Het SGP-programma

Een eenverdienersgezin met een inkomen van 40.000 euro betaalt op dit moment zo’n 90 procent meer belasting dan een tweeverdienersgezin met eenzelfde inkomen.

De SGP ziet graag dat de vrouw de zorg thuis op zich neemt. Dat moet in het belastingstelsel niet gestraft worden. Nu is er al een korting voor twee werkende ouders. En straks is de algemene heffingskorting niet meer overdraagbaar van de niet-werkende naar de werkende partner. Dan neemt het verschil nog meer toe, beweert de SGP, tot wel 120 procent. In een verrassend liaison met D66 en CDA pleitte de SGP daarom voor ‘leefvormneutrale’ belastingen.

SGP stuurt een uitgebreid rekenmodel waarin de belastingen van een eenverdiener die 40.000 euro bruto verdient worden vergeleken met die van tweeverdieners met elk 20.000 euro bruto. Eén goede baan vergelijken met twee minimaal betaalde banen is wat scheef, maar vooruit, alle kortingen staan er in. Het verschil is 5.433 euro belasting voor tweeverdieners tegen 9.972 euro belasting voor een éénverdienersgezin, inderdaad zo’n 90 procent. Als de algemene heffingskorting niet meer overdraagbaar is, loopt de belasting voor eenverdieners op tot 11.759 euro en is het verschil bijna 120 procent.

In dit rekenmodel zijn niet ‘equivalentiefactoren’ meegenomen, waarmee je berekent wat de financiële voor- en nadelen zijn van een bepaalde gezinssituatie. Daarmee tel je mee dat iemand die altijd thuis is, bijvoorbeeld kinderopvang en schoonmaakster uitspaart. Maar dat zijn geen belastingen, daarom bestempelen we de uitspraak als waar.

In onder meer Amsterdam krijgen organisaties die hulp verlenen vanuit een christelijke levensvisie geen subsidie. Niet omdat ze geen kwaliteit leveren, maar omdat ze christelijk zijn.

De SGP wijst op twee organisaties in Amsterdam, waarover in 2009 commotie ontstond: Het Scharlaken Koord, onderdeel van Stichting Tot Heil Des Volks, dat prostituees helpt uit hun vak te stappen, en jongerenorganisatie Youth for Christ. Deze twee organisaties krijgen subsidie van de gemeente Amsterdam.

Youth for Christ won in 2009 voor vier jaar een aanbesteding voor jongerenwerk in de Baarsjes in Amsterdam. Ondanks strikte afspraken over neutraliteit benadrukte de organisatie haar zendingsdoel in een personeelsadvertentie. De gemeenteraad wilde daarop de subsidie stopzetten. Dat is niet gebeurd, wel gaat het geld nu naar de voor dat doel opgerichte stichting The Mall De Baarsjes, die beloofd heeft ‘breed’ personeel te werven. De nieuwe stichting werkt nog wel gewoon onder de vlag Youth for Christ.

De gemeenteraad van Amsterdam nam daarna een motie aan om subsidie aan alle organisaties die alleen mensen van een bepaalde religie hebben, te stoppen. Waaronder Het Scharlaken Koord, dat enkel christelijk personeel heeft. De motie werd verworpen door het stadsbestuur. Het Scharlaken Koord krijgt nog steeds subsidie, al vreest de organisatie volgend jaar niks meer te ontvangen. Maar dat kan ook aan de crisis liggen. We beoordelen de uitspraak daarom als onwaar.

Steeds meer gemeenten verklaren zich toeristisch om elke zondag open te kunnen zijn.

SGP is voor de zondagsrust en verzet zich tegen koopzondagen. Volgens de SGP misbruiken gemeenten de stempel ‘toeristisch’ om zo de Winkeltijdenwet te omzeilen.

De Winkeltijdenwet staat gemeenten toe om zonder toelichting twaalf zondagen per jaar de winkels te openen. Wil een gemeente meer zondagen open, dan kan dat via een toerismebepaling. Gemeenten kunnen zelf beslissen of ze toeristisch zijn.

Dat aantal nam flink toe. In 2006 werd het aantal toeristische gemeenten nog geschat op 25 procent. In 2007 was dat al 35 procent, in 2009 42 procent. Toen waren 185 van de 441 gemeenten toeristisch. Overigens werd niet overal maximaal gebruik gemaakt van de toerismebepaling. Soms was het alleen om één straat of campingwinkels te openen.

Om misbruik te voorkomen, is de wet begin 2011 aangescherpt. Toerisme naar de gemeente moet ‘substantieel’ zijn, los staan van de koopzondag (dus geen funshoppers meetellen), en er moet ook een daadwerkelijke behoefte aan een koopzondag zijn. Dit allemaal ter beoordeling van de gemeente zelf. Winkeliers kunnen de beslissing aanvechten bij de rechter, die de opgevoerde redenen zal beoordelen.

Economische Zaken weet niet of er sinds 2011 toeristische gemeenten bij zijn gekomen, dat wordt niet bijgehouden. Mogelijk is de aangescherpte wet voldoende om misbruik tegen te gaan, mogelijk niet. We beoordelen de bewering daarom als half waar.

Veerdiensten verdienen steun. Ze voorkomen jaarlijks maar liefst 333 miljoen omrijkilometers.

SGP is vóór mobiliteit: geen forenzentaks, 130 km/uur waar het kan. De partij maakt zich ook sterk voor het behoud van veerdiensten.

Het getal van 333 miljoen omrijkilometers komt uit de afstudeerscriptie Verdiensten van Veerdiensten uit 2010, een update van een scriptie uit 2004. De scriptie, in opdracht van het Landelijk Veren Platform, is aangeboden aan SGP-lijsttrekker Van der Staaij.

Voor beide scripties zijn passagiers geënquêteerd. Hen werd gevraagd hoe ver ze moeten omrijden als er geen veerdienst is en met welk vervoersmiddel ze dat zouden doen. Het aantal ‘overzettingen’ is geschat op basis van passagiersaantallen die aanbieders van veerdiensten noemen: bijna 30 miljoen. In 2004 zei 47 procent van de passagiers te zullen omrijden met de auto, wat per rit ruim 15 kilometer zou kosten. Levert samen 214 miljoen omrijkilometers op. In 2009 zei 61 procent te zullen omrijden met de auto, wat ruim 17 kilometer zou kosten. Het aantal ‘overzettingen’ was overgenomen uit 2004. De scriptie komt uit op 329 miljoen omrijkilometers. Plus 4 miljoen omrijkilometers van OV-veren is dat 333 miljoen. Maar next.checkt komt met deze rekensom uit op 316 miljoen, plus de vier miljoen voor de OV-veren.

Naast het feit dat het aantal overzettingen niet is aangepast aan 2009, is de steekproef onder de passagiers nogal klein. Werden in 2004 al maar 15 van de 196 veerdiensten benaderd, in 2009 deden maar 7 van de 243 veerdiensten mee, met in totaal 1.140 ingevulde enquêtes. We beoordelen de uitspraak daarom als ongefundeerd.