Minder musici bij de omroep

Het Muziekcentrum van de Omroep moet na 1 augustus 2013 door met minder dan de helft van het geld. Veel musici verliezen hun baan.

Hilversum. Op het bureau van Anton Kok (51), directeur van het Muziekcentrum van de Omroep, ligt een grafiek met de processen die mensen doorlopen bij verandering. Schok. Ontkenning. Crisis. Toekomstoriëntatie. Bezinning. En, ten slotte, Balans.

Voor de drie klassieke ensembles van het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) waren juni en juli extreem enerverende maanden. Terwijl de concerten nog volop doorliepen, werd met ruim 180 klassieke musici een gesprek gevoerd over hun positie na 1 augustus 2013, en wie er ‘voorzienbaar boventallig’ zal worden. In het komend concertseizoen, het laatste waarin de Radio Kamerfilharmonie nog bestaat, zitten blijvers en vertrekkers dus geïdentificeerd naast elkaar op het podium. Wrange paradox: over hun motivatie maakt niemand zich zorgen. „Musici willen het liefste spelen, dat is het tragische”, zegt Kok. „Naast bang of onzeker zijn ze vooral woedend over de disproportionele zwaarte van de ons opgelegde bezuinigingsmaatregel.” Omdat het MCO valt onder de media-, niet onder de cultuurbegroting, heeft artistieke weging van de alom geroemde omroeporkesten geen rol gespeeld bij de bezuiniging, en worden ze, bezien vanuit het gehele orkestbestel, zwaar getroffen. Het MCO verzorgt met drie orkesten en een koor vooral muziek voor omroepproducties: liveconcerten, te horen op radio en tv.

In totaal moet het Muziekcentrum van de Omroep na 1 augustus 2013 door met 14 van de huidige 31 miljoen rijkssubsidie. In opdracht van minister Bijsterveldt moeten er één symfonisch orkest en één koor overblijven. De musici die boventallig worden, zijn dus voor het allergrootste deel orkestmusici, geen koorzangers: tussen de 60 en 70 van de huidige 180 orkestplaatsen verdwijnen.

Na lang onderhandelen tussen directie, ondernemingsraad en bonden is nu een principeakkoord bereikt over het Sociaal Plan voor de reorganisatie. Doel: musici zo goed als mogelijk begeleiden naar een nieuwe toekomst. Maar hoe? En wie precies? Die vragen leidden de afgelopen maanden tot veel interne onrust over arbeidsrechtelijke onduidelijkheden.

Honderd banen

Minister Bijsterveldt schreef op 16 september 2011 dat de Radio Kamerfilharmonie (RKF) moet verdwijnen, maar formeel vallen RKF-musici onder dezelfde organisatie (MCO) als hun collega’s van het Radio Filharmonisch Orkest. Uit die totale poule van MCO-musici wordt nu één nieuw symfonieorkest geformeerd van circa honderd volledige banen. Bij het Groot Omroepkoor is de bijl iets minder scherp geslepen, omdat daar nog een aantal vacatures openstaat en minder musici ontslagen hoeven te worden om op de gewenste formatiegrootte te komen. „Het probleem is dat de door de minister gestelde opdracht – één volwaardig symfonieorkest en één concertkoor – niet correspondeert met het ons ter beschikking gestelde budget”, zegt Kok. Bureau Berenschot heeft in zijn opdracht een model ontwikkeld dat de geschatte formatie precies in kaart brengt. Hoeveel producties moeten orkest en koor jaarlijks gaan verzorgen? Hoeveel tijd gaat dat kosten? Hoeveel musici zijn daartoe nodig? Een beslissing over de precieze aantallen volgt naar verwachting eind september.

Waar binnen instrumentgroepen boventalligheid ontstaat, wordt op basis van intern overeengekomen criteria geprobeerd met vrijwillig (deeltijd-)vertrek de schade te beperken. Wie vertrekt kan aanspraak maken op een regeling ter bevordering van de positie op de arbeidsmarkt, zoals outplacement of scholing.

Voor de resterende ontslagen is het afspiegelingsbeginsel (last in, first out op basis van leeftijd) van kracht. Een handjevol musici is onmisbaar verklaard. Van opnieuw auditeren voor de eigen baan – een methode waar overigens ook een merendeel van de musici tegen is – is geen sprake. „Hoe de balans tussen ontslagen, nieuwe deeltijdcontracten en vrijwillige vertrekkers precies uitpakt, weten we in december”, zegt reorganisatieadviseur a.i. Suzanne Daniels. „Vooropgesteld: zonder bezuiniging was er helemaal niemand minder gaan werken. In die zin heeft de bezuiniging nare consequenties voor tweehonderd medewerkers, de helft van het totale personeelsbestand. Als de bezuiniging gefaseerder was ingegaan, hadden we een deel kunnen opvangen met natuurlijk verloop. Het is jammer dat bezuinigingen in dit soort hooggespecialiseerde sectoren waar ook nog sprake is van een krimpende arbeidsmarkt, niet beter uitgedacht worden: talrijke musici, niet alleen die van het MCO, gaan nu van ‘subsidie’ naar ‘ww’. Dat is in feite schuiven met potjes, ook al is de financier een andere.”

Integratieproces

Maar de reorganisatie van het Muziekcentrum van de Omroep gaat nog iets verder dan ontslag van zestig à zeventig musici. Eind mei deed minister Bijsterveldt ook een einduitspraak over de beoogde organisatiestructuur van het nieuwe muziekbedrijf. De omroepensembles en de concertseries die ze invullen, moeten één financiële en bestuurlijke eenheid worden. Nu is dat niet zo: de Vrijdag van Vredenburg en de ZaterdagMatinee zijn aparte productieorganisaties. Dáár verdwijnen dus ook banen. Bart Drenth van Bureau Berenschot is aangesteld om het integratieproces te regelen, en tot een reële inschatting van de nieuwe streefformatie te komen.

„De integratie tot één bedrijf is het enige goede van deze reorganisatie”, vindt MCO-directeur Kok. „Klant en leverancier zijn straks één partij. Dat is efficiënter. Het zal ertoe leiden dat artistieke afwegingen weer een rol gaan spelen, de drang om te bewijzen dat we, zoals de minister schrijft, het tweede orkest van Nederland zijn. Nu zijn we sinds 2010 vooral bezig met overleven.”

Zeker is dat het nieuwe muziekbedrijf van de omroep in het oude MCO-gebouw aan de Heuvellaan gevestigd blijft. Over de toekomst van de afdeling educatie en de bibliotheek bestaat nog veel onzekerheid. Het Metropole Orkest is nog met minister Bijsterveldt in gesprek over de condities van een doorstart als zelfstandig ensemble, maar ook daar zullen de personele consequenties van de opgelegde bezuiniging hoe dan ook groot zijn.