‘Politici onderhandelden met maffia’

Nog nooit zijn peetvaders en politici samen berecht. Maar aanklagers in Palermo zeggen nu banden tussen staat en maffia te kunnen bewijzen.

Ze noemen zichzelf ‘het volk van de rode agenda’s’ en ze willen weten wat daar in stond, in de rode agenda waarin maffiarechter Paolo Borsellino zijn vermoedens over de banden tussen maffia en politiek noteerde.

Vorige week donderdag stonden duizenden Italianen met een rode agenda te zwaaien in de via d’Amelio in Palermo. Het was precies twintig jaar geleden dat Borsellino en vijf lijfwachten daar werden gedood bij een bomaanslag, toen hij op een zondagmiddag op bezoek ging bij zijn moeder. Zijn rode agenda is nooit teruggevonden. Toen hoogwaardigheidsbekleders uit Rome arriveerden om de aanslag mee te herdenken, draaide het volk van de rode agenda’s hen demonstratief de rug toe.

Het Openbaar Ministerie in Palermo vermoedt dat Borsellino is vermoord omdat hij erachter was gekomen dat politici aan het onderhandelen waren met de maffia. Dat is, vooralsnog, een hypothese. Maar dat die onderhandelingen er waren, daarvan is openbaar aanklager Antonio Ingroia overtuigd. Hij wil ex-ministers, carabinieri en een naaste medewerker van oud-premier Berlusconi berechten samen met al gevangen zittende maffialeiders als Totò Riina en Bernardo Provenzano.

Het verhaal begint in maart 1992. Dan wordt in Palermo de christen-democraat Salvo Lima doodgeschoten. Het is een waarschuwing van de maffia aan politici. Een maxiproces tegen maffiosi, met onderzoeksrechter Giovanni Falcone in een hoofdrol, had tot een hele reeks veroordelingen geleid. Dat was volgens de maffia in strijd met de afspraken.

Een andere machtige Siciliaanse christen-democraat, minister voor het Zuiden Calogero Mannino, wordt dan bang. Hij bevestigde deze week tegen la Repubblica dat hij, en andere politici, werden bedreigd. Hij heeft volgens het Openbaar Ministerie contact gezocht met de maffia, via de oud-burgemeester van Palermo, Vito Ciancimino, en de anti-maffia-eenheid van de carabinieri. Het onderzoek is begonnen na verklaringen in 2008 van de zoon van Ciancimino.

De maffia zet aanvankelijk haar offensief voort. Falcone wordt in mei 1992 vermoord, Borsellino twee maanden later, en in 1993 volgen dodelijke bomaanslagen op symbolische plaatsen in Rome, Florence en Milaan. Later dat jaar, na een mislukte aanslag op het Olympisch Stadion in Rome, keert de relatieve rust terug. Riina is dan inmiddels gearresteerd, in januari 1993.

Dat de maffia van strategie veranderde, is wel toegeschreven aan de wens van Riina’s opvolger als capo di tutti i capi, Bernardo Provenzano. Die zou geen directe confrontatie met de staat willen. Maar volgens openbare aanklager Ingroia speelde daar op de achtergrond mee dat Riina en na hem Provenzano aan het onderhandelen waren, onder andere over intrekking van het strenge gevangenisregime voor maffiosi. In 1994 zouden de onderhandelingen met de staat zijn doorgegaan, via Marcello dell’Utri, een vertrouweling van Silvio Berlusconi, die in maart van dat jaar de verkiezingen wint.

Een rechter moet nu bepalen of het dossier van vier jaar onderzoek inderdaad een proces rechtvaardigt. Het zou een unicum zijn. Nog nooit hebben politici en peetvaders samen terechtgestaan in Italië.