Brieven

Zou je je eigen geld ook zo besteden

‘Politici kunnen doelloze snoepreisjes beter staken’, schrijft Joost Eerdmans (Opinie, 23 juli). Dit terechte artikel bracht me het volgende in herinnering. In dienst van een multinational gefinancierd door aandeelhouders werkte ik ook met geld van een ander. in ieder geval niet mijn eigen geld. Elke investering diende officieel te worden voorzien van het verwachte rendement, overigens zonder rekening te houden met eventuele subsidies of anderszins.

De allerlaatste vraag van de beoordelaar(s) van de betreffende aanvraag was altijd ‘Als het je eigen geld was, zou je het dan ook doen?’

Achteraf werd bovendien nagegaan door de audit of het beloofde ook waar is gemaakt. Waarom wel, waarom niet?

Het is me niet duidelijk waarom dit niet ook zou moeten gelden voor al die snoepreisjes en dergelijke van politici. Ik steun de heer Eerdmans hierin volledig.

Langstudeersponsoring

In de column van Arjen van Veelen over ‘Jankstudeerders’ noemt hij de langstudeerboete een verdraaiing van feiten (Opinie, 25 juli). De overheid zou in werkelijkheid zo’n 60.000 euro ‘sponsoren’ aan studenten. En zij hoeven daar dan maar 2.500 euro voor te betalen, verspreid over vier jaar. Dat zou volgens hem neerkomen op een korting op studeren van 96 procent.

Toch zou ik niet van sponsoring willen spreken. Zodra ik mijn studie heb afgerond, zal ik mij op mijn fulltime baan gaan storten. Bij een bruto inkomen van 30.000 euro draag je al gauw eenderde deel af aan belastingen, dat komt neer op 10.000 euro. Als je dan bedenkt dat je na je studententijd nog een goede veertig jaar moet werken, dan betaal je in je leven (40 x 10.000 = 400.000) 400.000 euro aan belasting. Vanuit dit perspectief zal ik de subsidies voor het onderwijs geen sponsoring noemen, maar een investering. Na zes jaar heb je het geïnvesteerde geld al terugverdiend en uiteindelijk behaalt de overheid een vette winst van 340.000 euro.

Dit is verre van een korting van 96 procent, want voor elke euro die je erin stopt, krijg je er bijna zeven voor terug. Als mijn buurman zo vriendelijk zou willen zijn mee te betalen aan mijn studie, dan zal ik op den duur mijn steentje bijdragen aan zijn pensioen.

Een dyogo delen

Wat een bijzondere conclusie trekt Diederik Samwel aan het eind van zijn artikel over de komst van de Parbo-literfles naar Nederland (nrc.next, 24 juli).

Ik heb tijdens vakanties in Suriname en tijdens de afgelopen zeven maanden die ik daar woonde nog nooit meerdere Surinamers aan dezelfde dyogo zien lurken. Ze verdelen de inhoud ervan gewoon netjes over glazen of plastic bekertjes. En daarvoor hoeft geen enkele psychologische barrière doorbroken te worden lijkt me, het verschilt immers in niets van een pitcher bier zoals die hier in Nederland genuttigd wordt.