Als VS willen praten, dan wil Cuba ook

De Cubaanse president Raúl Castro is bereid om met de vijand Amerika te praten over alle mogelijke onderwerpen. Zolang het maar een gesprek is tussen gelijken. Dat zei Castro gisteren tijdens een spontane toespraak op de Dag van de Revolutie, een van de belangrijkste Cubaanse feestdagen. „Wij staan klaar, wanneer ze maar willen. Dit hebben we al laten weten via diplomatieke kanalen”, zei Castro.

De publiekelijke handreiking van Castro werd afgeslagen door de Verenigde Staten, dat al vijf decennia een handels- en reisembargo heeft tegen Cuba. Voordat er gepraat kan worden, moet Cuba eerst democratische hervormingen doorvoeren en de mensenrechtensituatie verbeteren, liet het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken weten.

Die reactie is in lijn met eerdere uitlatingen van de Verenigde Staten, en de toespraak van Raúl Castro lijkt daarmee vooral bedoeld voor het publiek in eigen land. Castro presenteerde zich als een man van redelijkheid, maar iemand die niet over zich heen laat lopen. Hij zei bereid te zijn tot gesprekken over „de problemen van democratie en mensenrechten et cetera. Maar op gelijke voet, want we zijn geen kolonie.”

Castro’s woorden passen in het vaste patroon van verwijten tussen Cuba en Amerika. De Cubaanse president zei best te willen ingaan op nieuwe kritiek over mensenrechtenschendingen, zolang de Amerikanen ook hun reputatie op dit gebied willen bespreken.

De Amerikanen vroegen op hun beurt aandacht voor de arrestaties eerder deze week na de begrafenis van de bekende dissident Oswaldo Payá. De opgepakte dissidenten zijn weer vrijgelaten, maar het toont de „overduidelijke autoritaire neigingen die iedere dag te zien zijn in Cuba”, aldus Washington. (AP)