Extreme droogte in VS drijft voedselprijzen overal op

De voedselproductie wordt beheerst door een klein aantal landen. Als het in één van die landen misgaat, schieten de prijzen omhoog. En dat gebeurt nu.

Een veeboer in Ashley, Illinois, worstelt met de gevolgen van de droogte. Het is zelden zo droog geweest in de Amerikaanse staat. Foto AFP

Als in Hoopeston de mussen van het dak vallen, breekt dan in Kinshasa de opstand uit?

Het lijkt onmogelijk dat een dorpje met 5.600 inwoners in de Amerikaanse staat Illinois gebeurtenissen kan beïnvloeden in de hoofdstad van Congo, het land met de armste bevolking ter wereld. Toch is dat de realiteit op de wereldmarkt voor voedsel.

Na veertig stabiele jaren, kampt de voedselmarkt met de derde extreme prijspiek in zes jaar. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben. De afgelopen jaren vielen pieken in de prijzen van gewassen als mais, graan en sojabonen gelijk met het uitbreken van sociale onrust in Jemen, Somalië, Tunesië, Libië, Oman, Egypte, Oeganda en nog veel meer landen.

Deze keer is het een ongekende hitte- en droogtegolf in het Middenwesten van de Verenigde Staten die de prijsstijgingen veroorzaakt.

Sinds 1956 is het niet zo warm en zo droog geweest in grote delen van de VS. Een mislukte oogst lijkt onafwendbaar. Kijk maar naar de foto’s van geknakte maisstengels en dorre akkers. Volgens de Amerikaanse meteorologische dienst kampt bijna 60 procent van de VS met extreme droogte en hitte. Vooral het Midden-Westen is zwaar getroffen. Dat heeft gevolgen voor de hele wereld want het gebied is een cruciale schakel in de mondiale voedingketen. Zie hier de invloed van Hoopeston, sweetcorn capital of the world.

De gewasprijzen wereldwijd reageerden onmiddellijk. Een bushel (35,2 liter) mais met leverdatum september verkoopt op de termijnmarkt in Chicago voor 8 dollar. In ruim een maand zijn prijzen met 55 procent gestegen. Eenzelfde lading sojabonen gaat weg voor ruim 16 dollar, een toename van 26 procent. Analisten van zakenbank Goldman Sachs verwachten dat de prijzen nog meer zullen stijgen. Prijzen van 9 dollar voor mais en 20 voor soja zijn realistisch, aldus Goldman Sachs.

Hier gaan we weer, denken economen. „Veertig jaar lang was het vrij rustig, maar nu is dit al de derde keer in zes jaar dat we dit soort prijspieken zien”, vertelt Vito Martielli, graan- en oliezaadanalist voor Rabobank. In 2007 en 2008 schoten de prijzen van mais en soja omhoog. In 2010 ging de graanprijs door het dak. En nu weer. Het is duidelijk: de decennia van rust zijn voorbij. „De kans is groot dat prijzen volatiel blijven en op de langere termijn zullen blijven stijgen”, aldus Martielli.

De belangrijkste reden dat de prijzen stijgen is dat er simpelweg meer vraag is naar mais, graan en soja. De wereldbevolking groeit en wordt welvarender. Welvarende mensen eten meer vlees. Meer vlees betekent meer vee. En meer vee eet meer mais, graan en soja. Vooral de snelle groei van China is van belang. China consumeerde vorig jaar 386 procent meer vlees dan in 1980, blijkt uit onderzoek van onderzoekers van de Stichting Landbouwkundig Onderzoek (LEI) in Den Haag op basis van gegevens van de wereldvoedselorganisatie FAO. In diezelfde periode steeg de bevolking van China van ruim 1 miljard tot 1,3 miljard inwoners, een toename van nog geen 25 procent. Inmiddels is de helft van de varkensvleesproductie in de wereld afkomstig uit China, zo blijkt uit cijfers van de FAO.

Tegelijkertijd moet de wereld schoner en duurzamer, luidt de overheersende politieke en maatschappelijke mening. De drang om de economie minder te laten draaien op olie en meer op biobrandstoffen vergroot de vraag voor mais en suikerriet. Tot vier jaar geleden waren Amerikaanse boeren goed voor 60 procent van de wereldexport van mais, blijkt uit onderzoek van Rabobank, de Nederlandse bank die van oudsher sterk gericht is op landbouw. Inmiddels is dat gedaald naar 40 procent, want mais wordt gebruikt om biobrandstoffen als ethanol van te maken. Waar 15 procent van de Amerikaanse maisproductie in 2005 werd gebruikt voor ethanol is dat gestegen tot 40 procent vorig jaar.

De vraag naar de gewassen is groter, maar de productie blijft in handen van een paar landen, zegt Rabobank-analist Martielli. „Gezien de bestaande lange termijndruk op de prijzen hoeft er in die landen maar iets te gebeuren of je krijgt een piek”, zegt hij. Te droog en te warm weer in Azië – veroorzaakt door weerfenomeen El Niño in 2010 – zorgde voor een stijging van de prijs van palmolie. Verklaarbaar, want 80 procent van de markt voor palmolie is in handen van Indonesië en Maleisië. Droogte en branden in Rusland en Oekraïne dreven in datzelfde jaar graanprijzen op, want die twee landen zijn cruciale graanschuren. De VS, Brazilië en Argentinië domineren sojaproductie.

