Te veel auto's, te weinig Europa

De auto is de spiegel van de industriële maatschappij. Al een eeuw komen technische, economische, sociale en zelfs culturele trends samen in de auto. Techniek, esthetiek, duurzaamheid en nostalgie: het zijn aspecten die in menig (mannen)gesprek over auto’s aan bod komen.

Maar bovenal is de auto een symbool van nationale trots en belangen. De auto-industrie is namelijk ook al meer dan een halve eeuw een banenmachine voor hoogwaardige arbeid. Bovendien is de toestand van de industrie een indicatie voor innovatie.

Toen de Amerikaanse auto-industrie in het bolwerk Detroit vier jaar geleden aan het einde van haar Latijn was, was er in Europa dan ook enig leedvermaak te bespeuren. Die benzine slurpende bakken van Ford, Chrysler en General Motors waren niet niet meer van deze tijd. De Hummer was het icoon van asociaal egoïsme dat geen stand kon houden in een wereld van schaarste. Met steun van de federale regering is de sector hard maar succesvol gesaneerd.

Nu is de Europese auto-industrie, in het bijzonder de Franse, aan de beurt. Gebrek aan innovatie is niet de hoofdoorzaak van het saneringsproces. Overcapaciteit is de kern van het probleem. In Europa kunnen in totaal 20 miljoen auto's geproduceerd worden. De verkoop is vorig jaar gedaald tot 13 miljoen stuks. Dat verschil laat zich niet opvangen met de sluiting van een of meer fabrieken. Volgens de topman van Fiat-Chrysler moet eenvijfde van alle fabrieken dicht.

De Europese industrie krijgt zo de rekening voor haar onvermogen om tijdig in te grijpen. Ze dacht dat de markt zou aantrekken. Dat is niet gebeurd. Nu moet de sector nog harder ingrijpen. En dat net in een tijd waarin de nationale belangen een steeds grotere rol spelen. De Franse regering heeft gisteren bijvoorbeeld een plan gepresenteerd om de koop van elektrische en hybride auto’s met premies te stimuleren.

Dat is verkapt protectionisme omdat Renault, Peugeot en Citroën op dit terrein verder zijn dan de concurrentie in Europa. De kans is groot dat Nedersaksen antwoordt met eigen bescherming van Volkswagen. Waarna overal elders vergelijkbaar beleid gevoerd gaat worden en de molen van protectie en contraprotectie niet meer te stoppen is.

De crisis in de Franse auto-industrie is daarom een risico voor de hele sector. En uiteindelijk voor Europa als gemeenschappelijke markt met een eerlijk speelveld. Maar het is de vraag of de regeringsleiders daarvoor in deze tijd van eurocrisis genoeg aandacht kunnen opbrengen.