Geen toerist, geen geld voor de paarden

Wie de piramides wil zien moet nu naar Egypte komen: er zijn er bijna geen toeristen meer. De prijs daarvoor wordt betaald door mensen en paarden die ervan leefden.

Een kamelendrijver bij de piramides van Giza, eind mei. Foto Reuters

Langs de muur rond de piramides van Giza staat Ahmad met vier kamelen te wachten op een toerist. Het zijn droevige exemplaren. Ze zijn graatmager, hun bulten zijn verschrompeld door ondervoeding. Terwijl we staan te praten zakt het magerste exemplaar van uitputting door zijn poten.

„Ik had er eerst twintig”, zegt Ahmad, „de andere heb ik moeten verkopen of ze zijn doodgegaan. Er zijn geen toeristen, en dus is er ook geen geld om de beesten eten te geven.”

Een beetje verderop is Mahmoud Said in dezelfde situatie. Mahmoud, 24, werkt in het bedrijfje van zijn vader dat paarden, kamelen en koetsen verhuurt aan toeristen. „Sinds de revolutie zijn vier van onze paarden en twee kamelen doodgegaan.”

Officieel is het aantal toeristen in Egypte met een derde gedaald: van bijna 15 miljoen in 2010 naar net geen 10 miljoen in 2011. Maar de cijfers vertellen niet het hele verhaal. De resterende toeristen gaan vooral naar de Rode Zee. In Kairo zijn ze een zeldzaam zicht geworden.

De paarden en kamelen betalen als eerste de prijs van de terugval van het toerisme. Mona Khalil van de Egyptian Society for Mercy for Animals (ESMA) schat dat er sinds de revolutie al 8 à 900 paarden zijn doodgegaan op een totaal van zo’n 3.000. „Toen wij op 13 februari 2011 voor het eerst gingen kijken was de situatie catastrofaal. Veel paarden hadden al tien dagen geen eten meer gekregen.”

In die dagen was er in Giza een massagraf waar de dode paarden werden gedumpt. Nu gaan de paarden stuk voor stuk dood. „Het probleem ligt niet zozeer bij de stallen maar bij de familie die één of enkele paarden heeft”, zegt Khalil. „Die mensen leven van dag tot dag, en als er tien dagen geen toerist is langsgekomen dan is het geld snel op.”

De mensen in Giza zijn maar een beetje beter af dan de beesten. De concurrentie voor de weinige toeristen is moordend. Al een kilometer voor de piramides staan de officieuze gidsen klaar. Komt er een taxi aanrijden met een buitenlander erin, dan springt één mannetje voor de auto om de anderen de kans te geven hun diensten op te dringen.

De familie Said doet het niet zo. „Daar is het de wet van de jungle. Dat is slecht voor het imago van Egypte. Wij werken vooral met reisagentschappen die de mensen rechtstreeks bij ons brengen”, zegt Mahmoud.

Maar de zaken gaan slecht. Vroeger betaalden de Saids hun personeel een maandsalaris uit. „We kregen elke maand 600 pond (80 euro) en de fooien mochten we houden”, zegt koetsbegeleider Mohsen Afifi, 36. „Nu werken we alleen op fooien maar er zijn amper toeristen.”

Afifi komt uit Fayoum, waar zijn vrouw en twee kinderen wonen. Hij huurt samen met andere mannen een kamertje nabij de piramides. Daar betaalt hij 150 pond per maand voor. „Voor de revolutie verdiende ik per dag zeker 150 pond. Op een heel goeie dag kon het zelfs 700 pond zijn. Nu ben ik al lang blij als ik vijftig pond per dag verdien.”

Maar Afifi blijft toch naar Giza komen. „Hier is er altijd nog de hoop dat er een toerist langskomt. In Fayoum is er helemaal geen werk.”

Mensen als Afifi betalen de prijs voor de instabiliteit in Egypte. Telkens wanneer er beelden op televisie komen van straatgeweld op het Tahrirplein wordt het opnieuw een beetje stiller bij de piramides. Maar Afifi heeft hoop dat het weer beter wordt. „De laatste maanden ging er soms een hele week voorbij zonder een rit. Sinds Morsi president is heb ik opnieuw één rit per dag.”

Ramadan Ibrahim, 46, die een stal van 10 kamelen en 25 paarden uitbaat, is minder optimistisch. „We zien dat Morsi vooral bezig is met spelletjes te spelen met het leger. Wat kan het ons nu schelen of het parlement opnieuw bijeenkomt? Wij willen dat het ophoudt zodat de toeristen kunnen terugkomen.”

Ook Ibrahim heeft twee paarden verloren. Maar als hij dat erg vindt, is het alleen om financiële redenen. „Als de kamelen niet genoeg eten hebben dan kan ik ze altijd aan de slager verkopen. Maar er is in Egypte niemand die paardenvlees eet.”

Volgens Mona Khalil gaan de paardeneigenaars niet vrijuit. „De meesten zijn niet geïnteresseerd in het welzijn van de paarden. Zelfs in betere tijden gaven ze maar net genoeg eten om in leven te blijven.”