Bumba is écht, logisch dus dat je hem tegenkomt

Nederlanders houden niet alleen van populaire tv-programma’s, ze doen ze ook graag na. Tijdens het Zomerfestival van Studio 100 in Ahoy zijn er veel kleine Mega Mindy’s in de zaal.

Er zijn veel Mega Mindy’s op pad vandaag. Sommigen lopen aan de hand van hun moeder, een regenjas over hun roze catsuit en hun masker in de hand. Anderen rennen als zuurstokken over het grote plein naar de deuren van Ahoy. Net als de talloze piraten en enkele kabouters Plop en Bumba’s willen zij zo snel mogelijk naar binnen, waar zij hun televisiehelden in het echt kunnen zien.

Voordat zij naar hun zitplaatsen in de schemering van het sportpaleis kunnen, moeten ze langs de kraam en loslopende verkopers van Studio 100. Langs lichtgevende toverstafjes dus, piratenzwaarden, dvd’s en maskers. Kevin, 6 jaar, is door vader Kees opgetild om te kijken wat hij wil. „Het masker van Mega Toby!”, zegt hij na een korte inspectie van de schappen. Waarom? „Mega Toby is cool.”

Wie nog niet verkleed was als Piet Piraat of Toby krijgt nu de kans, en voor het ING pinapparaat in de hal staat inmiddels een lange rij. Grote mannen in het groen met oortjes in en veel gel in het haar zorgen dat de duizenden bezoekers via de omslachtige routes van Ahoy naar hun plaatsen komen.

Welkom bij het zomerfestival van Studio 100, dat dit jaar voor de elfde keer in Ahoy wordt georganiseerd. Eén weekend, twee shows per dag, duizenden bezoekers. En alle sterren bij elkaar: in anderhalf uur trekken ze voorbij, de bekende karakters die Studio 100 de laatste jaren voor kinderen heeft bedacht: Bumba de Clown, Piet Piraat, Bobo, Kabouter Plop, Mega Mindy en de onwaarschijnlijk populaire meidengroep K3.

En Samson en Gert natuurlijk, hoewel de eigenwijze pluchen hond en zijn gezellige baas wat uit de toon vallen bij al het verkleedgeweld op het toneel. Toch is het succes van dit Belgische productiehuis met dit duo begonnen, eind jaren 80. Wat jarenlang beperkt bleef tot uitzendingen en kerstshows van Samson en Gert is uitgegroeid tot de grootste producent van kindervermaak in Nederland en België, met een omzet in 2011 van ruim 170 miljoen euro. De Studio 100-ervaring omvat inmiddels pretparken, kleurpotloden en kabouterkoeken, net als muziek en merchandising van alle karakters, K3 voorop.

Dit massale zomerfestival is dan ook lang niet niet de enige gelegenheid om de figuren te zien optreden. In de vijf pretparken van Studio 100, waarvan er één in het Nederlandse Coevorden zit, zijn regelmatig shows. En Plop, Piet, Bumba en Bobo toeren ook in Nederlandse theaters.

Binnen wordt het donker in de grote zaal van Ahoy en verschijnt boven het toneel een fonkelende sterrenhemel. Een boot komt het toneel op; de Boboboot. Het blauwe konijn Bobo praat samen met goochelaar Kobe de show aan elkaar. Dat is niet ingewikkeld, gegeven de overzichtelijke verhaallijn en de solide eenheid van tijd en plaats: alle sterren zouden samen op de boot met vakantie gaan, maar Bobo is hun koffers kwijtgeraakt. Die blijken de lucht in te zijn gevlogen (volgspots omhoog, „Kijk, kijk, ik zie ze” uit duizenden kinderkeeltjes). Vervolgens komen de sterren een voor een op („Geef hem/haar/ze een warm applaus, jongens en meisjes!”) vervullen een eenvoudige opdracht om hun koffer naar beneden te laten komen, en zingen ten slotte één of meer liedjes. Anita van 4 jaar, een rij naar beneden, zingt ze bijna allemaal mee, en ze is niet de enige. Haar moeder Sandra heeft het K3-jurkje dat ze draagt vorig jaar al voor haar gekocht. „Ze wil nu ook zangeres worden”, zegt Sandra, en ze kijkt erbij alsof ze dat geen slecht idee vindt.

Het meeste lawaai maken de kinderen als tegen het eind, vlak voor K3, Mega Mindy plotseling uit de zaal naar voren komt rennen. Het is superster Mindy in volle glorie: strak in het roze, met gouden krullen en kittige rode laarzen. En sterrenmasker én haar toverhorloge.

Niet alle ouders vinden wat Studio 100 maakt even leuk. Veelgehoorde kritiek: voorspelbaar, eendimensionaal en volstrekt ongevaarlijk. Er wordt niets aan de verbeelding van de kinderen overgelaten, en iets ernstigers dan een aangebrande appeltaart bij de Plops of boeven die al het geld van de bank willen stelen onder de neus van Mega Mindy vandaan, gebeurt er niet. Het is steeds volkomen duidelijk wie wanneer wat moet voelen, en dat doet soms manipulatief aan.

En daarmee is Studio 100 anders dan veel van de Nederlandse kindertelevisie: de eigenwijze verhalen van achterwerk in de kast, het verwarrende absurdisme van Theo en Thea of van Zaai, ja zelfs het broodje poep van Ome Willem. Maar mede-eigenaar van Studio 100 Gert Verhulst (ja, die Gert) heeft al talloze malen in interviews gezegd dat dat precies de bedoeling is. Bij Disney zijn de scherpe kantjes er ook afgeslepen, zegt hij, en mensen kijken nu eenmaal het liefst naar iets waar ze een goed gevoel aan overhouden.

Het is best waarschijnlijk dat de meeste kinderen, en veel van de ouders, Ahoy na anderhalf uur zingen en meeklappen met een goed gevoel verlaten. Wat Studio 100 in ieder geval als de beste begrijpt: als de kinderen de zaal uitlopen en weer naar huis gaan, laten ze hun favoriete karakters niet achter. Die vergezellen de kinderen in de verkleedkist, op dvd’s, op mokken en shirts, op televisie, als knuffels en als boek bij het nachtkastje.

En dat klopt precies met de fantasiewereld van kinderen: Bumba is écht, dus is het logisch dat je hem overal tegenkomt.

Elsje Jorritsma