Het Lowlandsbeest

Het is een mooie dag in augustus en een zachte bries waait over het uitgestrekte terrein van Biddinghuizen. Platgetrapte falafelballetjes flankeren in kleine groepjes het terrein; ze zijn nog vers. Er klinkt luide muziek en overal waar je komt dringt onbewust de onmiskenbare Dixi-geur je neusgaten binnen. Het moge duidelijk zijn – we bevinden ons

Het is een mooie dag in augustus en een zachte bries waait over het uitgestrekte terrein van Biddinghuizen. Platgetrapte falafelballetjes flankeren in kleine groepjes het terrein; ze zijn nog vers. Er klinkt luide muziek en overal waar je komt dringt onbewust de onmiskenbare Dixi-geur je neusgaten binnen. Het moge duidelijk zijn – we bevinden ons in de natuurlijke habitat van het Lowlandsbeest; een bijzonder zoogdier waarvan we enkel in deze tijd van het jaar een glimp mogen opvangen.

Enigszins afgezonderd vinden we de blokkenschemanazi

Wanneer we dichterbij komen, is goed te zien dat dit magnifieke dier zich meestal in kuddes verplaatst; overal staan kleine groepen met een strikte onderlinge rolverdeling. Zo telt elke groep een leider, die ervoor zorgt dat zijn of haar kudde rondtrekt of stilstaat. In doeltreffende klankpatronen, zoals „Nee Patrick, we gaan niet naar Go Back To the Zoo, daar komen we net vandaan”, toont de leider een natuurlijk overmacht, die door de rest stilzwijgend gerespecteerd wordt.

Enigszins afgezonderd van de leider vinden we de enige die het leiderschap af en toe ter discussie durft te stellen: de blokkenschemanazi, een vast lid van de kudde, dat altijd een verfomfaaide versie van het blokkenschema bij zich draagt waarop met zwarte marker staat aangegeven wat er allemaal niet gemist mag worden. In een welhaast obsessieve stijl tracht de blokkenschemanazi met enige regelmaat de groep te bewerken (bijvoorbeeld in de richting van een Letse indiebeatboxer), maar kiest, zodra de kudde aarzelt, uiteindelijk altijd voor zichzelf. Het is niet ondenkbaar dat men de blokkenschemanazi aan het eind van de dag terugvindt in de Charlie, alleen en met een kwade dronk, terwijl geen enkel kuddelid zich meer in de buurt waagt om de gelaagde baslijnen met hem te bespreken.

Van wie de leider nooit concurrentie hoeft te duchten, is de planner, de geestelijk moeder van de kudde. De planner heeft de zaken goed voorbereid en vindt het geen probleem om voor iedereen te zorgen. De hele dag wordt er een rugtas meegesleept vol flesjes water, zonnebrand, pleisters, antimuggenspray, schone sokken, naaisetjes, zeep-zonder-water, Snelle Jelle’s, kleedjes en condooms. De planner geeft veel, maar zijn of haar rol wordt door de andere kuddeleden vaak over het hoofd gezien – de natuur is immers schaamteloos egoïstisch.

Als we geduld hebben, zien we hoe de kudde zich gedurende de dag verplaatst, al wordt deze daarin regelmatig gedwarsboomd door de grashanger; het lid van de groep dat niet lijkt te begrijpen dat bewegen ook zo zijn voordelen kan hebben op dit terrein, waar rondcirkelende heavymetalfans van middelbare leeftijd altijd op de loer liggen. De zorgeloze houding en de behoefte om elk half uur ergens uitgestrekt op de grond tussen de gebruikte servetjes en stukjes sla te liggen, wordt door de groep maar matig getolereerd; er is een gerede kans dat er ineens wordt besloten verder te trekken en de grashanger achter te laten. Maar weinig grashangers kunnen dit navertellen: op het uitgestrekte terrein is het vrijwel onmogelijk opnieuw aansluiting met de eigen kudde te vinden.

En zo valt langzaam de avond over een roerig Biddinghuizen, dat ook in de nachtelijke uren vol leven is. Er wordt gedanst, gedronken en gejaagd en als je geluk hebt, kun je een terugtocht naar de camping gadeslaan – sommige kuddes intact, andere gehalveerd – en terwijl de Lowlandsbeesten tevreden hun plek voor de nacht opzoeken, weten ze: weer een dag overleefd.