'Joden hier waren zeer modern'

Joden in Europa waren al aan het verdwijnen voordat de nazi’s begonnen hen uit te moorden. Historicus Bernard Wasserstein weet het zeker, maar andere Joden kritiseren zijn stellingname.

et is een kwestie van tellen, meent de Britse historicus Bernard Wasserstein. En als je dat nauwkeurig doet, kom je al gauw tot de conclusie dat het aantal Joden in Europa aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog drastisch aan het afnemen was. Daar hoefde geen Hitler aan te pas te komen.

Wasserstein, een vooraanstaand kenner van de Joodse geschiedenis, beschrijft die ontwikkelingen in zijn boeiende nieuwe boek On the Eve. The Jews of Europe before the Second World War. De ‘existentiële crisis’ waarin de Europese Joden na 1918 verkeerden werd behalve door het toenemend antisemitisme in de nieuwe staten die uit het Habsburgse keizerrijk voortkwamen veroorzaakt door uiteenlopende demografische factoren.

Joden hadden over het algemeen kleinere gezinnen als gevolg van een scherp dalend geboortecijfer en een toenemende trek naar de steden. Ze zegden in rap tempo hun religie en daarmee hun cultuur vaarwel, trouwden steeds vaker met niet-Joden en leefden meer en meer als vrijgezel omdat ze dankzij hun moderne huwelijksopvattingen vaker scheidden dan niet-Joden of als vrouw hun carrière belangrijker vonden dan het stichten van een gezin.

Tijdens de presentatie van zijn boek in Amsterdam, eind april, kreeg Wasserstein kritiek op zijn demografische aanpak. Het door hem geschapen beeld dat de Europese Joden al vóór de oorlog aan het verdwijnen waren, zou onjuist zijn. „Mijn critici waren het op een bijna anekdotisch niveau niet met me eens”, zegt Wasserstein in zijn Amsterdamse huis vol boeken. „Een van hen vertelde dat haar betovergrootmoeder door twaalf kinderen ten grave werd gedragen. Maar zo’n feit is voor mij niet overtuigend, evenmin als de grote families van orthodoxe Joden dat zijn, want die vormden maar een kleine groep.

„Bij mijn eerdere boek, Vanishing Diaspora (over de Europese Joden na 1945, red.) accepteerden sommige mensen ook al niet dat het aantal Joden in Europa als gevolg van demografische factoren afnam. Maar inmiddels zijn er van de 4 miljoen Joden die er na 1945 in Europa leefden nog 1 miljoen over.”

Op de vraag waarop die kritiek gebaseerd was, antwoordt Wasserstein: „Sommigen voelden zich bedreigd door mijn conclusies. De Britse opperrabbijn vreesde bijvoorbeeld dat zijn gemeenschap aan het verdwijnen was en al zijn werk voor niets zou zijn geweest.

„Maar die kritiek komt ook voort uit de wijze waarop er tegen de Joden van vóór 1939 wordt aangekeken: als een cultureel en sociaal bloeiende gemeenschap, die een grote bijdrage heeft geleverd aan de Europese samenleving. Het idee dat er van binnenuit verval was ingezet, werkt vanuit die optiek verstorend.”

In On the Eve schetst Wasserstein een beeld van de Europese Joden als moderne, vooruitstrevende mensen, die ijverden voor democratie en rechtsstaat, omdat die de beste bescherming vormden tegen antisemitisme, pogroms en andere uitwassen van vreemdelingenhaat. Juist door die haat hadden Joden een democratie en een rechtsstaat meer nodig dan wie dan ook. „Die instellingen vormen hun enige bescherming tegen de haat en afgunst van hun omgeving. Kijk maar naar Hitler-Duitsland, waar die bescherming ineens wegviel en de meeste inwoners mee bogen voor de druk van de nieuwe machthebbers.

