Er is niets veranderd

„Wat is het volgende wonderproduct en hoe slecht wordt het ditmaal begrepen?”

Kredietbeoordelaars als Moody’s en Standard & Poor’s hebben grote invloed in de financiële wereld – zoals Nederland deze week merkte toen het een ‘negative outlook’ kreeg. Kredietbeoordelaars hadden ook een grote rol in de crisis van 2008 doordat ze jarenlang ultraveilige ‘triple A ratings’ toekenden aan complexe financiële producten die waardeloos bleken.

Na tien maanden geduld zit ik dan tegenover mijn eerste kredietbeoordelaar. Hij werkte niet bij Moody’s of S&P – die samen nog steeds tachtig procent (!) van de markt beheersen – maar bij een kleinere club. Hij is er nu weg, een snel pratende Brit van begin 40, opvallend vriendelijk en vol excuses als hij te laat verschijnt op onze afspraak in het hart van de City.

„Ik was met vakantie toen in 2008 Lehman Brothers ten onder ging. Ik weet nog hoe ik iedere dag de krant opensloeg en dacht: oh mijn God. Het was angstaanjagend, totaal angstaanjagend. We zaten zo dicht op een mondiale implosie. Verbijstering, schaamte, ongeloof. Mijn vrouw dreigde mijn Blackberry in het meer te gooien als ik niet ophield met checken van het nieuws. Maar ik kon niet stoppen.”

Hij haalt diep adem: „Nu is het 2012 en is er iets ongelofelijks gebeurd: niets. Op het hoogtepunt van de crisis was de paniek en angst immens. Niemand had je geloofd als je toen had voorspeld dat er vier jaar later geen enkele fundamentele hervorming van het systeem was doorgevoerd. Maar het is business as usual en niemand lijkt iets te hebben geleerd.”

Hij bevestigt wat veel insiders verzuchten: was de financiële crisis maar een complot. Dan konden we de samenzweerders uitroken. „Een samenzwering rond de ‘sub-prime’ hypotheek-bende zou echt heel moeilijk geheim te houden zijn geweest. Te veel mensen waren erbij betrokken.”

Bij de kredietbeoordelaars ziet hij als oorzaak spectaculaire incompetentie veroorzaakt door kortetermijn winstdenken bij het topmanagement. „Die dachten alleen maar aan geld verdienen en dat betekende zo veel mogelijk producten, bedrijven en landen beoordelen, zo vaak mogelijk.”

Hij vertelt over eindeloze reorganisaties bij zijn oude werkgever en de andere rating agencies, waarbij steeds jongere, goedkopere en onervarener analisten steeds minder tijd kregen om steeds complexere producten te beoordelen – producten die de bankiers zelf vaak niet goed begrepen.

Die structuur is er nog steeds bij kredietbeoordelaars, zegt hij, en ik zie hem boos worden. Ooit had hem een baan als kredietbeoordelaar de ideale mix geleken van idealisme en eigenbelang. „Ik dacht, een mooi salaris voor nuttig werk. Kredietbeoordelingen zijn essentieel. Als niemand weet hoe veilig een bedrijf, land of financieel product is, valt de economie stil omdat je geen zaken kunt doen.”

„Ik ben oprecht bang”, zegt hij, en herhaalt de zin nog een keer. „Wat missen de kredietbeoordelaars op dit moment? Wat is het volgende wonderproduct en hoe slecht wordt het ditmaal begrepen? Iedere keer als ik lees over een nieuwe financieel instrument, denk ik: oh oh.”

Joris Luyendijk

Zie ook het blog guardian.co.uk/bankingblog.