Iedereen liegt, zegt 'de heer van Hedwige'

Doodzonde, vindt de eigenaar van de Hedwigepolder het als dat gebied onder water zou worden gezet. Dan zal er fraaie natuur verloren gaan, waar niets voor in de plaats komt. „Het is geen natte natuur, het is politieke natuur.”

Zeven jaar bakkeleien Nederland, Vlaanderen en de Europese Unie over natuurherstel in de Westerschelde. En zeven jaar lang gaat de ruzie vooral over de vraag of het onder water zetten van de Hedwigepolder de meest geschikte methode is om dat herstel te bevorderen.

Maar eigenlijk, stelt eigenaar De Cloedt van de Hedwigepolder, gaat dat debat helemaal niet over natuur. In werkelijkheid gaat de ruzie over de haven van Antwerpen. Over de uitbreiding van de haven. „Er wordt daarover veel gelogen”, zegt De Cloedt, een vlotte Franstalige Brusselaar die niettemin mooi Nederlands spreekt.

Geri de Cloedt (43) strijdt voor het behoud van de bijna driehonderd hectare grote polder in Zeeuws-Vlaanderen, die al generaties lang in de familie is. En hij staat niet alleen; een meerderheid in de Tweede Kamer en de senaat, de provincie Zeeland, Zeeuwse waterschappen en veel Zeeuwse gemeenten steunen hem. „Vanaf de presentatie van de plannen hebben wij gemotiveerd bezwaar gemaakt”, vertelt hij. „In het begin luisterde niemand. Pas toen de provincie Zeeland zich ermee bezig ging houden, en leden van de Tweede Kamer hier op bezoek kwamen, kwam het verzet op gang. Toen zagen de parlementsleden met eigen ogen dat dit een polder is met mooie natuur, die bovendien openbaar toegankelijk is. We krijgen hier op sommige dagen wel duizend bezoekers.” Hij is blij dat zo veel mensen hem gelijk geven. „Zonder die massale steun had ik niet zo lang volgehouden.”

De Cloedt is handelaar in grind en zand, en saneerder van vervuilde grond. Ruim twintig jaar geleden verkocht zijn familie het baggerbedrijf waarmee veel geld is verdiend. De polder is van hem. De werkweken brengt De Cloedt met zijn gezin in Brussel door. Zijn vrije tijd spendeert de grootgrondbezitter hier, in zijn buitenverblijf; een kleine, witte boerenhoeve vlak achter de dijk. Niet ver daarvandaan grazen ruim twintig paarden. De Cloedt is een verwoed polospeler.

De Hertogin Hedwigepolder staat in een verdrag tussen Nederland en Vlaanderen over de toekomst van de Westerschelde te boek als toekomstige natuur. Natte natuur. Estuariene natuur. Natuur die typerend is voor het estuarium van de Westerschelde. Daartoe zal de dijk moeten verdwijnen en het water van de Westerschelde naar binnen stromen. Maar: „De Hedwigepolder is de meest ongunstige plek om een ontpoldering te situeren”, citeert De Cloedt een rapport van vier jaar geleden, een van de vele studies en adviezen die de afgelopen jaren zijn verschenen. Er zal fraaie natuur verloren gaan, is zijn stelling, en er zal niets voor in de plaats komen. En waarom maakt de Europese Commissie zich zo druk om die ene polder? „Alsof er geen andere problemen bestaan.”

Nee, er zit iets héél anders achter het debat over natuurherstel. „Waarom denkt u dat Vlaanderen blijft aandringen op het onder water zetten van de Hedwigepolder? Waarom spreekt men in Vlaanderen plotseling Latijn?” De Cloedt slaat de armen over elkaar en trekt een plechtig gezicht, magistratelijke arrogantie nabootsend. „Pacta sunt servanda zegt de Vlaamse minister-president Kris Peeters zodra Nederland een alternatief plan presenteert voor het onder water zetten van de Hedwigepolder: ‘verdragen moeten worden nageleefd’. Waarom houden de Vlamingen vast aan de Hedwigepolder? Waarom denkt u dat de Vlamingen tachtig miljoen euro willen meebetalen aan deze ontpoldering? Waarom stelt men steeds opnieuw: een deal is een deal?” Hij spreidt de armen. „Vanwege de uitbreiding van de haven van Antwerpen natuurlijk!”

De Cloedt legt een landkaart op de salontafel. Hij rangschikt drie suikerklontjes in het gebied tussen het huidige haventerrein en de grens met Nederland. „Hier moet straks een vijf kilometer lang dok worden gebouwd. Het Saeftingedok. Daar zijn al twintig jaar plannen voor.” De Cloedt vraagt zijn bezoeker waar de haven van Antwerpen nog ruimte heeft om de natuur die dit dok zal vernietigen, te compenseren. Zelf geeft hij het antwoord. „Nergens. Behalve in de richting van Nederland. In de Hedwigepolder.” Zijn juridisch adviseur pakt de notulen van een vergadering uit 2005 van het Vlaamse parlement erbij. Daarin geeft een parlementslid, Jos De Meyer, de Vlaamse regering de raad om ervoor te zorgen dat de ontpoldering van de Hedwigepolder „dat hoofdzakelijk wordt gerealiseerd met Vlaamse gelden, zeker en vast meetelt voor de noodzakelijke compensaties van de havenuitbreiding”.

