Elvis, Bijbel en zombies gaan prima samen

The Sadists bedachten een sprookje vol rock, visueel spektakel, absurdisme en morbide humor.

Jan Vollaard

Muziektheater kwam nog nooit met meer rock-’n-rollgevoel dan bij The Sadists. Drie mannen en een zombie brengen hun postapocalyptische sprookje Rockabilly Roadkill naar Lowlands in een draaikolk van vuige rockmuziek, visueel spektakel, absurdisme en morbide humor. „Het is een donkere voorstelling”, zeggen ze er zelf van. „Heel raar en smerig. We wilden iets doen met Elvis, zombies, rockabilly, de Apocalyps en de Bijbel. Voor ons gevoel passen die dingen heel goed bij elkaar.”

Viktor Griffioen, Erik van der Horst en Kasper Schellinghout zaten samen op de Toneelacademie Maastricht, waar ze elkaar vonden in hun liefde voor rockmuziek en de theatrale mogelijkheden die dat biedt. Hun afstudeervoorstelling The Sadists „over hardrockmuzikanten die beukmuziek maken tot ze sterven” brachten ze onder auspiciën van het gerenommeerde theaterbedrijf Orkater dat hun repetitieruimte, begeleiding en een podium gaf. Ze speelden zich meteen in de kijker, bij onder anderen theatercollega’s Vincent van Warmerdam, Pierre Bokma en Gijs Scholten van Aschat. Met laatstgenoemde speelden ze in de megaproductie Richard III waarin Shakespeare werd gecombineerd met muziek van Tom Waits.

Gewoon maar een beetje muziek maken kunnen The Sadists niet. Toen ze de klassiekers van The Beatles vertolkten in de voorstelling Help met theatergroep Max, deden ze dat op een heel ruige manier. Nog heftiger ging het eraan toe in hun eigen show Alabama Chrome, waarin ze rommelden aan de grondvesten van de muziektraditie in de zuidelijke staten van Amerika. Hun liefde voor blues, rock-’n-roll en country konden ze kwijt in een daverende show, waarin ze letterlijk stampvoetend tekeergingen. „Het ritme is een onmisbaar onderdeel bij alles wat we doen”, zegt Griffioen. „Zowel in de muziek als in de voortgang van de voorstelling zelf. Elk onderdeel is erop gericht om de vaart erin te houden, van het gedreun met onze voeten in een bluessong tot de schommelbewegingen als we met z’n drieën op een verende autostoel heen en weer wiegen. Eerst wilden we daar zo’n mechanisch rodeopaard voor gebruiken, maar dit bleek een goedkopere oplossing. Zoals ‘Alabama Chrome’ de Amerikaanse benaming is voor het zilverkleurige plakband waarmee ze roestplekken op oude auto’s maskeren.”

Rockabilly Roadkill blijft in diezelfde sferen, met muziek die zo authentiek wordt gebracht dat je er niet achterkomt of The Sadists er de draak mee willen steken of niet. „In Amerika is alles veel extremer dan hier”, zegt Griffioen aan de hand van de reis die hij en Van der Horst maakten door de zuidelijke staten. „De verschillen zijn groter, tussen inkomens, politieke overtuiging en hoe er naar ras en afkomst wordt gekeken. De pioniersgeest die er van oudsher heerst, heeft iets met die mensen gedaan, waardoor ze de dingen alleen nog maar zwart of wit kunnen zien. Het superioriteitsgevoel van the American way of life brengt merkwaardige randverschijnselen mee die in onze voorstelling aan de orde komen, bijvoorbeeld als Van der Horst de dolgedraaide radiodominee speelt die we letterlijk zo hebben gehoord in Texas. Wat een idioot, dachten wij. Uitstekend geschikt voor onze voorstelling!”

Tijdens optredens op de Parade zijn The Sadists gehard in de confrontatie met het omgevingslawaai dat hen op Lowlands ook te wachten staat. „Dan zit je in gedachten met je publiek in het zuiden van Amerika en roept er opeens iemand keihard door de speakers bij de buren: ‘Frikandellen!’ Ons devies is dat we onder alle omstandigheden moeten kunnen spelen, en dat er we in zo’n geval overheen gaan met nóg meer lawaai.”

Het theater is hun natuurlijke habitat. „We kunnen het wel”, zegt Van der Horst, „spelen als een gewoon bandje met bas, gitaar en drums. Maar we vinden het al gauw saai, vergeleken bij het spektakel van de voorstellingen die we normaal brengen. We hebben de spanning nodig van scenes die elkaar in razend tempo opvolgen. De beste rockbands geven ook concerten met een zekere logica in de opeenvolging van nummers die ze spelen, een spanningsboog en een climax. Bij ons komen alleen zo veel decorstukken en instrumentwissels bij kijken, dat we er een buslading aan spullen voor nodig hebben. Als we die eenmaal hebben uitgeladen, kunnen we net zo goed de hele show opvoeren.”