„De reactie van de niet-Joodse Sebastian Haffner (de latere beroemde Hitler-biograaf, red.), die als rechter in opleiding in nazi-Duitsland op de bibliotheek van de rechtbank zat te studeren toen de bruinhemden binnenstormden om iedere ‘niet-Ariër’ uit de leeszaal te verdrijven, is in dat opzicht typerend. Toen een SA’er hem vroeg of hij Ariër was, antwoordde Haffner geïntimideerd ‘ja’. Hij walgde daarna van zichzelf, omdat hij zich zo had laten vernederen door antwoord te geven op een vraag die hij zichzelf nooit zou hebben gesteld, omdat het voor hem geen enkele rol speelde of iemand een Jood was of niet.”

Het Nederland van vóór de oorlog was misschien wel het beste voorbeeld van zo’n rechtsstaat, schrijft Wasserstein in On the Eve. Joden waren er in hoge mate geassimileerd en bekleedden toonaangevende posities in de arbeidersbeweging, de wetenschap en het culturele leven. „De Nederlandse Joden waren zeer modern. En als gevolg van hun snelle modernisering waren ze een stedelijke bevolkingsgroep geworden.

„Ook was de Joodse arbeidersklasse veel steviger in de Nederlandse samenleving geïntegreerd dan in andere landen. Die ontwikkeling kwam voort uit het feit dat Joden zich veel eerder in Nederland hadden gevestigd dan in Duitsland. In Berlijn nam het Joodse bevolkingsdeel bijvoorbeeld pas toe kort vóór en tijdens de Eerste Wereldoorlog door de komst van veel Oost-Europees Joodse migranten.”

Het zal dus niemand verrassen dat ‘modernisering’ een sleutelbegrip is in Wassersteins boek. „Je kunt er niet omheen als het over de Europese Joden gaat”, zegt hij. „Ze waren de pioniers van de moderniteit: ze hadden kleinere gezinnen, woonden voor het merendeel in de steden, waren politiek actief als liberalen en socialisten en speelden een grote rol in het culturele leven en de wetenschap, die bij uitstek een uiting van modernisering was. Chaim Weizman (de eerste president van Israël, red.) heeft eens gezegd dat de Joden als ieder ander waren en zelfs meer dan dat.

„Toen Joden eenmaal waren geëmancipeerd – eind 18de, begin 19de eeuw – wilden ze zich onmiddellijk bij het maatschappelijke leven aansluiten. Sommigen werden christelijk, anderen gooiden weg wat hen aan het verleden herinnerde, zoals kaftans en bonthoeden. Daardoor zagen ze er moderner uit dan hun niet-Joodse omgeving. Op het Nederlandse platteland bijvoorbeeld liepen de meeste niet-Joden nog op klompen.

„Ook gingen Joden ineens naar gewone scholen en universiteiten. Op die manier vormden ze een eerste moderne generatie, die meer maatschappelijk bewogen was dan hun niet-Joodse omgeving. Die ontwikkeling tref je aan van de Sovjet-Unie tot in West-Europa.”

De opkomst van Joden in de moderne sectoren van het economisch leven is volgens Wasserstein typerend voor het Europa in de decennia voorafgaand aan 1939. „Begin 20ste eeuw waren de meeste landen in West-Europa agrarisch”, benadrukt hij. „Joden waren actief in de handel, maar ook in opkomende moderne takken van de industrie – vooral als arbeider.”

Het nostalgische beeld van het vooroorlogse Midden- en Oost-Europese jodendom, verbeeld in de populaire Amerikaanse musical Fiddler on the Roof, is volgens Wasserstein bezijden de werkelijkheid van die tijd. „Vooral in Polen voltrok de modernisering van de Joden zich in hoog tempo. Als je Polen met de Sovjet-Unie vergelijkt, ben je geneigd te denken dat er een groot verschil tussen die landen bestaat als het over de emancipatie van de Joden gaat, maar in werkelijkheid was er juist een grote overeenkomst in de ontwikkelingen die beide landen doormaakten.

„Polen had na de Tweede Wereldoorlog te maken met een trek uit de sjtetls naar de steden, Rusland met een trek van het platteland naar de industriesteden. Op die manier werden in twee zo verschillende sociale systemen vergelijkbare resultaten bereikt. En juist door die trek naar de steden en de daarmee samenhangende concurrentie werden Joden gehaat door de hen omringende bevolking.”

