Iran en Israël wisselen boze beschuldigingen uit

De aanslag in Bulgarije waarbij vijf Israëlische toeristen om het leven kwamen, heeft gisteren geleid tot boze beschuldigingen tussen Iran en Israël.

Het onderzoek naar de aanslag van 18 juli is nog aan de gang. De Bulgaarse premier Boiko Borisov zei dinsdag dat een groep achter de aanslag zat die „uitzonderlijk vaardig” was en „absolute geheimhouding” had betracht. Hij gaf geen enkele aanwijzing uit welke hoek de samenzweerders kwamen.

Maar Israëlische leiders wezen van het eerste begin af naar de Libanese organisatie Hezbollah en Iran, zonder overigens bewijzen te geven. De Iraanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Mohammed Khazaie, onderstreepte gisteren in de Veiligheidsraad dat Iran zich nooit schuldig heeft gemaakt of zal maken aan „zo’n verachtelijke aanslag op de levens van onschuldige mensen”.

Vervolgens gaf hij Israël zelf de schuld: hij zei veel voorbeelden te kunnen geven die aantonen dat Israël „zijn eigen burgers en onschuldige joden heeft gedood in de laatste tientallen jaren om anderen de schuld te kunnen geven”. Hij wees ook op de moorden op zeker vijf Iraanse nucleaire geleerden die aan de Israëlische Mossad worden toegeschreven.

De Israëlische adjunct-ambassadeur Haim Waxman noemde de Iraanse beschuldiging „walgelijk maar niet verrassend” aangezien ze afkomstig was van dezelfde regering die zegt dat de aanslag van 9/11 een samenzweringstheorie is en die de Holocaust ontkent, zei hij. Hij beschuldigde Iran en Hezbollah niet alleen van de Bulgaarse aanslag, maar ook van aanslagen en pogingen daartoe in onder andere India, Thailand, Kenia en Cyprus. „De tijd is gekomen dat de wereld voorgoed een einde maakt aan deze terreurcampagne.” (Reuters, AP)