Wat leuk, eindelijk een meisje in de familie. Verder dacht ik niet veel

Niemand zegt meer hoe het moet in de liefde. Je maakt je keuzes zelf. Maar welke dan? En wat doe je als je geen keuze hebt? Vandaag: de liefde van Job (31) uit Heerenveen. Hij trouwde met zijn stiefzus.

‘Als onze ouders niet verliefd op elkaar waren geworden, had ik mijn vrouw nooit ontmoet. Ze is mijn stiefzus. Ik ben haar stiefbroer. Haar vader en mijn moeder zijn 7 jaar geleden met elkaar getrouwd. Haar vader is weduwenaar en mijn moeder is al zo’n vijftien jaar gescheiden. Een paar maanden terug zijn wij ook getrouwd. Als wij kinderen krijgen, wordt het bloed van onze ouders voor het eerst met elkaar verbonden.

Ik weet het nog heel goed, de eerste keer dat ik haar ontmoette. Ik was 22 en werkte in de kroeg. Ze kwam daar met mijn broertjes mee. Nou, dit is je nieuwe zus, zeiden ze. Ik heb een oudere broer en een jongere, mijn vrouw heeft ook drie broertjes en ik dacht: wat leuk, eindelijk een meisje in de familie. Verder dacht ik niet zoveel. Ik had in die tijd een relatie. Ik woonde samen en ik was daar helemaal gelukkig mee.

Totdat mijn relatie stukging. Het huis waar ik woonde heb ik toen verbouwd en in die tijd heb ik veel bij mijn ouders geslapen. Zij ook omdat ze aan het afstuderen was. Toen hebben we elkaar beter leren kennen. Daarna ging ze voor haar werk – ze is verloskundige – naar Afrika en toen ze terugkwam, zocht ze een plek om te wonen. Ik zat inmiddels weer alleen in dat verbouwde huis en zei, kom maar bij mij wonen. Dat was hartstikke gezellig. Toen is het wel een beetje ontstaan.

Onze eerste zoen... dat was heel bizar. Het is natuurlijk een fantastisch moment, want ik wilde dat heel graag, maar tegelijkertijd dacht ik: o het mag niet en het kan niet. Maar we deden het wel.

Toen ze bij me kwam wonen, deden we alle huiselijke dingen samen. Dus hadden we meteen een soort relatie, al hielden we het voor iedereen stil. We aten samen, keken tv, zorgden voor het huis. Tegelijkertijd was ik met mijn vorige relatie hard op mijn bek gegaan en stond ik niet open voor een nieuwe relatie. Ik was dus fulltime van het leven aan het genieten. Andere vrouwen. Ik wilde met niemand rekening houden.

Ik was heel verliefd op haar, we zoenden, vreeën, maar ik wilde er niet aan toegeven. Als ik uitging met vrienden kwam ik andere vrouwen tegen. De ene keer koos ik ervoor om haar achter de schermen trouw te zijn en de andere keer niet. Ik had me voorgenomen: ik wil vrij zijn. Heel rationeel. Ik loog er niet over. Maar het was natuurlijk een hel voor haar.

Toen hebben we tegen elkaar gezegd: dit gaat niet zo, dit is niet verstandig. Ze heeft toen haar eigen huis gekocht. Ook weer heel rationeel. We zijn elkaar al die tijd wel blijven zien, we hebben met elkaar gepraat, we zijn weer weggegaan, we hebben elkaar gehaat. Of tenminste, zij heeft mij meer vervloekt dan ik haar. Tot het moment dat we weer eens zeiden: dit kan zo niet, hier gaan we allebei kapot aan. Want het doet natuurlijk wel wat met je. Dat knipperlichten had toen al zo’n tweeënhalf jaar geduurd. Toen zijn we uit elkaar gegaan. Dat duurde slechts anderhalve week. Totdat ik eindelijk besefte wat voor onwijze sukkel ik was.

Ik was zo kapot van mijn vorige relatie. Ik had bijna vijf jaar een relatie. Zij was drie jaar ouder, en ik studeerde nog. Onze relatie stond in het teken van haar en haar werk. Dat vond ik prima, ik heb er ook erg van genoten. Op een gegeven moment zat zij het buitenland voor haar werk, belde me en zei dat het over was. Dat ik niet meer naar haar toe hoefde te komen. Er was geen discussie mogelijk. Klaar. Ze had wel wat signalen gegeven, maar heel beperkt. Ik dacht dat het goed was. Ik dacht, sommige dingen zijn misschien niet zo leuk, maar ook niet zo erg. Maar schijnbaar dus wel.

Ik heb toen lange tijd geen contact meer met mijn ex gehad. Ik was totaal ontwricht. Dat was een enorme openbaring voor me. Ik ben redelijk overtuigd van mezelf en dit had ik totaal niet in de hand. Ik had een week niet geslapen. Ik was in schok en ging letterlijk kapot. Ik ging naar de huisarts en zei: ik weet dat het wel weer goed komt met me, maar ik móet nu echt eerst even slapen. Ik was kwaad op mezelf. Dat dít met mij kon gebeuren. Ik voelde me ook gebruikt. Mensen zeiden tegen me dat ik mezelf misschien wat te veel had weggecijferd. Dat kan wel. Maar ik wilde dit nooit meer meemaken. Daar kwam de hardheid naar mijn vrouw vandaan. Maar ik maakte mezelf er alleen maar ongelukkiger mee.