Voilà. Vlaanderen eist een deel van Nederland op om de uitbreiding van de haven van Antwerpen mogelijk te maken. De Cloedt: „Begrijp me goed hè. Ik ben niet tegen de uitbreiding van de haven. Ik begrijp dat Antwerpen de vierde haven van de wereld wil blijven. Ik ben ook niet tegen de bouw van een dok. Maar ik ben wel tegen leugenaars die zeggen dat ze alleen hier natuur moeten maken.”

De vraag is dan wel: hebben de Nederlanders dat allemaal nooit in de gaten gehad? De Cloedt: „Misschien hebben de Nederlanders wel beseft dat hiermee alleen het belang van de Antwerpse haven werd gediend. Maar dat zullen de Nederlanders niet zeggen. Want anders worden zij ervan beschuldigd dat zij de haven van Rotterdam willen beschermen tegen de uitbreiding van Antwerpen.”

Dus ook de Nederlanders liegen? De Cloedt haalt de schouders op. „Iedereen liegt. Maar de Vlamingen zijn begonnen.” Overigens heeft Nederland voldoende verweerpunten in de juridische procedure die de Vlamingen onlangs zijn gestart, meent De Cloedt. „De ontpoldering van de Hedwigepolder is namelijk geen essentieel onderdeel van het verdrag.”

Het landschap lonkt. De Cloedt rijdt langs de torenhoge populieren die zijn grootvader nog heeft geplant om er een gevarieerd landschap van te maken en om er goed te kunnen jagen. De kleinzoon heeft het grootste deel van de polder verpacht. Er groeien mais en tarwe, uien en aardappelen, suikerbiet en vlas. Jagen doet hij „nauwelijks”.

De Cloedt beklimt de Deltadijk. Die zou moeten wijken om het water binnen te laten. Achter de dijk, langs de oever van de Westerschelde, strekt zich een vlakte van groen riet uit. Zitten hier vogels? Hij claxonneert. Niets vliegt op. Na het doorsteken van de dijk zou estuariene natuur moeten ontstaan; slikken van zand en klei die af en toe overstromen en waar vogels graag vertoeven. Vergeet het maar, zegt De Cloedt. „In de eerste jaren zal het gebied nat zijn. Er zullen meeuwen op af komen. Maar na tien jaar groeit alles dicht met slib en bagger en staat er alleen riet. Is dat estuariene natuur? Ik stoor me aan mensen die dat beweren.”

Pal over de grens is De Cloedt door de Vlaamse overheid onteigend. Vijftienhonderd populieren zijn gekapt. Nu staat er water. „Regenwater.” En dan straks ook de Nederlandse dijk doorbreken?

Bewijzen dat de natuur er niet mee gediend is, zijn er al. Twintig jaar geleden heeft Geri de Cloedt een poldertje verkocht aan het Zeeuws Landschap. Deze Selenapolder had een mooie uitbreiding van het Verdronken Land van Saeftinghe moeten worden. De Cloedt wijst om zich heen. „U ziet het. Niets dan riet. Het groeit op een drie meter dikke laag slib. Is dat estuariene natuur?” Hij schudt het hoofd. „Het is politieke natuur.”

Dagelijks ziet De Cloedt vogels. „Ik ben geen natuurman. Maar als ik hier ’s ochtends om half zes weg rijd, dan zie ik grote aantallen bergeenden en kieviten, plevieren en kluten. Die komen hier eten. Want voedsel vinden ze alleen hier.” Hij wijst naar het zuiden. „Daar ligt de industrie en de haven van Antwerpen.” Hij wijst naar het noorden. „Daar ligt het Verdronken Land van Saeftinghe. Vol met bagger dat is gestort na eerdere verdiepingen van de vaargeul.” Daar is dus geen voedsel voor vogels te vinden. De complete Hedwigepolder is aangewezen als officieel foerageergebied voor vogels. „Daarom mogen wij hier niet veel lawaai maken.”

Een klein deel van de polder staat in het bestemmingsplan als beschermd natuurgebied. De Cloedt struint over een romantisch laantje langs water. „Ik mag hier niet eens een boom kappen.” Fraaie natuur, die in de plannen zou moeten verdwijnen. „Dat begrijp ik niet.” En hij bukt zich weer eens, voor de zoveelste keer tijdens deze tocht, om plastic afval en lege bierblikjes te rapen. „Van de toeristen.”

Arjen Schreuder