In zijn boek noemt Wasserstein ook de pers als een uitingsvorm van Joodse assimilatie in het interbellum. In Polen stapten Joden bijvoorbeeld massaal over van kranten geschreven in het Jiddisch naar kranten in het Pools. Waarom gebeurde dat precies?

„Iemand als Isaac Deutscher, schrijver van het beroemde boek De niet-Joodse Jood, publiceerde eerst in de Jiddische pers, maar daarna in kranten die weliswaar eigendom van Joden waren, maar in het Pools werden gedrukt. Die kranten werden geschreven voor de middenklasse en waren behalve voor Joden, die natuurlijk de meerderheid van de lezers uitmaakten, ook bedoeld voor de Polen – om hen op die manier kennis te laten nemen van het liberalisme.

„Intellectuele, liberale kranten werden door Joden gelezen en gemaakt. Dat beantwoordt meteen de vraag waarom die kranten zich zo laf opstelden toen het er door het opkomende antisemitisme in Europa echt op aankwam: ze wilden de Joden verdedigen, maar ook hun andere lezers niet wegjagen.”

En dan zijn er in On the Eve nog de clichés over het vooroorlogse Joodse leven, waar Wasserstein korte metten mee maakt. Zoals dat van het hechte Joodse familieleven. „Ze zijn het gevolg van de aspiraties van religieuze Joden, en vooral van rabbijnen, die de familiewaarden willen benadrukken. Dat beeld is natuurlijk overdreven, al blijft het een feit dat het er in Joodse families veel vreedzamer aan toeging dan in niet-Joodse.

„Je moet ook niet vergeten dat die clichés voortkomen uit tradities, uit de Joodse wetten. De idylle van de sjtetl stamt uit de nostalgische kijk op het Joodse verleden. Maar als het bijvoorbeeld over familiewaarden in Engeland gaat, hebben we het in wezen over Victoriaanse waarden en die waren toch lang niet altijd zo leuk. Zulke clichés vertekenen de werkelijkheid.”

De hechte banden binnen Joodse families laten zich eerder verklaren door de ‘bedreigingsfactor’. „Wanneer Joden zich bedreigd voelden door hun omgeving richtten ze zich op hun familie, omdat ze die konden vertrouwen. Het is de voornaamste reden waarom familie zo belangrijk was.”

Wasserstein laat ook nu niet na nóg eens te onderstrepen dat die families toonbeelden van moderniteit waren en zijn. „Joden hebben vaker afwijkende vormen van samenleven. Een gezin van twee homoseksuelen met kinderen komt bijvoorbeeld in Israël relatief vaker voor dan elders in de wereld.”

En dan rest natuurlijk nog de hoofdvraag: als de Tweede Wereldoorlog er niet was geweest, hoe lang zou het volgens Wasserstein dan hebben geduurd totdat de Joden uit Europa waren verdwenen?

„Als je de oorlogsfactor wegneemt, dan spelen er ook nog andere factoren een rol. Zo wilden veel Joden emigreren als gevolg van het na 1918 sterk toegenomen antisemitisme in Oost-Europa. De grootste aantallen Joodse emigranten direct na de Eerste Wereldoorlog kwamen uit Polen en Rusland. Door het invoeren van immigratiequota in de Verenigde Staten is een einde aan die stroom gekomen. Als dat niet was gebeurd, waren er tot 1939 nog veel meer uit Europa weggetrokken.

„De Joden bevonden zich op een bepaald pad: dat van het wegtrekken uit de sjtetl of het dorp naar de stad, van kleinere gezinnen, van een toenemend aantal gemengde huwelijken, van secularisering en van het toetreden tot de vrije beroepen. Zonder de genocide van de nazi’s zouden er na 1945 zo’n zes miljoen Joden in de VS hebben gewoond en zes miljoen in Europa, terwijl het er voor 1939 bijna tien miljoen waren.”

On the Eve. The Jews of Europe before the Second World War verscheen bij Profile Books, € 22,50. De Nederlandse vertaling verschijnt in oktober bij Nieuw Amsterdam.