Als de wereldbevolking nog rijker wordt en nog meer vlees eet, moet de jaarlijkse oogst van granen, mais en rijst met 43 procent toenemen tot 3 miljard ton, zo heeft de FAO berekend. Er zijn twee manieren om de structurele prijsstijging te beperken en daarmee de kans op pieken te verkleinen. Boeren kunnen productiever worden. Of boeren moeten grotere delen van de aarde gebruiken voor landbouw. Beide opties zijn niet zo makkelijk, concluderen de onderzoekers van het LEI. „Productiviteit verbeteren is moeilijk”, schrijven de onderzoekers van het LEI. Er is de afgelopen dertig jaar al veel aan efficiëntie gewonnen en nu wordt er te weinig geïnvesteerd in onderzoek naar nieuwe productiemethoden. Alleen in Afrika zijn substantiële mogelijkheden een hogere opbrengt op hetzelfde landbouwoppervlak te halen, concludeert het LEI.

Uitbreiding van landbouwgronden wordt volgens de onderzoekers beperkt door toenemende bevolkingsdichtheid en het feit dat uitbreiding waarschijnlijk zal plaatsvinden naar weinig vruchtbare gronden. Het graan- en maishongerige China kent weinig beschikbare en vruchtbare gronden op terrein dat geschikt is voor grootschalige landbouw. Op de plekken waar het klimaat geschikt is, zitten boeren klem tussen de 160 steden met een miljoen inwoners of meer. En daar waar het dunbevolkt en uitgestrekt is, is het klimaat ongeschikt, zoals de Gobiwoestijn (te heet) of de bergen in het westen (te koud).

Het zullen vooral de armsten ter wereld zijn die lijden onder de prijsschokken van graan, mais, soja en rijst. Zij die op minder dan een dollar per dag leven, geven een groter deel (circa 70 procent) van hun inkomen uit aan voedsel. Ook kopen zij vaak onbewerkt voedsel en voelen prijsstijgingen dus direct. Rijkere consumenten kopen vaak bewerkt voedsel. De tussenschakel – bakker, eetstal of internationale levensmiddelenfabrikant – zal vaak een deel van de prijsstijging voor eigen rekening moeten nemen.

Een bijkomend nadeel is ook dat de armen op aarde vaker hun voedsel verkrijgen via de wereldmarkten, schrijven Marco Lagi, Karla Bertand en Yaneer Bar-Yam van het New England Complex Systems Institute, een Amerikaans onderzoeksbureau. Vroeger verbouwden armen zelf hun gewassen of ze kochten het van keuterboeren op afgeloten lokale markten. Als gevolg van, onder meer, verstedelijking is dat minder het geval.

Omdat de bevolking geraakt wordt door de prijsschommelingen op de internationale markten, spelen voedselprijzen een belangrijke rol bij het ontstaan van sociale onrust in een land, schrijven de onderzoekers.

Het New England Complex Systems Institute bracht wereldwijd voedselrellen in kaart van de afgelopen vijf jaar. Neem de Tortillaprotesten in 2007. Tienduizenden Mexicanen uitten hun ongenoegen over de snel gestegen prijs van de maispannekoeken, onmisbaar voedsel voor het armste deel van de bevolking.

Soortgelijke protesten deden zich voor Mozambique, Oeganda en India. En begin 2010 trokken Tunesiërs, Algerijnen en Egyptenaren de straat op om te demonstreren tegen werkloosheid, corruptie, maar ook tegen de hoge voedselprijzen. De Arabische Lente was niet alleen een strijd tegen dictatoriale onderdrukking, maar ook een uiting van woede over onbetaalbaar eten.

De onderzoekers zetten de rellen af tegen de voedselprijsindex van de FAO, een mandje van belangrijke gewassen waar de prijzen uitgedrukt worden in punten. Hun conclusie? Als wereldprijzen hoger zijn, zijn er meer gewelddadige voedselrellen. Specifieker, als de index boven de 210 punten uitkomt is er een verhoogde kans op sociale onrust.

Vorig jaar kwam de index het hele jaar boven de 210 punten uit. Dit jaar waren voedselprijzen gedaald. In juni stond de index op 201 punten, het laagste niveau in twee jaar. Maar dat was voor de angst voor een mislukte Amerikaans maisoogst. En dat was voor de prijsstijgingen van de afgelopen weken. Wereldvoedselorganisatie FAO is bezorgd. „Het is een serieuze situatie die wij goed in de gaten moeten houden”, zei econoom Abdolreza Abbassian vorige week tegen persbureau Reuters.

De prijzen van mais en soja zijn hoger dan tijdens pieken van 2008 en 2010. Maar de graan- en rijstprijzen zijn nog niet zo hard gestegen. Abbassian: „Rijst is extreem belangrijk voor de voedselzekerheid voor miljoenen mensen. We zien daar nog geen probleem. Daarom is het te vroeg om te spreken van een crisis.”

Maar wat niet is, kan nog komen. Rabobank-analist Martielli wijst op de kruisverbanden tussen verschillende gewassen. „Als de maisprijs te veel stijgt, zullen de veebedrijven overschakelen op graan als voer. En dat heeft gevolgen voor de prijs”, aldus Martielli. Nog één overstroming of één stevige storm en een nieuwe voedselcrisis kan een feit zijn.