Wat mag een wetenschappelijk artikel kosten?

Het officieuze Open Access logo, ontworpen door PLoS.

De Europese Commissie heeft vorige week tal van maatregelen aangekondigd om de komende jaren het grootste deel van de wetenschappelijke artikelen gratis toegankelijk te maken. Is deze impuls voor ‘open access’ reden voor blijdschap? Ja en nee, zeggen wetenschappers.

Om met het ja te beginnen, open access verkleint in de academische wereld een al jaren heersende ergernis die ´twee keer betalen’ wordt genoemd. Wetenschappers verrichten onderzoek met overheidsgeld en sturen hun artikelen naar een tijdschrift, dat deze gratis laat beoordelen door vakgenoten van de auteur (‘peer review’). Na publicatie kunnen wetenschappers de artikelen kopen voor ruim 30 dollar per stuk, of lezen via een (kostbaar) abonnement van hun universiteit.

“Open access lost min of meer per definitie het probleem van twee-keer-betalen op, omdat je niet langer hoeft te betalen om te lezen”, schrijft de Britse wiskundige Timothy Gowers in een mail. Gowers startte eerder dit jaar een online petitie, waarbij uiteindelijk een kleine 30.000 wetenschappers verklaarden om de tijdschriften van de Brits-Nederlandse uitgever Elsevier te boycotten. De actie was gericht tegen de – inmiddels teruggetrokken – steun van Elsevier aan een Amerikaans wetsvoorstel om de toegang tot wetenschappelijke publicaties te beperken en tegen de almacht van wetenschappelijke uitgevers die veel geld verdienen aan tijdschriften die grotendeels met gemeenschapsgeld zijn gefinancierd.

Gratis toegang tot artikelen betekent echter niet dat het publiceren gratis is, en daarin schuilt het eerder genoemde nee. Want ook open access-publicaties moeten worden beoordeeld en dus zal een tijdschriftredactie peer reviews moeten regelen. Een deskundige redactie, die ook artikelen kan (laten) redigeren, moet in elk geval deels betaald worden. Open access-tijdschriften vragen daarom geld aan de auteurs, die in het geval van het overbekende open access-tijdschrift PLoS ONE 1.350 dollar (1.100 euro) per artikel betalen.

Dat geld komt doorgaans van de universiteit waar de auteur werkt, een kostenpost voor universiteiten. Om die reden komt de Europese Commissie met een pot geld, waarmee auteurs de toegang tot open access-tijdschriften kunnen betalen. Dat geld komt niet alleen terecht bij een ideële instelling als Public Library of Science (PLoS), exploitant van onder meer PLoS ONE, maar ook bij commerciële uitgevers als Elsevier en Springer. Want inmiddels hebben deze uitgevers naast de klassieke tijdschriften ook open access-tijdschriften in hun stal. Dat laatste baart Gowers veel zorgen, schrijft hij:

Het gevaar is dat subsidiegevers geld opzij zetten om de productiekosten van een artikel te betalen en daarmee de uitgevers in een positie brengen dat die min of meer kunnen vragen wat ze willen. In de aankondigingen zit geen enkele aanwijzing voor een mechanisme dat de kosten redelijk kan houden. […] Het gevaar is dat commerciële uitgevers enorme winsten zullen blijven halen uit de noodzaak van wetenschappers om te publiceren.

De vraag is daarbij wat een redelijke prijs is voor de publicatie van een artikel. Het betaalde tijdschrift Nature heeft aangegeven dat als het een open access-tijdschrift zou worden, voor elk artikel 9.000 dollar moeten worden betaald. Tegenover elk gepubliceerd artikel staan bij Nature 9 niet-gepubliceerde artikelen, die wel beoordeeld moeten worden en waarvan er in elk geval 2 naar peers worden gestuurd. Dat brengt de kostprijs voor het verwerken van een artikel op gemiddeld 900 dollar.

Dat is minder dan wat PLoS ONE rekent per gepubliceerd artikel; daarbij moet worden aangetekend dat dit tijdschrift alle artikelen publiceert waarvan de peers alleen hebben gezegd dat ze technisch in orde zijn - en dat zijn er 14.000 per jaar. In Groot-Brittannië, waar de overheid al langer dan de Europese Commissie zint op subsidies voor open access, wordt als norm vaak gesproken over 2.000 pond (2.500 euro) per gepubliceerd artikel.

Dat bedrag is veel te hoog, vindt Gowers. Hij is zelf redacteur bij een onlangs opgericht open access-tijdschrift in de wiskunde, waarvoor uitgever Cambridge University Press (CUP) 500 pond per gepubliceerd artikel rekent. “Een fonds moet dan ook geen 2.000 pond betalen, tenzij het absoluut zeker weet dat de kosten voor het tijdschrift in kwestie significant hoger zijn [dan het tijdschrift van CUP]”, zegt Gowers.

Filosofe Eva de Valk, medewerker van NRC Handelsblad, vindt ook de 1.350 dollar van PLoS One erg hoog. “Het hosten van een site kost een paar tientjes per maand en redactiekosten van een artikel kunnen toch niet zo hoog zijn?”, schrijft De Valk in een mail. De Valk zat tot voor kort in de redactie en het bestuur van filosofisch tijdschrift Krisis, dat sinds 2008 drie keer per jaar gratis online verschijnt. Het tijdschrift heeft elke maand 7.000 bezoekers, die onder meer het archief raadplegen. De Valk: “Toch mooi dat stukken over Foucault uit de jaren ’80 nog worden gelezen en niet in bibliotheekmagazijnen liggen te verstoffen.” De kosten voor dit tijdschrift zijn ongeveer 5.000 euro per jaar, zegt De Valk:

Dat zijn kosten voor de redactiesecretaris die alle afspraken met de redactie plant, de kopijstroom beheert en alles online zet, en de kosten voor de eindredacteuren (Nederlands- en Engelstalig). De redactie en peer-reviewers werken gratis (zij hebben allemaal een aanstelling aan de universiteit en daarom al een inkomen), maar nemen hun werk uiterst serieus. Artikelen worden nauwkeurig beoordeeld, het gebeurt ook wel eens dat een stuk ook na herschrijving wordt geweigerd.

Het gratis tijdschrift is dit jaar nog niet verschenen door geldgebrek. Zou Krisis de auteurs laten betalen voor publicatie dan zouden de kosten – uitgaande van 30 artikelen per jaar – uitkomen op nog geen 200 euro per artikel. Misschien is het makkelijker om 500 bezoekers per jaar een tientje te laten betalen, of 7.000 bezoekers een euro. Maar dat is strikt genomen geen open access.