Ik weet nu dat het altijd kapot kan gaan. Een tijdje terug ging een vriendin van ons scheiden. Ze was een van de eerste binnen onze vriendenkring die trouwde. Een scheiding, daar waren zij en haar man ook niet op uit. Er moet dus iets zijn wat ik met mijn vrouw nog niet heb ervaren, iets wat voor een breuk kan zorgen. Ik ben er bang voor, maar ik kan me er niets bij voorstellen. Het is ook niet het idee van mijn ouders geweest om eerst dertig jaar bij elkaar te zijn en dan uit elkaar te gaan.

Ik was veertien toen ze scheidden. Ik denk dat ze drie jaar ruzie hebben gehad voordat ze uit elkaar gingen. Ik heb als kind ook wel leuke tijden gekend in die periode, maar het was een ouderwetse dikke ellende scheiding. Daar is echt niets goeds uit voortgekomen. Ik was dan ook blij dat ze gingen scheiden. Om van de ellende af te zijn. Mijn vader had op een gegeven moment een relatie, maar dat zie ik niet als reden. Het is eerder een gevolg. Het is natuurlijk verschrikkelijk als je vreemdgaat. Dat je dat elkaar aandoet. Maar het zegt wat mij betreft niet heel veel over de liefde voor elkaar. Liefde bestaat niet alleen uit seks. Sterker nog, wat mij betreft is dat maar een heel beperkt deel. Liefde is vooral dat je elkaar steunt, dat je op elkaar kunt rekenen, dat je elkaar beter maakt en dat je je sterker voelt bij elkaar.

Goed, we hadden elkaar anderhalve week niet gezien. Ik weet het nog heel goed. Het was op een zondagavond dat ik het me realiseerde. O jee, nou heb ik toch wel een verkeerde keuze gemaakt. Toen heb ik een gedicht geschreven. Het duurde een dag voordat zij de post ophaalde. Dat was een dag zweten voor mij. Maandagavond belde ze me op en ben ik naar haar toegegaan en hebben we het bijgelegd. Sindsdien zijn we samen.

Die donderdag zijn we meteen naar onze ouders gegaan. Nu is het klaar, dachten we, nu mag iedereen het weten. Toevallig waren er ook drie broertjes thuis. We gingen zitten voor een kop koffie en toen zei ik: ik moet jullie iets vertellen. Zij zat in een hoekje, op van de zenuwen. Ik zei: ik heb een nieuwe vriendin en ze zit daar. Onze ouders vonden het fantastisch. De champagne werd opengetrokken. De jongste broertjes vonden het in het begin wel apart. Zij waren opgegroeid in hetzelfde gezin en zagen ons echt als broer en zus. Ze moesten er even aan wennen, maar uiteindelijk vonden ze het leuk. Vrienden reageerden ook goed. Hè, hè, eindelijk. We zagen het al aankomen. Zie je wel. Dat soort reacties. Niemand heeft ooit raar gereageerd omdat we stiefbroer en stiefzus zijn. Als mensen het voor het eerst horen, zeggen ze vaak: hè, dat kan toch helemaal niet? Mag dat? Ja, dat kan natuurlijk, realiseren ze zich dan, en dan vinden ze het prima. We hebben dus nooit veel last gehad van het stiefbroer-stiefzusverhaal. Ik zie geen link tussen de relatie die mijn ouders hebben en die wij hebben, mocht je dat denken. We zijn geen jongere versie van hen. We zijn totaal verschillend.

We altijd voorzichtig zijn geweest met het vertellen. We wilden onze familie beschermen voor ons knipperlichtgedoe. Het maakte het in het begin wel apart natuurlijk. Dan word je de ene ochtend samen wakker en schuif je ’s avonds bij je ouders aan tafel en doe je alsof er niets gebeurd is.

Mijn vrouw was opgelucht toen we het hadden verteld. Vanaf dat moment is het super. Toen konden we echt als stel leven. We zijn gaan samenwonen en hebben daarna een nieuw huis gekocht. Ik ben zielsgelukkig, kan niet anders zeggen. Het kost geen enkele moeite om van elkaar te genieten. Ik word bovendien veel beter van haar. Ze steunt me heel erg in mijn werk. We werken allebei veel, maar we vinden het allebei belangrijk om ook veel samen te doen. Daarin heeft zij dezelfde waarden als ik. Misschien is dat wel de sleutel tot de liefde. Dat je dezelfde waarden hebt.

Liefde maakt je kwetsbaar. Dat is wel iets wat ik heb moeten accepteren. Als ze morgen tegen me zegt dat het over is, dan overkomt mij die ellende weer. Je moet je openstellen, want anders gebeurt het niet. Als je muur om jezelf niet afbreekt, komt er geen echte liefde.’