House om lekker bij weg te dromen

Nicolas Jaar maakt elektronische muziek tegen de ‘regels’ in. Dromerig, met slechts 90 beats per minute, en onder begeleiding van een saxofonist en een gitarist.

Nicolas Jaar zit op de trappen van het podium na zijn optreden op Sonar, Barcelona. Hij oogt wat vermoeid. De gelaatskleur van de Chileense New Yorker heeft de teint van zijn overhemd. Crèmekleurig en doorschijnend. De nacht ervoor heeft hij ook gespeeld.

Wat kwam beter over, is de wedervraag die hij stelt als hem gevraagd wordt de twee optredens – overdag voor duizend bezoekers op het gras en ’s nachts voor tienduizend feestgangers in beurshallen aan de rand van de stad – te vergelijken. Het antwoord, dat het optreden als Darkside overdag, met meer ritme en gitaar, de bezoekers beter lijkt te bevallen dan de zwoele zondagochtendhouse van Jaar en band de nacht ervoor, kan rekenen op instemming „Natuurlijk merk ik verschil. Als je sneller draait, gaan mensen meer los. Dat is gewoon zo.”

Nicolas Jaar maakt furore met dromerige elektronische klanken die hij schildert op een snelheid van 90 bpm (beats per minute). Ter vergelijking: een gemiddelde technoplaat telt 140 bpm, een gemiddeld housenummer 130 bpm. Hij produceert de beats live, onder begeleiding van gitarist Dave Harrington en saxofonist Will Epstein. Daarbij verwerkt hij samples van Nina Simone (Feeling Good), Ethiopische jazz en af en toe een tokkelende gitaar (El Bandido, Mi Mujer). Soms fluistert hij zelf even in de microfoon (Space is only noise), dan weer schakelt hij over van laptop naar toetsen. Hij experimenteert met het geluid van de stilte. Dit is house om een zondagochtendromance bij te beleven of bij weg te dromen op het strand.

„We zijn ons ervan bewust dat we optreden op een elektronisch muziekfestival, maar breken bepaalde regels. Hi-hats, snares en claps gebruiken we wel, maar dat zijn geen vaste onderdelen. En dat geeft onze muziek een heel ander gevoel.” Dat gevoel wordt wel omschreven als melancholisch. „Daarvoor moet ik mijn vader bedanken. Hij heeft me kennis laten maken met de muziek van Mulatu Astatke en andere Ethiopische muzikanten. Ethiopië is het enige Afrikaanse land dat nooit is gekoloniseerd, daarom bracht dit land geweldige muziek voort in de jaren zestig. In die dansmuziek, want dat is Ethiopische jazz, hoor je de pijn van de kolonisatie van Afrika, maar tegelijk de vrijheid van meningsuiting die er toen in Ethiopië was. Die combinatie probeer ik ook te bereiken met mijn muziek.”

Hij begon ooit, veertien jaar oud, met minimalistische techno, geïnspireerd door landgenoot Ricardo Villalobos. „Ik ging elektronische muziek maken, omdat ik alles zelf wilde doen. Op die manier kon ik mijn eigen wereld creëren.” Vijf jaar daarvoor was hij terugverhuisd naar zijn vader in New York vanuit Chili, waar hij tot zijn negende woonde met zijn moeder. Hij verwerkte zijn vaderloze jeugd in Chili door kinderverhalen te schrijven over die tijd in het Spaans. „Hoe het me heeft beïnvloed, daar ga ik niet op in. Herinneringen over je ouders zijn altijd gekleurd, maar ik ben er zeker van dat het wat met je doet.”

Muzikaal ontwikkelde Jaar zich op de Mercy Hotel clubavonden die het producersduo Wolf + Lamb (Zev Eisenberg en Gadi Mizrahi) organiseerde in Brooklyn. The Student EP, zijn eerste, bracht hij op hun label uit in 2007. Later startte hij zijn eigen label, Clown & Sunset, waarop zijn debuutalbum Space is only Noise uitkwam in 2010.

Afgelopen juni rondde het ‘wonderkind’, zoals de muziekpers hem noemt, ook nog zijn studie vergelijkende literatuurwetenschap af aan de prestigieuze universiteit Brown. „Combineren? Dat deed ik niet echt. Tijdens het schooljaar had ik een normaal studentenleven, in de vakanties trad ik op. Ongetwijfeld hebben studie en muziek elkaar beïnvloed. Het meest karakteristieke van vergelijkend literatuuronderzoek is dat het je vraagt dingen te vergelijken zonder oordeel. Als je 90 bpm speelt voor een publiek van 10.000 feestgangers is dat ook een tegenstelling die je op eenzelfde manier uitdaagt te vergelijken zonder oordeel.”

Eind 2011 verscheen de EP Darkside, een samenwerking met gitarist Harrington. „Elektronische muziek hoeft niet per se op zichzelf te staan. Muziek gaat over interactie met mensen. Een van mijn grootste idolen is Keith Jarrett. Zijn piano is niet slechts een instrument, het is een taal. Als hij improviseert, praat hij met het publiek. State of grace, zo noemt hij dat. Dat is wat je wil zien als een artiest optreedt, niet iemand die gewoon een liedje opnieuw speelt.”

Improviseren doet Jaar ook als hij live produceert. Dus waarom nog die andere muzikanten? Eén artiest de state of grace zien bereiken, is heel mooi. Meer artiesten samen de state of grace zien bereiken, dat is liefde.”

Ook vandaag praten Jaar en Harrington met het publiek. Tien minuten voor het einde van het optreden verlaten ze het podium. Alleen een gitaarloopje speelt door op de achtergrond. Bewust, zegt Jaar achteraf „Iedereen bleef achter met de gedachte: komen ze nog terug? En die gedachte is heel vergelijkbaar met het gevoel wat ik vroeger altijd over mijn vader had: komt hij nog terug?”