De ontevredenheid wordt het land aangepraat

Het vaak verfoeide populisme is geen uiting van volkse ontevredenheid, maar een handige manier om politieke strijd te voeren, aldus Justus Uitermark en Merijn Oudenampsen. Vijf misvattingen over het populisme.

Reinier Kist

Redacteur Activisme

Geert Wilders vertolkt de stem van het boze volk. Dat is de heersende opinie in het publieke debat. Want dat volk is boos om van alles en nog wat. Criminaliteit. Buitenlanders die de buurt overnemen. Stijgende zorgkosten. Europese regelgeving. Het opgehouden Griekse handje. Werkloosheid. Uitkeringstrekkers. En natuurlijk de elite in Den Haag die al die ellende heeft veroorzaakt.

En dat komt allemaal omdat er in de wereld allerei processen gaande zijn waar een deel van de bevolking geen greep op heeft. Deskundigen noemen deze boze, vaak laagopgeleide mensen daarom ‘de verliezers van de mondialisering’.

Maar klopt dat beeld wel?

Nee, zeggen socioloog Justus Uitermark van de Erasmus Universiteit en politicoloog en socioloog Merijn Oudenampsen van de Universiteit van Tilburg. Volgens hen is het volk die ontevredenheid grotendeels aangepraat. Door populistische politici als Fortuyn, Verdonk en Wilders. En deze symboolpolitiek is zo succesvol, omdat politici van andere partijen er geen andere symbolen tegenover stellen.

Populisme is geen verschijnsel. Populisme is een strategie, concluderen zij in het onlangs verschenen boek Power to the people! Een anatomie van populisme (Boom Lemma Uitgevers, 196 blz. € 24,95).

Populisme wordt in het publieke debat vaak verbonden aan een bepaalde groep of ideologie, maar volgens Uitermark en Oudenampsen is het beter te begrijpen als een verzameling stijlfiguren die door politici van allerlei kleur kunnen worden ingezet om de eigen standpunten voor het voetlicht te brengen. Ze onderscheiden op die manier vijf misvattingen over het populisme.

1Populisme moet je afkeuren of juist toejuichen

Oudenampsen: „Je hoort weleens afkeurend zeggen: ‘Wilders is een populist’. Maar waarom zou je een politicus aanvallen omdat dat hij de mening van het volk in stelling brengt? Je hebt het dan niet over zijn standpunten, maar over de manier waarop hij ze vormgeeft. Kijk, populisme an sich is natuurlijk niet goed of slecht. Het is slechts een stijl van politiek bedrijven die zich aan allerlei ideologieën vastklinkt. Elke politicus die zich beroept op het volk en zich keert tegen het establishment, die volkse wijsheden articuleert en een onderscheid maakt tussen het pure heartland tegenover de vervuilende ander, noemen we een populist.”

Uitermark: „Als je die definitie hanteert zie je dat populisme in veel verschillende gedaantes opduikt. ‘Power to the people’, de titel van ons boek, is een populistische slogan van onder meer de Black Panthers en John Lennon, maar ook een reclameslogan van een bemiddelaar voor verzekeringen. De kreet ‘We are the 99 percent’ van Occupy is een variatie op het populistische verzet tegen een elite, de 1 procent, die alle touwtjes in handen heeft. In alle uitersten van het politieke spectrum bedienen politici zich van populistische stijlfiguren. De links-populistische Venezolaanse president Hugo Chávez mobiliseert el pueblo tegen de Amerikaanse imperialisten, terwijl de rechts-populistische Tea Party in de Verenigde Staten ‘the real America’ plaatst tegenover een corrupte linkse elite.”

2Populisten verwoorden de stem van het volk

Uitermark: „Pim Fortuyn was niet de eerste politicus die problemen met immigratie bespreekbaar maakte, maar hij koppelde wel als eerste die kritiek op de multiculturele samenleving aan een kritiek op de elite. Hij zei: dat de bestuurders in Den Haag op dit onderwerp zo gefaald hebben, laat zien dat de hele bestuurlijke elite corrupt is.”

Oudenampsen: „Daar zie je iets heel interessants gebeuren. Het populisme manifesteert zich in Den Haag, maar neemt tegelijkertijd een buitenpositie in. Fortuyn, Verdonk en Wilders hebben allemaal stevige kritiek geuit op de elitaire ‘Haagse kaasstolp’, maar waren op dat moment zelf onderdeel van die elite.”

Uitermark: „Populisme komt zelden voort uit het volk zelf. De ‘stem van het volk’ wordt meestal als wapen gebruikt in een strijd tussen rivaliserende elites. Dat gebeurt in de wetenschap en de kunst net zo goed als in de politiek. Mensen die binnen hun veld niet erkend worden kunnen steun zoeken buiten dat veld, bij de gewone mensen. De geconstrueerde volkswil wordt vervolgens gemobiliseerd om de verhoudingen in het veld te veranderen.”

Oudenampsen: „Juist voor dat mechanisme, dat de volkswil op een bepaalde manier wordt geframed door populisten, hebben onderzoekers, publicisten en gevestigde politici een blinde vlek. Zij gaan ervan uit dat Wilders daadwerkelijk zegt wat het volk denkt en zoeken allerlei manieren om aan Henk en Ingrid tegemoet te komen. Wij noemen die reflex een intellectuele gedoogconstructie. Als je vergeet dat Henk en Ingrid niet werkelijk bestaan, maar slechts een symbolisch instrument zijn waarmee Wilders zijn standpunten op het volk projecteert, kom je snel in de verleiding om met Wilders mee te gaan. Zo stellen Mark Bovens en Anchrit Wille in hun invloedrijke boek Diplomademocratie dat gevestigde partijen de voorstellen van Wilders in gematigde vorm moeten overnemen. Zij zien niet dat Wilders slechts één variant van de volkswil vertegenwoordigt. En daarom ook niet dat partijen zich kunnen verzetten tegen zijn framing door er een alternatieve visie op het volk tegenover te stellen.”

