spelen een petitie met zo’n honderdduizend handtekeningen aan. Spitzers inspanningen krijgen ook steeds meer politiek steun. Van de Israëlische regering, maar ook van ondere andere Duitsland, Australië, Italië, Canada en de Verenigde Staten, die onlangs via een brief van minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton bij het IOC op één minuut stilte hebben aangedrongen.

Minder uitgesproken reageerde Willem-Alexander gisteren op de vraag of Sepp Blatter, voorzitter van wereldvoetbal FIFA, nog is te handhaven als IOC-lid na een reeks onthullingen over corruptie binnen zijn organisatie. „Ik wil eerst het onderzoek van de ethische commissie van de FIFA, en eventueel het IOC, afwachten voor ik mijn mening geef”, aldus de kroonprins, die tijdens de jaarlijkse IOC-vergadering altijd naast Blatter zit. Hij zegt tegen zijn Zwitserse buurman wel eens grapjes over alle verdachtmakingen rond zijn persoon te maken. Lachend: „Je moet af en toe een steek onder water kunnen geven, zo lang het water niet bevroren is.”