Stephan Enter: ‘bij klimmen bestaat je lichaam uit stalen kabels, je bent onkwetsbaar’

Stephan Enter/ Foto Youtube

Winnaar Gouden Boekenuil Lezersjury 2012 Stephan Enter en Edzard Mik publiceerden afgelopen jaar beiden een bergbeklimmersroman. Een gesprek over onsterfelijkheid en waaghalzerij in een zomer vol klimongelukken.

Hij schrok wel even afgelopen herfst, geeft Edzard Mik toe. „Het is alsof je na een lange klim bovenop een berg komt – en dat daar dan Gripal iemand blijkt te zijn.” Die persoon was schrijver Stephan Enter, die in november zijn alpinistenroman Grip publiceerde. Het waren precies de weken waarin zijn collega Edzard Mik de laatste hand legde aan zijn eigen bergbeklimmersroman, Mont Blanc. Die verscheen in april.

Zo kent het laagland plotseling twee nieuwe romans die de lezer mee nemen naar het hooggebergte – boeken die bovendien uitstekend werden ontvangen en goed verkocht (Grip is zelfs al aan de negende druk toe). Mont Blanc en Grip voldoen aan de verwachtingen van het klimmersgenre – ongelukken, bijna-ongelukken, echte cliffhangers – maar uiteindelijk zijn de thrills bijzaak. Bij Enter worden de verhoudingen tussen vier vrienden tijdens een klimtocht door de ongerepte Lofoten in Noorwegen op scherp gesteld. Bij Mik gebeurt iets vergelijkbaars tussen een vader en een zoon in de van toeristen vergeven Alpen bij Chamonix. En in beide romans begrijp je pas later dat de vertellers maar een deel van de waarheid prijsgeven.

Enter en Mik kennen elkaar uit een gezamenlijk Utrechts verleden, maar wisten de afgelopen jaren niet van elkaar waar ze mee bezig waren. Inmiddels hebben ze elkaars boeken gelezen en zitten ze bij de Dom in Utrecht, eeuwenlang het hoogste gebouw van Europa. Het waait, de wolken zijn donker – geen klimweer, maar weer om veilig in het dal te blijven.

U heeft verschillende locaties voor de romans gekozen: de volledig verlaten Lofoten versus de hondsdrukke Alpen.

Mik: „Ik denk dat dat geen toeval is. In Chamonix is het toerisme zo ongeveer uitgevonden, het is daar zo druk dat het eigenlijk een stedelijke omgeving is, dat interesseerde mij. Voor Stephan zou het daar denk ik vreselijk zijn. Ik ben meer een mediterrane persoonlijkheid, zit het liefst in Griekenland, Italië of Spanje.”

Enter: „De Lofoten zijn met niets te vergelijken. Door het licht, maar ook door de rust. Daar kom je in een berghut waar plaats is voor vijftig mensen – en dan ben je de enige.”

U kunt het hele interview hier lezen.