Piet ging er van glimmen

Piet Paulusma, de weerman met wallen onder de ogen van SBS 6, hing de blije vogel uit op een vakantiepark voor gehandicapten in Heerden. Het werd weer ‘een perfecte zomerdag’ in ‘een toch al perfecte zomerweek’. Daarna interviewde hij de gehandicapte kok ter plaatse.

„Wat gaan we koken?”

De kok: „Barbecue!”

Piet ging er van glimmen, een prachtig bruggetje.

‘Het barbecueweer’ kreeg van hem een tien.

Ik bevond me op de prachtdag die volgde in de eersteklascoupé van de intercity tussen Amsterdam en Maastricht (treinweer een 5, schrijfweer een 2). Een paar bankjes verderop ontmoetten twee mannen van middelbare leeftijd elkaar.

De ene, een kantoorman, keek de ander onderzoekend aan en zei dat hij dat niet had verwacht, dat de ander bij het korps mariniers was terecht gekomen. De marinier kon het moeilijk ontkennen; hij was in vol ornaat, een pets medailles op de borst. Er ontspon zich een gesprek dat vooral over de marinier ging, want hij had veruit het interessantste leven. Bovendien was het een man met last van humor. Elke keer als de kantoorman hem onderbrak met ‘ik vind’, zei hij: „Als je iets vindt, moet je het naar de politie brengen.”

Duidelijk werd dat een marinier doet wat hem wordt opgedragen.

„Als ze tegen mij zeggen: je moet naar Congo, dan ga ik naar Congo.”

Op die manier had hij al heel wat van de wereld gezien. Hij somde de landen en de daarbij horende voor- en nadelen op:

- Suriname: jungle, kreeg je puistjes van.

- Noorwegen: koud, winterbivak.

- Irak: de situatie was bekend.

„Nou”, zei de andere man, „ik vind Irak wel gevaarlijk…”

„Als je wat vindt, moet je het naar de politie brengen.”

Dat was natuurlijk zo.

De kantoorman gooide het over een andere boeg.

„Irak… wat eet je daar dan?”

Het antwoord verbaasde me: „Vaak nasi, maar soms ook patat.”

De marinier voegde eraan toe: „Het is natuurlijk niet iedere avond varkenshaas met krieltjes.”

De telefoon ging, zul je altijd zien.

Mijn moeder, ze lichtte me uitgebreid in over de toestand van mijn vader want die is ziek. Daarna zei ze: „Ik vind het leuk als je binnenkort langskomt.”

Ik kon het niet nalaten om te zeggen dat je als je iets vindt, dat je het dan naar de politie moet brengen.

Nou, dat vond zij ook.

Het gesprek naast me had intussen een informatief hoogtepunt bereikt.

De marinier: „Het was natuurlijk afzien, de omstandigheden waren zwaar. Veel jongens haakten af. Je ondersteunt elkaar, maar je gaat door.”

„En wat aten jullie daar?”

„Brood, fruit, wat maar voor handen was. En op laatste dag shoarma.”

Ter hoogte van Utrecht bleek dat het niet over het winterbivak in Noorwegen, maar over de Nijmeegse Vierdaagse ging. Ik heb het even nagezocht. Piet Paulusma gaf ‘het wandelweer’ toen een 7, ongeveer het punt waarop onze mariniers in de problemen komen.