Hoop op leven als koning in Afrika

In Mozambique landen wekelijks

drie vliegtuigen vol Portugezen op zoek naar werk in de oude kolonie. Velen keren twee weken later gedesillusioneerd huiswaarts.

Correspondent Zuid-Afrika

Maputo. Eigenlijk vindt ze Mozambique helemaal niets. Ze klaagt over de viezigheid, corruptie en de vochtige lucht. „Maar waar in Europa kan ik op mijn 53ste nog een baan vinden? Helemaal nergens”, zegt Maria Vinagre vanachter een lunchbiertje op het terras van Pastelaria Cristal, pleisterplaats voor Portugezen aan een van de smoezelige avenidas van hoofdstad Maputo.

Bijna drie jaar terug verhuisde Vinagre van Portugal naar de voormalige kolonie „om oud te worden en te sterven”, zegt ze. „Wie een opleiding heeft, wil nu eenmaal werken.”

Ze is niet de enige. Drie keer per week arriveren op de door de Chinezen opgepoetste nationale luchthaven volle toestellen van TAP Portugal met mensen op zoek naar een nieuw bestaan. Terwijl de Portugese economie al een paar jaar licht krimpt, is de Mozambikaanse dankzij forse investeringen in mijnbouw en gaswinning sinds 2009 jaarlijks met zo’n 7 procent gegroeid.

150.000 mensen zouden volgens officiële emigratiecijfers vorig jaar Portugal hebben verlaten, veelal naar de Portugees sprekende oud-koloniën. Daar is aan goed opgeleid personeel vaak een groot tekort.

Voor veel van de immigranten zijn Mozambique en Angola, die andere ex-kolonie waar de laatste tijd weer veel Portugezen opduiken, niet volkomen nieuw.

Vinagre was zestien jaar oud toen ze halsoverkop met haar ouders het land moest ontvluchten. In 1975 werd Mozambique na een lange strijd onafhankelijk. Nakomelingen van kolonisten, zoals zij, raakten veel bezittingen kwijt en werden vaak onder dwang uitgezet. „Terug in Portugal werden we retournados genoemd. Dat was toch een soort scheldwoord. Ik heb daar nooit helemaal kunnen aarden”, zegt ze.

Nu werkt Vinagre als commercieel manager voor een consultancybedrijf. „Maar als ik hier niet was geboren en dus geen aanspraak had kunnen maken op een Mozambikaans paspoort, dan was het veel lastiger geweest om terug te keren”, erkent ze. „De mensen die het volhouden, zijn in feite geen Portugezen maar blanke Mozambikanen en blanke Angolezen die na jaren van oorlog terugkeren”, zegt de naar Mozambique uitgeweken makelaar Elsa Santos (53). Net als mevrouw Vinagre werd ook zij in Mozambique geboren.

Volgens Santos doen in Portugal iets te optimistische verhalen over het Afrikaanse paradijs de ronde. „Mensen denken dat je hier met een normaal westers inkomen opeens als koning kunt leven. Daar klopt dus helemaal niets van. Zo makkelijk is het hier niet”, zegt ze.

Santos kan het weten, want het zijn vooral de duizelingwekkende huizenprijzen die de Portugese gelukzoekers zwaar vallen. Een aardig appartement doet met de huidige schaarste gauw 2.000 dollar per maand. „Dat kan niet iedereen betalen”, merkt Santos droogjes op. „Veel mensen zien dat en vliegen na twee weken gedesillusioneerd terug naar huis.”

Dat beaamt de Portugese consul-generaal Graça Pereira. Precieze cijfers over het aantal in Mozambique verblijvende Portugezen heeft ze niet, zegt ze, maar volgens haar is de publiciteit over de nieuwste migratiegolf in de internationale media „sterk overdreven”.

Terwijl het overwegend blanke publiek van Pastelaria Cristal zich de garnalen laat smaken, vechten handelaars in alle mogelijke snuisterijen rond het terras om hun aandacht. Mozambique is ondanks de recente groei nog altijd een van de armste landen in de wereld en ondanks lage inkomens is de werkloosheid er volgens schattingen van economen nog twee keer zo hoog als in Portugal.

Een van de straatverkopers zegt „contacten” te hebben die voor een paar honderd euro een Mozambikaans geboortebewijs kunnen leveren. De ritselaar wil er niet te veel over kwijt en zeker niet met zijn naam in de krant. „De blanken pakken hier de banen af, zeggen de mensen, en wij zijn medeplichtig.” Maar, zeggen ze, het is „goede handel”.

Mevrouw Vinagre wil er allemaal niets van weten. Ze vervloekt Portugezen die aan de corrupte praktijken meedoen. „Wij hebben dit land van de grond af opgebouwd, met orde en gezag. En zie wat ze ervan hebben gemaakt, niets werkt meer zoals zou moeten. De stad ziet er leuk uit, maar de lol is er snel af als je hier probeert te leven”, zegt ze zuchtend.

Een privéchauffeur heeft ze trouwens wel. „Je kunt niet anders, het is tegenwoordig zo lastig een parkeerplek te vinden.”

Als de avond valt, verzamelt zich even verderop in restaurant Piri-Piri de jongste generatie immigranten voor drank en licht ontvlambare kip. Zij hebben niet die koloniale bagage en werken vaak op korte contracten of voor zichzelf. De sfeer hier is een stuk opgewekter.

João Vieira (30) en Tiago Florès (27) werken als ingenieurs voor een bedrijf dat zonnepanelen verkoopt en installeert. Zij zijn van plan een paar jaar in Mozambique te blijven om ervaring op te doen en dan weer terug te keren naar Europa. „Het is heus niet onmogelijk om in Portugal werk te vinden, maar het optimisme hier is aanstekelijk”, vindt Vieira.

„Als je succes wilt hebben, moet je die oude koloniale houding alleen wel vergeten”, meent Florès. „Veel Portugezen beseffen dat niet en zijn snel weer thuis. Of ze schrikken van de armoede. Ze dachten dat ze in Portugal arm waren, maar toen hadden ze Mozambique nog niet gezien.”