Lezers: over 122 jaar...

2135

In 1891, 121 jaar geleden, was de grootmoeder naar wie ik genoemd ben, een meisje van 10 jaar. Toen ik zestien was, in 1960, overleed mijn grootmoeder. Ik kan mij haar goed herinneren. Zij was een geëmancipeerde vrouw die met haar man in de dertiger jaren tussen twee wereldoorlogen een melkwinkel in het hartje van Utrecht runde. Mijn moeder bewonderde haar. De vraag voor mij nu is hoeveel jaren ik krijg om mijn kleinkinderen te zien groeien en mijn verhaal aan hen door te geven. In 2135 is mijn kleinzoon de overleden opa van zijn kleinkind. Dat kleinkind heeft waarschijnlijk de leeftijd die ik nu heb, 70 jaar. Hoeveel tijd zullen mijn kleinkinderen krijgen om de geschiedenis door te vertellen aan hun kleinkinderen?

Nu, in 2012, zijn mijn kleinzoon en ik het scharnier, het doorgeefluik in deze digitale tijd tussen de mechanische twintigste eeuw en het post-digitale, wellicht Higgs-tijdperk van de tweeëntwintigste eeuw. Mijn grootouders, ouders en ik beleefden in de twintigste eeuw de ontwikkelingen in het verkeer van auto’s naar ruimtevaart, in de communicatie van telegraaf, telefoon naar iPhone, in de filmindustrie van stomme zwart-witfilm naar gekleurd geluid, in de voedselindustrie van sla uit eigen tuin naar zeven soorten sla, schoongewassen in steriel plastic verpakt in de koeling van de supermarkt, in de medische industrie van röntgen naar totaal scan. Mijn kleinzoon, kinderen en ik maken de ontwikkeling mee van deze digitale tijd. De mensheid kan haar kennis en emotie gewoon de lucht in gooien. Op het www zal een ander het ergens opvangen op de computer, iPhone of tablet. Het lijkt op het spel ‘sta-bal’ zoals wij dat vroeger op straat speelden.

Zal de eeuw die mijn kleinzoon tegemoet gaat evenals het begin van de twintigste eeuw een tijd van chaos, verwarring en destructie worden? Om daarna met nieuwe toepassingen, wellicht gestoeld op de ontdekking van het Higgs-deel, of met behulp van mensnabootsende robots te komen tot een nieuwe cultuur? Wellicht verplaatsen de mensen zich weinig of niet meer? Is de mensheid opnieuw aangewezen op plaatselijke economie? Of verplaatsen ze zich in kleine eenpersoonscapsules op een hoogte van twintig of vijftig meter boven de grond, aangedreven door opwaartse krachten?

In 2012 werken overheden en banken hard om dreigende maatschappelijke chaos en armoede tegen te gaan. Overbevolking, honger en ziekte moeten mondiaal bestreden worden. Met welke groei-economie of levenswijsheid kunnen wij, mensen, de problemen overwinnen? Mijn rol is beperkt. Ik kan laten zien hoe ik oprecht, zuinig, creatief en doortastend leef. Zo denk ik ook terug aan mijn grootmoeder.