3Fortuyn en Wilders kregen zo veel stemmen omdat het volk ontevreden is

Oudenampsen: „Is het niet vreemd dat kiezers in 1998, in de hoogtijdagen van Paars, tevredener dan ooit waren over de politiek? Toch kozen dezelfde kiezers vier jaar later massaal voor de elitekritiek van Fortuyn. Zouden ze al langer ontevreden zijn geweest, maar dat niet hebben kunnen of willen zeggen? Of heeft Fortuyn hen die ontevredenheid aangepraat?

„Wij gaan ervan uit dat er tenminste sprake is geweest van een wisselwerking tussen bevolking en politiek. Fortuyn heeft bepaalde tegenstellingen in de samenleving helpen creëren. Er bestaat altijd wel een zekere onvrede, maar daar gebeurt pas wat mee als iemand dat ongenoegen in een bepaald politiek verhaal verwoordt.”

4De opkomst van het populisme is te verklaren uit een strijd tussen de winnaars en verliezers van de globalisering

Oudenampsen: „Er wordt vaak gesproken over de groeiende tegenstelling in de samenleving tussen hoogopgeleide kosmopolieten versus laagopgeleide conservatieven. De eerste groep, die de dienst uitmaakt in Nederland, zou profiteren van allerlei mondialiseringsprocessen. De tweede groep zou zich er juist door bedreigd voelen, omdat buitenlanders hun baan komen afpikken. Daardoor zou deze groep een sterke hang hebben naar ‘lokaliteit’ en de nationale cultuur. In een politicus als Wilders vinden ze iemand met dezelfde afkeer voor alle wat vreemd en buitenlands is.

„Maar ook hier geven de cijfers tenminste ten dele een ander beeld. Als we kijken naar de exit polls van het referendum over de Europese grondwet, dan zien we wel enige correlatie tussen nee-stemmers en opleiding. Maar nog steeds heeft de helft van de hoogopgeleiden tegen gestemd! Zelfs de ‘kosmopolitische’ achterban van GroenLinks zei in meerderheid ‘nee’ tegen de grondwet. Toch noemen onderzoekers als Bovens en Wille de uitslag ‘het nee van de lageropgeleiden’. Dat is een grove simplificering.

„Bovendien hebben veel van deze zogenoemde laagopgeleide verliezers van de globalisering juist een belang bij mondialiseringsprocessen. Neem de transportsector in Nederland, daar werken 400.000 voornamelijk lageropgeleiden. En in de hele toerismebranche misschien nog eens eenzelfde aantal. Het is vreemd dat in de analyses over populisme er zo weinig aandacht is voor het feite dat deze lageropgeleiden blijkbaar worden overgehaald om tegen hun belangen te stemmen.”

Uitermark: „In opinieonderzoeken over tevredenheid met de politiek zijn zowel laag- als hoogopgeleiden het tegenwoordig veel vaker eens dan oneens met een stelling als ‘de mening van de eenvoudige man in de straat is veel meer waard dan die van experts en politici’. Populisme beperkt zich niet tot bekrompen provincialen. Daarvoor is het te wijdverbreid.”

5De huidige tijdgeest is gewoon populistisch

Uitermark: „Er is veel voor te zeggen dat het populisme in onze cultuur een sterke opmars heeft gemaakt. Kijk op een willekeurige blog en je ziet dat mensen zich voortdurend ergeren aan meningen van zelfverklaarde experts of zich bedrogen voelen door bepaalde elites. Een populair televisieprogramma als Ik hou van Holland, waarin deelnemers getest worden op hun Nederlandsheid, is doordrenkt van populistische stijlfiguren. Of denk aan die reclame van De Nederlandse Energie Maatschappij met Frans Bauer waarin het beeld naar voren komt dat alle energiebedrijven in handen zijn van grote multinationals die veel geld aan de gewone man willen verdienen.

„Maar tegelijk zie je ook dat het populisme in sommige omgevingen op zijn retour is. In ons boek bekijken drie andere auteurs populistische stijlfiguren in verkiezingsprogramma’s en die blijken juist af te nemen. Maar ook bij politieke bewegingen als de G500 of de recente Dagvan100 zie je het verlangen naar een terugkeer van de oude bestuurlijke middenpolitiek.”

Op het eind van het interview komt Oudenampsen terug op de ‘intellectuele gedoogconstructie’ die volgens hem rond Wilders wordt opgetrokken. „Het probleem is dat in het populismedebat nauwelijks aandacht is voor de manier waarop politici als Wilders de mening van het electoraat vormen”, zegt Oudenampsen. „Wilders is heel goed in het aanwakkeren van vijandbeelden, die vervolgens door zijn kiezers worden overgenomen. Als je die realiteit als onderzoeker of politicus niet onder ogen wil komen en vervolgens naarstig op zoek gaat naar ongenoegen onder de bevolking, volgt daar vanzelf de aanbeveling uit dat de politiek zich moet aanpassen aan dat boze volk.”

Wat kan de politiek dan wél tegen Wilders in stelling brengen? „Politici lijken te vergeten dat ze een ander nationaal zelfbeeld tegenover dat van Wilders kunnen plaatsen”, zegt Oudenampsen.

„Er is een cultuurstrijd gaande over de vraag of Nederland een progressief of een conservatief land is. Geven we geld aan armen, zijn we gastvrij voor asielzoekers, dragen we bij aan de Europa, of doen we al die dingen niet? In de Nederlandse politiek bestaat een sterke neiging om het waardendebat uit de weg te gaan.”