De Bovenbazen (60)

‘Vernietigd…?’ herhaalde heer Ollie zonder begrip. ‘Waarom?’ Doch reeds had aws hem bij de arm gevat en hem met zachte drang weer naar de gang geleid. Achter de vertrekkenden schoolden de bovenbazen samen.

‘Aan het werk, obb!’ riep een van hen. ‘Het lot van het steenkolenkapitaal ligt in je handen!’

‘Denk aan je eigen Energie Syndicaat!’ riep een ander.

‘En denk aan mijn olie!’ vulde de heer Steinhacker bewogen aan. ‘Ik zal je wel helpen, jongen. Je bent nog te zacht. Maar je zult het wel leren.’

Heer Bommel was te onthutst om te antwoorden. Hij liet zich willoos meetrekken in de helikopter en staarde met suffe blikken naar de behuizing van de oliemagnaat, waar de achterblijvende bovenste acht uit de ramen hingen te zwaaien. Pas toen het toestel zich in de lucht bevond en ronkend koers naar het noorden zette, kwam hij enigszins tot zichzelf. Hij wierp een treurige blik op de futvoeder die hij weer op zijn schoot genomen had en zuchtte diep.

‘Vernietigen,’ prevelde hij. ‘Ja, ja. Denk aan je eigen Energie Syndicaat. Ach, hoe vreselijk is dit alles. Wat moet ik nu doen? Moet ik hem uit het raam gooien?’

‘Natuurlijk niet!’ riep de oliekoning geschrokken uit. ‘Dit apparaat moet in de kluis; net als de eeuwig brandende gloeilamp en de andere gevaarlijke uitvindingen. Nee, we moeten de formule en de uitvinder vernietigen, voel je wel? Maak je nu maar geen zorgen en doe wat ik zeg, dan komt het best in orde.’